Het ideaal van pionier Erik de Vries: een tv-loze maand per jaar 'De passieve kijker moet zich losmaken, ontwikkelen' 'Televisie kan begrip voor de mens verruimen' 'Vergadering van de VN moet live te zien zijn'

Lange tijd ging Erik de Vries er van uit dat televisie een zegen voor de mensheid was. Een prachtig middel om afstanden te overbruggen en contacten te leggen. Het medium boeit de nestor van de Nederlandse tv nog steeds, maar over de kijkers is hij minder te spreken. 'Ze zetten zelfs de videorecorder aan als opa wordt begraven. Kunnen ze na de begrafenis of crematie de schade inhalen. Onbegrijpelijk.'

De technische ontwikkelingen zijn naar zijn gevoel nog lang niet ten einde. Er is nog heel veel mogelijk waarvan we nu nog niet mogen dromen. Zelf heeft De Vries wel zijn dromen. Die betreffen vooral de toepassing van televisie. In de loop van de jaren heeft hij daar diverse plannen voor ontvouwd. Maar tot zijn verdriet zijn ze onvoldoende opgepakt. Televisie wordt naar zijn gevoel nog steeds te veel gebruikt voor zaken die geen enkel hout snijden. Nu satellieten het mogelijk maken wereldwijd gebeurtenissen live op het scherm te brengen, zijn de mogelijkheden om televisie te gebruiken om het onderling begrip voor elkaar te verbeteren actueler dan ooit. “Ik heb altijd geroepen, en roep dat nog, dat vergaderingen van de Verenigde Naties live moeten worden uitgezonden. Nu krijgen we er alleen iets van te zien als iemand ergens heel boos over is, of iets heel opvallends zegt. Televisie biedt unieke kansen de mensen veel meer te betrekken bij wat er echt speelt. De enige zender die in die richting soms wat doet, een blik op de wereld biedt, is CNN.”

Het plan dat Erik de Vries in 1959 op een internationaal theatercongres in Athene lanceerde en dat daar destijds geestdriftig werd ontvangen, is tot zijn teleurstelling nog steeds niet uitgevoerd. “Ik stelde daar voor om op een bepaalde dag over de hele wereld hetzelfde toneelstuk te laten uitzenden. Het gegeven ligt vast, maar ieder mag er op eigen manier mee aan de gang gaan. Stel dat ze Hamlet nemen. Het moet heel boeiend zijn om te zien hoe een Japanse regisseur dat aanpakt. Dat zal totaal verschillen van de manier waarop ze er in Amerika en een land als India mee omspringen. Mijn idee was om in de weken erna in elk land naar keuze twee van de opvoeringen die elders zijn gegeven uit te zenden. Dat zou boeiende televisie opleveren.”

De Vries heeft een omlijnde mening over de rol die televisie zou moeten spelen. “Televisie biedt de mogelijkheid tot contact, tot het bij elkaar naar binnen kijken, vooral de mogelijkheid aan elkaar dingen te laten zien. En dat niet alleen van individuen, maar vooral ook van landen en culturen. Niet om te komen tot een uniform mondiaal cultuurpatroon, maar tot verruiming van begrip van en voor de nationale en regionale culturen. Kortom, begrip voor de mens in zijn prachtige verscheidenheid.”

In een rapport dat De Vries in 1956 opstelde kwam hij al tot de conclusie dat televisie niets aan gebeurtenissen kan veranderen, hoogstens dingen kan versieren. “Televisie is niet scheppen, zelfs niet herscheppen, maar schikken en eventueel herschikken. Televisie is overbruggen, niet van tijd maar van afstand. Naast haar blijvende waarde als informatiebron is de uiteindelijke hoge opdracht van televisie de passieve kijker ertoe te bewegen zich van haar los te maken, zich te ontwikkelen, zich te amuseren, zich te verdiepen, mens te zijn!”

Het is het educatieve element waar De Vries in de jaren die hij niet meer voor de toenmalige NTS werkte, maar voor individuele omroepen, voor heeft geijverd. Teleac bijvoorbeeld. “Teleac is mijn kind. Dat heb ik in 1965 bedacht. Ook de naam is van mij. Daarmee speelde ik in op de gedachte van de Cineac. Later hebben we daar officieel Televisieacademie van gemaakt. Het is ook een vlag die de lading dekt.”

Erik de Vries leeft in de Amsterdamse PC Hooftstraat in een soort particulier omroepmuseum. Overal dossiers, mappen en tassen met papieren. Na enig zoeken haalt hij uit een stalen kast in zijn werkkamer een dossier, vist daaruit een papier en roept: “Kijk, hier heb je de geloofsbelijdenis die ik voor de Teleac heb opgesteld.” De Vries leest voor uit eigen werk: 'Wegens de grote verscheidenheid van verbindingen die Teleac op den duur tot stand moet brengen zal de overdracht, het contact, heel persoonlijk en onversierd zijn. Zoals op de universiteit tussen professor en student, binnenskamers tussen repetitor en examinandus. De programma's zullen van 'fabriek naar verbruiker' toegezonden worden zonder verpakking, zonder schoonheidsmiddelen, zonder bijpassende muziek. Zij ontlenen hun bestaansrecht uitsluitend aan de borst en de dorst en aan het afzweren van de fopspeen.'

“Interessant”, mompelt De Vries. “Programma's maken met een camera en een microfoon, zoals de studenten in de collegezaal ook maar een paar ogen en een paar oren hebben. Liever drie lessen met een camera dan een les met drie. Teleac is televisie voor hen die ontevreden zijn over zichzelf en daar wat aan durven doen.” De Vries pleitte voor een hoge frequentie en het herhalen van uitzendingen als in een Cineac. Teleac moest andersoortige televisie zijn, die op den duur een geheel eigen net in beslag zou gaan nemen. Wellicht ook een draadnet. Want zo verkondige Erik de Vries: 'Teleac is geen omroep, Teleac is een oproep!'

Anno 1993 moet de geestelijke vader van Teleac constateren dat het toch wel heel anders is geworden dan hem voor ogen stond. “Ze brengen prachtige programma's, maar de eenvoud die ik wilde is ver te zoeken. Er is geen sprake van onversierd zijn. Daarom is het ook allemaal zo duur geworden.”

De Ikon is ook zo'n buitenbeentje in medialand waar Erik de Vries zich voor heeft ingezet. “Ze zijn altijd heel dapper geweest en durven nog steeds hun nek uit te steken. Dat vind ik verheugend.”

Erik de Vries heeft in zijn lange loopbaan veel meegemaakt, aan anekdotes dus geen gebrek. Neem die prachtige kerkuitzending 'De grote trek' van de (toen nog) Ikor, uit de Utrechtse Geertekerk in 1954. “Dat begon bij Abraham en eindigde bij de Rode Zee. Rutger Hauer speelde er als elfjarige zijn eerste rol in. Toen hij tegenover Cruys Voorbergh stond was hij zijn tekst kwijt. Wij zaten met het zweet in onze handen, want alles ging er in die tijd nog live uit. Voorbergh loste het schitterend op door de vragen die Rutger hem had moeten stellen zelf te stellen. Niemand heeft gemerkt dat hij stond te improviseren.”

De tijd dat De Vries beroemde programma's als 'Pension Hommeles' (waarvan hij in zijn archief nog diverse afleveringen heeft) en 'Mies en scene' regisseerde, behoort allang tot het verleden. 'Hilversum' ligt achter hem, wat niet wegneemt dat hij de gang van zaken daar probeert te volgen. Bij allerlei evenementen is de nog altijd rijzige De Vries een gewaardeerde gast. Onlangs nog bij de uitreiking van de Nipkovschijf en de Zilveren Reiss-microfoon, onderscheidingen die hij op de rails heeft gezet. De Nipkov-schijf werd door hem ingesteld met de tweeduizend gulden die hij bij zijn vertrek in 1953 van de NTS kreeg als afscheidsgeschenk. Dat vertrek was niet vrijwillig. Er zou geen werk meer voor hem zijn. Voor De Vries reden zijn gevoelens te omschrijven als die van een violist die ze zijn viool hadden afgenomen.

Maar De Vries vond een nog breder werkterrein. Hij instrueerde het begin van de Duitse en Zwitserse televisie, verzorgde ruim honderd televisieuitzendingen op de E 55 in Rotterdam en onderzocht voor de Unesco in Midden- en ZuidAmerika de televisiemogelijkheden. In 1966 werd De Vries zelf met de Nipkov onderscheiden. Het in ontvangst nemen van die prijs gaf hem de gelegenheid de velen die weinig over de ontstaansgeschiedenis van die 'schijf' wisten, te vertellen over student Paul Nipkov die op kerstavond 1883 in zijn huurkamer in de Berlijnse Philippstrasse nr 13a zijn verveling en eenzaamheid verdreef door de schijf te tekenen waarop hij rijkspatent 30105 kreeg. De daaropvolgende veertig jaar wist niemand er iets mee te doen. Met de door de Duitse fysicus Reiss ontworpen microfoon heeft Erik de Vries nog gewerkt. “Wat was dat ding zwaar”, herinnert hij zich.

Het kan in het leven wonderlijk lopen. De jonge Erik, zoon van Klaas de Vries, de voorvechter van het openbaar onderwijs in Nederland, dertig jaar Amsterdams raadslid en voor de Vrijzinnig Democratische Bond Statenlid, kwam min of meer toevallig bij de televisie terecht. “Radio was mijn grote hobby. Als jongen van twaalf bouwde ik in 1924 al een eigen kristalontvanger. Minstens zo enthousiast was ik bezig als fotograaf. Ik fotografeerde alles en iedereen.”

Erik de Vries wilde vlieger worden. Hij presenteerde zich bij KLM-pionier Albert Plesman, die eerst nogal bedenkelijk deed over de lengte van de sollicitant. Het vliegavontuur eindigde na drie lessen met een noodlanding op Schiphol, nadat Erik met zijn lange benen knel was komen te zitten tussen de apparatuur. Hij zag er toen geen heil meer in.

“In 1930, naar ik achteraf vermoed door de goede contacten die mijn vader had, kwam ik, gekozen uit ruim 500 sollicitanten, op het laboratorium van Philips in Eindhoven terecht, waar ik mee mocht experimenteren aan nieuwe radiozenders. Het was een prachtige tijd. Vandaar dat ik op de deur van mijn werkkamer een bordje hing met de tekst: 'Het is zaliger te zenden dan te ontvangen'. Ik heb er nog een foto van.”

Vader Klaas de Vries heeft grote invloed op zijn zoon gehad. Mede door zijn vele contacten. “Hij was jarenlang voorzitter van de Multatulivereniging. Ik herinner me dat, toen het Multatuli-museum werd opgedoekt of gerestaureerd, de urn met as van de schrijver tijdelijk bij ons thuis werd ondergebracht. Hij stond op de schoorsteenmantel. Ik heb er als kind zelfs mee gespeeld.”

Erik de Vries ging zich ook voor televisie interesseren, het medium waarmee in Eindhoven ook driftig werd geexperimenteerd. In het midden van de jaren dertig werd De Vries de man die de nieuwe vinding mocht gaan demonstreren. Het bracht hem op beurzen (in 1938 op de Voorjaarsbeurs in Utrecht) en aan vorstenhoven. In Roemenie was het koning Carol die ademloos naar de bewegende beelden keek. In Joegoslavie liet de jonge koning Peter de prachtige speelgoedtrein die hij van Goring had gekregen in de steek voor de bewegingen op het scherm. En in Nederland kwamen prinses Juliana, prins Bernhard en premier Colijn naar Eindhoven om het wonder dat televisie heette te aanschouwen.

In het voorjaar van 1940, Erik was tijdens een van zijn zwerftochten door Europa in Boedapest beland, brak in Nederland de oorlog uit. In plaats van terug te gaan naar huis reisde Erik de Vries in vier maanden, waarin de avonturen elkaar in snel tempo opvolgden, naar het nog vrije deel van het koninkrijk, Nederlands Indie. Hij kreeg er een baan als omroeper bij de NIROM. “De enigen die ik daar kende waren Wim Kan en Corrie Vonk, die in Indie op toernee waren.”

De Japanse bezetter hield De Vries tot het najaar van 1945 vast. Die jaren leverden Erik veel contacten op, zoals een hechte vriendschap met de dichter Leo Vroman. “Tijdens onze kampjaren dicteerde hij mij gedichten. Zelf hield ik zeven maanden, van januari tot augustus 1944, een dagboek bij, met potlood minuscuul klein geschreven in een schrift dat ik verborg tussen de voering van een tas. Die gebruiken in memoires? Als iemand dat zou oppakken zou die er een jaar voor moeten uittrekken. Maar ik geef toe dat het wel interessant zou kunnen zijn. Ik heb hier zo veel, al die papieren en al die boeken. Wat moet daar later mee gebeuren?” En dan laat Erik de Vries zijn vele, nooit gepubliceerde kampliedjes nog buiten beschouwing.

Na de oorlog werd het opnieuw Philips. De Vries werd de motor achter de experimentele uitzendingen die vanaf 1948 in de omgeving van Eindhoven plaats hadden en die door 500 geselecteerde kijkers op door Philips uitgezette toestellen werden gevolgd.

Erik de Vries voelt zich ook technisch bij televisie betrokken. Naar zijn idee staat ons op dat gebied nog veel te wachten. Neem breedbeeld-televisie. “Over een jaar of tien zal dat algemeen zijn. Ik verwacht dat we snel naar een televisie-ontvangst gaan op een scherm aan de wand.”

Voor een klein land als Nederland is het televisie-aanbod overdadig groot. Erik de Vries staat niet te juichen over wat er zoal wordt uitgezonden. “Er is enorm veel smeerlapperij, maar er zijn ook heel mooie uitzendingen. Nederland kan zich wat dat betreft meten met het buitenland. Maar al die onnozele series waar de mensen voor thuis blijven... Onder geen beding willen ze er iets van missen. Het is zelfs zo erg dat ze de recorder aanzetten als opa wordt begraven. Kunnen ze na de begrafenis of crematie de schade inhalen. Onbegrijpelijk.” Het doet De Vries twijfelen of televisie wel zo'n zegen is voor de mensheid. “Het is op zich een prachtige uitvinding, maar hij wordt misbruikt. Televisie is ons leven te zeer gaan beheersen. Je komt er maar moeilijk van los. Vaak overkomt het mij dat ik in het programmablad iets uitzoek dat ik beslist moet zien.

Achteraf heb ik dan soms het gevoel dat ik mijn tijd beter had kunnen besteden. Daarom is het zo'n verademing als we twee keer per jaar een paar weken in ons huis op het eiland Formetera zitten. Daar hebben we geen televisie en geen elektriciteit. Het geeft ons de kans te lezen en andere dingen te ondernemen waar we anders te weinig aan toekomen. Ik denk wel eens: wat zou het ideaal zijn als we een televisieloze maand per jaar zouden instellen. Wat zou dat de wereld veranderen. Veel mensen zouden zich in eerste instantie doodongelukkig voelen. Maar het zou hen dwingen er iets anders voor in de plaats te stellen. Ze konden weer gaan lezen, de schouwburg ontdekken en leren tijd voor zichzelf en elkaar te hebben. Het verenigingsleven zou weer gaan bloeien. Een utopie? Ik zou daar wel eens een onderzoek naar willen doen. Laten de mensen maar eens schrijven hoe ze er over denken en hoe ze zo'n maand zonder televisie denken in te vullen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden