Het ideaal van een eeuwig nu

Marcel Möring toont zich in zijn drieluik, waarvan 'Eden' het slotstuk vormt, schatplichtig aan Dante's 'Divina Commedia'

Hoewel volgens een bekend rijmpje verhaal en moraal broederlijk samengaan, rust er op moralistische literatuur toch een taboe. Volgens invloedrijke smaakmakers en literaire fijnproevers horen schrijvers het oordelen en veroordelen aan hun publiek over te laten; zelf dienen ze zich te beperken tot het zo indringend mogelijk verbeelden van de grenzen en het grensverkeer tussen goed en kwaad.


Marcel Möring heeft aan dat taboe altijd lak gehad. In interviews maakte hij er nooit een geheim van dat hij minstens even sterk als zijn personages opkwam tegen onrecht en misstanden. Ondervraagd over de teneur van zijn met empathie beladen roman 'Het grote verlangen' (1992) liet hij weten 'verantwoordelijkheid voor je omgeving en voor de wereld' als een plicht te zien. Gedurende de kwarteeuw schrijverschap die sindsdien verstreken is, volhardde Möring in dat standpunt, zo blijkt uit zijn nieuwe roman 'Eden', de afsluiting van een omvangrijk en ambitieus drieluik waarin 'Dis' (2007) en 'Louteringsberg' (2011) de eerste delen vormen.


Hoofdpersoon Mendel, die we nog kennen van Mörings gelijknamige debuutroman uit 1990, is de mening toegedaan dat wie één mens redt de hele wereld redt, en vindt dat gebrek aan compassie eigenlijk strafbaar zou moeten zijn. Hij zegt het als psychiater, een professie die hij aan het eind van de roman op zal geven, in het besef dat hij zoveel in zijn patiënten is gaan herkennen dat het de vraag is wie nu eigenlijk wie behandelt. Daarnaast ergert hij zich aan de verzakelijkte, op efficiëntie gerichte hulpverlening die een behandeling zo kort mogelijk wil laten duren en meer heil ziet in een pilletje dan in een intensieve psychotherapie. Het zijn standpunten die je eerder verwacht van een SP-parlementariër dan van een literator, maar ze horen nu eenmaal bij Möring, en dus is het een kwestie van take it or leave it. Lezers die in dit geval afhaken, missen beslist een hoop, want 'Eden' is een rijke en boeiende roman, vol verwikkelingen en verhalen en met een historische focus die reikt van Middeleeuwen tot nu.


Onder Mendels patiënten is er een in wie hij zich in het bijzonder spiegelt: een man die voor dood is aangetroffen in een bos. Net als de vermaarde pianoman aan wie Bernlef in 2008 een boekenweekgeschenk wijdde, weet deze meneer X niet hoe hij heet en waar hij vandaan komt. Afgaande op de Hebreeuwse inscriptie in zijn wandelstok identificeert Mendel hem als 'Zwart'. Op dat moment, ruim over de helft van de roman, begint het de lezers te dagen dat ze dit personage al eerder van nabij hebben leren kennen. Het gaat om een verschijning van de Wandelende Jood, over wie een oude, antisemitisch getinte legende vertelt dat hij gedoemd was ten eeuwigen dage rond te blijven dolen omdat hij de lijdende Christus een slok water geweigerd had.


Möring riep deze figuur al eerder op in de romans 'In Babylon' (1998) en 'Dis' en zet hem andermaal neer als de ultieme representant van migratie en ballingschap, thema's die vandaag de dag een actualiteitswaarde hebben die boven de geschiedenis van het Jodendom uitgaat. Daarbij gaat het niet puur om ballingschap, maar ook om de marginalisering en sociale uitsluiting die psychiater Mendel in zijn werkomgeving waarneemt. In zijn somberste buien beseft hij dat ontheemding ten diepste is verweven met ons lot. "De scheppingsgeschiedenissen die ten grondslag liggen aan zoveel culturen reppen bijna allemaal van vlucht, van exodus, van odyssee. Uit Eden, uit Uruk, uit Ithaca, uit het Rusland van de tsaar en het geweld en de droogte van Afrika, uit het Midden-Oosten, terug naar het land der vaderen, voortgedreven door aanstormende legers, natuurrampen of uitzichtloze armoede."


Zwart alias Schwarz alias Niekas, naamloos geboren en moederloos opgegroeid op een verscholen plaats aan de rand van Europa, ontpopt zich in de loop van zijn eeuwenlange omzwervingen als de drager van traditionele joodse wijsheden. Nadat hij eerst van anderen de helende en zingevende kracht van oude verhalen heeft leren kennen, wordt ook hij een verteller, een die niet zozeer uit is op het eigen gelijk, maar iemand die leeft en spreekt vanuit het besef 'dat de waarheid bestaat uit veel en soms tegenstrijdige feiten en ideeën'. Hij ziet in de waarheid 'eerder een troebel water dan een heldere bergbeek', een visie die hij slim weet uit te spelen tegen een gehoor dat spijkerharde en eenduidige kennis beschouwt als macht over verleden, heden en toekomst.


Zwart doorziet die opvatting als de basis van het totalitaire streven dat in de recente geschiedenis de vorm heeft aangenomen van het nationaal-socialistisch duizendjarig rijk en van het communistische arbeidersparadijs. Ideaal, in zijn beleving, is alleen een eeuwig nu waar de slopende tijd geen vat op heeft, een Eden van verinnerlijking, onthechting en zelfverlies. Daarmee geeft hij de leegte een positieve draai.


Net als de eerdere delen in het drieluik, is deze roman zo naast een bonte verzameling verhalen ook een compendium van geschied- en moraalfilosofische overwegingen. Daarmee verraadt de trilogie zijn schatplichtigheid aan de 'Divina Commedia', het kolossale werk waarin de middeleeuwse dichter Dante een poging deed hel, vagevuur en hemel in kaart te brengen en daarbij ook meteen een overzicht te geven van verleden, heden en toekomst.


Van Mörings driedelig panorama is 'Eden' het prominentst belast met het danteske streven naar alomvattendheid. 'Dis' stond vooral in het teken van de niet zelden wraakzuchtige manier waarop holocaustoverlevende Jacob Noach zijn trauma's verwerkte. In 'Louteringsberg' ging schrijver Marcus Kolpa (die in 'Dis' een hoofd-, en in 'Eden' een bijrol toebedeeld krijgt) door het dal van een existentiële crisis om aan het - tamelijk zoetelijk georkestreerde - einde het licht te zien. 'Eden' herneemt het louteringsthema maar geeft, in weerwil van de titel, geen uitzicht op het paradijs.


Het eeuwige aan de tijd ontheven nu, blijft een utopische denkoefening. Met die moraal van zijn verhaal relativeert Möring de hoop dat het kromme hout waarvan de mens gemaakt is, ooit nog recht te buigen valt. Die slotsom lijkt mij toch geen geringe wijsheid.


Marcel Möring: Eden De Bezige Bij; 404 blz. euro 19,99


Een schrijver mag geen moralist zijn? Möring heeft lak aan dat taboe

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden