'Het huidige mensbeeld mist een diepere laag'

De mens is meer dan alleen chemisch proces, vindt Antoine Mooij. De psychiater wil terug naar de menselijke beleving.

'Mijn levensfilosofie is niet veranderd. Ik heb me altijd verzet tegen het positivistische, instrumentalistische mensbeeld.'' Maar het mensbeeld van psychiater en filosoof Antoine Mooij wordt als 'te zacht' beschouwd. Toonaangevende wetenschappers zien de mens alleen nog als een 'ding' dat op een bepaalde manier functioneert. ,,De binnenkant wordt verwaarloosd.''

Antoine Mooij (1944) werkt als forensisch psychiater -iemand die onderzoekt of daders van misdrijven toerekeningsvatbaar zijn. Daarnaast studeerde hij filosofie; hij hield er een passie voor de wijsbegeerte aan over. Door zijn drukke banen -hij is ook als hoogleraar verbonden aan de universiteiten van Utrecht en Groningen- heeft hij zich nooit volledig op de filosofie kunnen storten. Toch vond hij voldoende tijd om boeken te schrijven over het grensgebied tussen psychiatrie en filosofie, waar zijn belangstelling het meest naar uitgaat.

,,Ik zie een soort overlap tussen de psychiatrie en de filosofie'', zegt Mooij. ,,Er is een vraag die door beide gesteld wordt: hoe leef ik? Hoe moet ik mijzelf vormgeven? Deze vraag hoort bij de moderniteit, waarin alles open ligt. Er is geen natuurlijke orde meer. We moeten het allemaal zelf uitvinden.''

In zijn laatste boek 'Psychoanalytisch gedachtegoed' onderstreept hij het belang van de psychoanalytische kijk op de mens in een tijd waarin deze visie verdrongen lijkt te worden. Populaire wetenschappelijke benaderingen stellen dat de mens in wezen een chemisch proces is, een biologisch organisme, een ding dat op een bepaalde manier in elkaar zit. De tak van de menswetenschappen die de eigen ervaring van de mens centraal stelt, heet niet langer wetenschappelijk te zijn. Dat is gevaarlijk, vindt Mooij. Volgens hem worden belangrijke lessen uit de psychoanalyse vergeten: ,,Dat de mens verdeeld is en gespleten, dat mensen dolend zijn en zich interpreterend een weg door het leven moeten banen, dat wordt allemaal buiten beschouwing gelaten.''

Mooij vertelt zijn verhaal in zijn fraaie studeerkamer aan de Utrechtse gracht. Hij spreekt rustig, bedachtzaam. ,,Ik neig een beetje naar de sombere kant'', zegt hij peinzend. ,,De jaren negentig hadden iets onnozels. Er was te weinig oog voor de duistere kanten aan het menselijk bestaan. Nu weten we niet meer hoe we met onze kwetsbare kanten moeten omgaan. De psychoanalyse leert je dat je niet alleen autonoom, maar ook afhankelijk bent. Daarom is de psychoanalyse een perfect middel voor deze tijd.''

Maar dat middel wordt geschuwd. Het positivisme en instrumentalisme nemen juist ontzettend toe, zegt hij. ,,Het is nu een bijzonderheid geworden als een psychiater zegt dat er ook ruimte moet zijn voor een patiënt. Als je angst hebt, dan gaan we die angst behandelen. Psychose? Dan hebben we een pil. De openheid voor de diepe belevingswereld is afgesloten. Er is te weinig aandacht voor het lijden. Niet alleen in de psychiatrie zie je dat. Het zit in de hele samenleving. Ook in de filosofie, waarin evolutiedenken, neurowetenschap en biologie overheersen. Voor het bewustzijn en de geest is geen aandacht meer.''

Toch vindt hij dat de verdinglijking van de mens nog het duidelijkst zichtbaar is in de psychiatrie. Zo'n beetje alle psychische stoornissen worden als hersenstoornissen gezien. In sommige gevallen werkt deze benadering heel goed, zegt Mooij, maar het is onzin om alle problemen neurologisch te verklaren. ,,Van een lastig kind wordt meteen gezegd dat het gedragsstoornissen heeft, maar misschien is het heel handig van een kind met vreselijke ouders om lastig te zijn. Zo worden tal van maatschappelijke problemen gemedicaliseerd. Mensen worden te gemakkelijk in een bepaalde medische rubriek gestopt.''

Dat het nu meer moeite kost om begrip voor delinquenten te hebben, heeft volgens hem ook met het overheersende biologische mensbeeld te maken. ,,Er is meer behoefte aan controle, aan veiligheid. Maar de eenzijdige nadruk op controle en beheersbaarheid laat buiten beschouwing dat we het leven op een fundamentele manier niet onder controle hebben of kunnen beheersen.''

De psychische realiteit staat onder druk, zegt Mooij. ,,De medicalisering van het gevoelsleven staat tegenover het doorleven van de dingen. We denken nu over onszelf als beter of minder functionerende machines. Ik denk dat dit proces al eeuwen gaande is. Nu slaat het door in de richting van de instrumentaliteit, in de richting van 'meten is weten'. De subjectieve pool, de diepere laag, de bron van waaruit je handelt, van waaruit je leeft en van waaruit je je schuldig voelt, het is deze pool die verwaarloosd wordt.''

De kern van de psychoanalyse is dat er zo'n diepere laag bestaat, zegt Mooij. Maar het nu uitgedragen mensbeeld ontkent het bestaan van zoiets 'vaags' als een diepere laag. De hermeneutische psychiatrie die Mooij verdedigt, wordt door de dominante, biologische stroming binnen de psychiatrie als 'achterhaald' of 'te zacht' gezien. Als de mens niets meer is dan een wandelende chemische fabriek dan heeft het ook weinig zin om je in de zieleroerselen van zo'n 'fabriek' te verdiepen. ,,De biologische richting wordt erg triomfalistisch uitgedragen. 'Jullie dachten dat psychosociale factoren een rol speelden. Nou, dat is mooi niet zo.' Er is een soort hardheid ingekomen, een zekere onwil om dieper over de dingen na te denken.''

Subjectiviteit is iets anders dan het individualisme waar veel over geklaagd wordt, legt Mooij uit. ,,Het ikke, ikke, ikke van deze tijd is meer een vorm van narcisme, waarin alleen de eigen belevingswereld telt. Dit past ook in de lijn van de drang om alles tot object te maken. Het gaat om de buitenkant, om de presentatie, om de vraag 'hoe kom ik over bij anderen'. Dat is iets anders dan je af te vragen: waar ben ik eigenlijk mee bezig?''

,,Ik heb misschien een beetje een calimero-syndroom'', zegt de psychiater. Toch weet hij zeker dat 'de diepere laag' op een gegeven moment weer in de belangstelling zal komen. ,,Daar heb ik geen enkele twijfel over. De vraag is alleen hoe groot de ramp moet zijn voordat er iets verandert. Je ziet nu dat het ontspoort. Als er te weinig binding meer is met verleden en samenleving gaat het mis. De harde wetenschap heeft geen oog voor het wezenlijke, voor de vraag: hoe ga je om met de harde dingen? Dit zal zich vroeg of laat wreken. Het gaat mij om de binnenkant der dingen. Als daar te weinig aandacht voor is, krijg je wat je nu om je heen ziet: een verwende en verwaarloosde samenleving.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden