Het Hirsi Ali-effect in de publieke discussie

Niemand zal het zijn ontgaan: in de afgelopen weken kwam het parlementaire onderzoek naar de integratie van allochtonen in de Nederlandse samenleving stevig onder vuur te liggen. De onderzoekscommissie zou niet voldoende kritisch zijn ingesteld en ze zou bovendien het samenvattend rapport over het probleem hebben laten schrijven door een instituut dat te veel in het allochtonenbeleid betrokken was geweest en dus niet onafhankelijk is.

Zoiets kan gebeuren en het is goed er in alle openheid over te debatteren. Curieus is wel dat het een allochtoon commissielid was die met een rel voor de aftrap zorgde. SP-kamerlid Ali Lazrak, Marokkaan van geboorte, stapte voortijdig uit de commissie met de boodschap dat het allochtonenbeleid was mislukt en verder gepraat in de commissie tijdverspilling moest heten.

Nog curieuzer: twee andere allochtonen vielen Lazrak bij. João Varela, van oorsprong Kaapverdiaan en de LPF-vertegenwoordiger in de commissie, meldde eveneens dat hij de resultaten van het parlementaire onderzoek niet behoefde af te wachten om te weten dat het integratiebeleid mislukt was. Commissievoorzitter Blok (VVD) kreeg uit eigen gelederen vuur van de zijlijn: VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali, van origine Somalische, sprak zich over dat beleid eveneens negatief uit en voegde er fijntjes aan toe dat ze betwijfelde of de commissieleden een integere afweging konden maken; in ieder geval deugde het onderzoeksrapport niet.

Dat uitgerekend drie allochtone kamerleden van een mislukt allochtonenbeleid spreken, noem ik curieus omdat juist zij een (bescheiden) bewijs vormen van een geslaagd beleid. Maar ze zullen het zelf anders zien: ze hebben onderzoek niet nodig want ze hebben het inburgeringsproces zelf doorlopen en weten dus uit eigen ervaring wat eraan mankeert. Vandaar de voorbarigheid van hun oordeel: laten de Nederlanders maar braaf studeren en zich illusies maken, wij zien meer en weten beter.

Hirsi Ali heeft met dit ietwat arrogante standpunt het eerst en het meest uitbundig naam gemaakt. Haar aanvallen op de islam en haar oproep eerder dit jaar tot een 'liberale djihad' kwamen voort uit haar vaste overtuiging dat Nederlanders te 'soft' over de islam denken. Ze kennen de islam niet, zij des te beter. Zoals ze begin dit jaar in Trouw opmerkte: 'Ik ben moslim geweest, ik weet waar ik over praat'. Haar persoonlijke, traumatische levensgeschiedenis garandeert de effectiviteit van haar politieke optreden: 'Ik zal in staat blijken de mening van de Nederlanders te veranderen'.

Niet anders luidt het verhaal van de rechtsgeleerde en dichter dr. Afshin Ellian, afkomstig uit Iran. In HP/De Tijd van deze week haalt hij ongenadig hard uit naar wat hem in ons land allemaal niet bevalt. Nederlanders begrijpen niet hoe broos vrijheid en democratie zijn. Hij wel: ''Ik heb een duistere wereld gekend waar dat allemaal niet bestaat'. Daarom heb ik 'recht van spreken'.

Over de islam had hij zich al eerder willen uitspreken maar pas 11 september gaf hem de gelegenheid van leer te trekken. Zoals uit zijn columns in NRC Handelsblad blijkt, laat hij zich die gelegenheid inderdaad niet ontnemen. Het gaat van dik hout zaagt men planken.

Uit die columns blijkt overigens ook dat hij zich als jong student in het Iran van de sjah op de uiterste linkerflank van het verzet bewoog. Het verklaart zijn bijna lachwekkend felle aanvallen in HP/De Tijd op de Nederlandse verzorgingsstaat en op iedereen die politiek links staat. Hijzelf meent echter dat zijn buitenlandse herkomst hem helderziend heeft gemaakt: 'Ik kijk met vreemde ogen'.

Nog één voorbeeld van 'vreemde ogen' die Nederland doorzien. In mei van dit jaar nam Nausicaa Marbe, van origine Roemeense, het op voor 'de Hirsi Ali's en Ellians' die gemakzuchtig worden weggezet hoewel ze de 'sensoren' zijn voor het fundamentalistische gevaar. 'Ze zijn in veel opzichten beter toegerust dan wij. Zij hebben de gijzeling van het leven door de politieke islam al meegemaakt. Wij nog niet'. (Let op dit 'nog').

Zij claimt zo'n bevoorrechte positie ook voor zichzelf. In een eerder artikel in Trouw klaagt ze de Nederlandse vredesdemonstranten van 1981 aan. Ze woonde toen nog in het Roemenië van Ceausescu en ze herinnert zich het gevoel van verraad over het loze westerse vredesprotest.

So far so good. Maar het brengt Marbe ertoe ook de vredesbetogingen aangaande Irak in de ban te doen. Ook háár levensgeschiedenis werkt door in haar politieke stellingname.

In deze personalisering van politieke standpunten ligt een risico. Traumatische of semi-traumatische ervaringen scherpen het gevoel van urgentie maar ze neigen tot over-emotionele fixatie op feiten die deel uitmaken van een gecompliceerde maatschappelijke werkelijkheid en een historisch bepaalde constellatie. Vandaar de schokwerking die uitgaat van het direct, absolutistisch en onverzoenbaar attaqueren van geïsoleerde problemen die doorgaans in een ruimere context worden gezien. Vandaar ook het verzet tegen wat velen als overspannen alarmisme beschouwen.

De schokwerking heeft echter ook een positieve kant. Opgesloten in ons vreedzaam, slaperige vaderland worden we opgeschrikt door schrille geluiden, afkomstig van mensen die barre ervaringen achter de rug hebben en ons daarom een realiteit kunnen laten zien die ons weliswaar vreemd voorkomt maar ons niet per se bespaard behoeft te blijven. Want inderdaad: democratie is gemakzuchtig en dus kwetsbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden