Column

Het hersenevangelie is gebaseerd op drijfzand

De neuromaffia, je kon erop wachten, marcheert nu ook het middelbaar onderwijs binnen. Maandag pakte deze krant uit met het nieuws: de voorzitter van de christelijke besturenraad pleit voor naar genitaliën gescheiden lessen in de eerste schooljaren. Niet de hele dag, wel bij talen en bij wiskunde.

De bewoners van Mars bij elkaar in het ene lokaal, die van Venus in het andere. De minister liet meteen weten dat zij wel oren heeft naar zo'n gedurfd experiment.

De voorzitter zei erbij dat hij geenszins terugwil naar de jaren vijftig. Hij maakt zich alleen, aldus zijn organisatie, zorgen over "het onderpresteren van jongens en het feit dat meisjes doorstromen naar hogere onderwijsvormen". Gescheiden lessen, begrijp ik, zullen de beide seksen tot voordeel strekken, want tot groter hoogten stuwen. Dus waarom zouden we het niet proberen?

Belangrijkste argument dat de voorzitter aanvoert: de hersenen van jongens en meisjes verschillen 'nu eenmaal' fundamenteel in ontwikkeling. En dat heeft gevolgen voor leerstijl en motivatie. Dat hebben 'de nieuwste inzichten in de neuropsychologie' namelijk bewezen.

Grappig, evenzogoed, hoezeer de redenering lijkt op die van de pleitbezorgers van het concept in de negentiende eeuw. Zij waren, het is genoegzaam bekend, mordicus tegen 'co-educatie'. In het standaardwerk 'Vijf eeuwen opvoeding in Nederland' lees ik dat zij 'gedegen' onderwijs voor meisjes heus noodzakelijk vonden, maar dat zulks apart diende plaats te vinden. "Alleen dan kon het onderwijs rekening houden met de vrouwelijke aard."

Die laatste term is anno 2011 vervangen door 'hersenen'. Verder is er, geloof ik, niet zo heel veel veranderd.

Interessant genoeg bleek uit de stroom artikelen die deze week op het nieuws volgde, dat de didactische wetenschap geen eensgezindheid kent. Volgens het ene onderzoek werkt gescheiden onderwijs prima, het andere liet geen overtuigende invloed zien op de schoolresultaten. De vraag dringt zich op: waarom moeten wij dan toch alvast in het heil ervan geloven?

Dat is des te merkwaardiger aangezien allerminst vaststaat dat de hersenen van jongens en meisjes 'nu eenmaal' essentieel van elkaar verschillen. Na de aanvankelijke euforie over de aangetoonde kloof tussen mannen- en vrouwenbreinen klinken er eindelijk tegengeluiden.

Auteurs als de Australische onderzoekster Cordelia Fine ('Waarom we allemaal van Mars komen'), haar Amerikaanse collega Rebecca Jordan-Young, en in ons land de wetenschapsjournaliste Asha ten Broeke ('Het idee m/v') wezen er recentelijk op dat het sekseonderscheid veel minder in stenen tafelen gebeiteld staat dan Dick Swaab en zijn talloze volgelingen ons willen doen geloven.

Het mensenbrein is vanaf het prilste begin 'plastisch', reageert op de omgeving en verandert daardoor permanent. Determinatie bestaat niet. De waarheid ligt voorlopig, heel saai, in het midden: we zijn wie we zijn door aanleg én omgeving, door nature én nurture - in een uiterst complexe wisselwerking. En dan nog is de variatie tussen meisjes onderling, en tussen jongens onderling, vele malen spectaculairder dan het verschil tussen jongens en meisjes als groep.

Geen enkele reden, kortom, om ons te bekeren tot het modieuze hersenevangelie. Het is gebaseerd op drijfzand.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden