Het heldere doel ontbrak

Jaap de Hoop Scheffer schiep de afgelopen jaren eerder verwarring dan duidelijkheid over het CDA. Op cruciale ogenblikken hield hij zich gedeisd en openbaarde zich de katholieke politicus: de politicus die consensus zoekt, niet aanscherpt maar afvlakt, iedereen te vriend wil houden. Die houding verdroeg zich moeilijk met het uitdragen van een heldere boodschap. Een reconstructie van zijn val.

ARP-leider Abraham Kuyper werd in 1874 verrast door een brief van zijn politieke vijand, de liberaal Kappeyne van de Copello, die hem verzocht toch vooral deel te nemen aan het Tweede-Kamerdebat over de lager-onderwijswet. Van de Copello had behoefte aan het krachtige oppositionele tegengeluid van 'de Geweldige', ook om zijn eigen geest scherp te houden.

Hij schreef: 'Ik zou er zeer prijs op stellen dat Uwe tegenwoordigheid in de Kamer niet werd gemist, want welk beginsel ook zegeviert, het is wenselijk dat elk beginsel krachtig verdedigd wordt.' Nu had Kuyper het in zijn tijd aanzienlijk gemakkelijker dan Jaap de Hoop Scheffer, zijn verre erfopvolger, die gedurende zijn vierjarig CDA-leiderschap nimmer overtuigde als oppositieleider, noch als voorman van de christen-democraten. Kuyper had zowel een herkenbare vijand - de liberalen - als een helder doel - de politieke en maatschappelijke emancipatie van de gereformeerden. De Hoop Scheffer ontbeerde beiden.

Om het CDA te positioneren als hét alternatief voor Paars is lastig, als deze 'vijand' op cruciale terreinen het beleid voortzet waarvoor het CDA destijds als coalitiepartij tekende. Met twee van de drie paarse partners, PvdA en VVD, heeft het CDA bovendien langdurig de regering gedeeld. En die keer dat De Hoop Scheffer met zijn fractie nadrukkelijk afstand nam van Paars, in de kwestie-Eritrea, vormde een ongeloofwaardige breuk met het eigen verleden. Door zich te keren tegen uitzending van Nederlandse militairen naar Eritrea, zelfs tegen elke deelname aan toekomstige VN-missies in Afrika, brak het CDA met een oude traditie van internationale solidariteit.

Het heldere doel ontbrak door het gebrek aan een heldere ideologische boodschap. De verstoting uit de regering die in 1994 volgde op de dramatische verkiezingsnederlaag, bracht deze partij van geroutineerde bestuurders in een ongekende situatie. Het CDA ging tastend rond, op zoek naar nieuw ideologisch houvast.

Aanvankelijk zochten sommige CDA'ers, vooral in het Wetenschappelijk Instituut, het in een soort eigentijdse 'antithese'. Zoals Kuyper destijds het liberalisme onverzoenlijk verklaarde met het christelijk geloof, schetsten zij een onoverbrugbare tegenstelling tussen individualisme dat Paars bevorderde en de gemeenschapszin waarvoor het CDA zich inzette. Dat soort christen-democratische cultuuranalyses zullen echter in de lucht blijven hangen, zolang zulke tegenstellingen in het dagelijks leven diffuus en daardoor moeilijk zichtbaar zijn.

Ook De Hoop Scheffer schiep eerder verwarring dan duidelijkheid over wat het CDA nu eigenlijk bedoelde. Weliswaar sprak hij bij gelegenheid van een 'nieuwe antithese' tussen materiële en immateriële waarden, maar in het vervolg liet hij na aan te geven hoe deze tegenstelling zichtbaar wordt. Het euthanasiedebat vertoonde een vergelijkbaar patroon waarin De Hoop Scheffer eerst verbaal hoog inzet, om vervolgens weg te duiken. Aanvankelijk politiseerde hij dat onderwerp zwaar en viel hij Paars aan op zijn weerzin van een overheid die 'grenzen trekt', maar op het moment suprême, bij de stemming over de euthanasiewet, bleef de CDA-leider onzichtbaar door zelfs van een stemverklaring af te zien.

Met die neiging zich op zulke ogenblikken gedeisd te houden, openbaart zich de katholieke politicus in De Hoop Scheffer, de politicus die consensus zoekt, niet aanscherpt maar afvlakt, iedereen te vriend wil houden. Zo'n houding verdraagt zich moeilijk met het uitdragen van een heldere boodschap. Daarom is De Hoop Scheffer onvoldoende uit de verf gekomen als vertolker van de sociaal-christelijke koers, hoe helder die lijn ook is terug te vinden in de ideeën over gezinsbeleid, eerlijk delen van zorg en arbeid en gerichte lastenverlaging voor lagere en middeninkomens.

Die vaagheid maakt het voor het CDA des te moeilijker in te breken in de kiezersgroep van de rand- en buitenkerkelijken. Alleen ten tijde van Lubbers' leiderschap slaagde de partij daarin, dankzij diens economische saneringsbeleid. De christen-democraten zijn tegenwoordig op rand- en buitenkerkelijken aangewezen om, in zetels geteld, een relevante positie in het parlement te houden. Toenmalig partijvoorzitter Helgers schetste de vaste kiezersgroep van het CDA eens als 'een langzaam leeglopende vijver'. Ze zijn gelovig, laag opgeleid, wonen op het platteland en zijn vooral oud. Alleen al door hun hoge gemiddelde leeftijd sterft bij elke verkiezing letterlijk anderhalve zetel van het CDA af.

Vandaar de noodzaak aantrekkingskracht op de rand- en buitenkerkelijken uit te oefenen. Sinds de jaren zestig is de 'natuurlijke' achterban snel ingekrompen, als gevolg van secularisatie en ontzuiling. Vooral bij de katholieken ging dat proces in een razend tempo. Hun partij, de KVP, halveerde in tien jaar tijd, wat net als bij het CDA nu gepaard ging met de ene leiderswisseling na de andere. Zowel met dat snelle verval in de kiezersgunst, als met de wisselingen aan de top is het CDA van nu vergelijkbaar met de KVP van toen.

In dit complexe geheel, met een verstoting uit de regering, een verlies van 25 zetels in twee verkiezingen, geen herkenbare politieke vijand, een onhelder doel en een 'natuurlijke' kiezersgroep die kleiner en kleiner wordt, zullen alleen politiek leiders van groot formaat staande blijven.

De Hoop Scheffer miste de statuur voor deze opgave. Dat komt niet het minst door zijn opvatting over de gewenste stijl van oppositievoeren. Hij is daarin vergelijkbaar met Abraham Kuypers tegenvoeter in eigen kring, jonkheer De Savornin Lohman. Kuyper, de 'klokkenist der kleine luyden', hanteerde in zijn strijd tegen de liberale overheersing de moker. De verfijnde aristocraat De Savornin Lohman daarentegen, wiens favoriete vrije tijdsbesteding het lezen van arresten van de Hoge raad was, meende dat ook een oppositiepartij nooit het kabinet mag aanvallen. 'Wij zijn gouvernementeel, omdat 's lands belang eischt dat, als men zelf niet aan het roer staat, men toch anderen niet beletten moet om vooruit te stevenen', schreef hij.

Precies over dit thema: de stijl van oppositievoeren, ging het de allereerste keer dat De Hoop Scheffer zijn voorganger Heerma aanviel. In een achterafzaaltje van een klein kerkje in Leiden, voor een gehoor van studenten, hekelde hij Heerma, die meende dat het CDA elke kans om het kabinet-Kok ten val te brengen moest aangrijpen, óók als de christen-democraten daarvoor een standpunt moesten omarmen dat niet het hunne was. ,,Niet doen dus'', zei De Hoop Scheffer kortweg. Hij verweet zijn fractievoorzitter 'lichtvaardigheid'.

Op die avond, op 11 maart 1997, werd De Hoop Scheffer gesecondeerd door de man die hij zijn 'politieke peetvader' noemde, Norbert Schmelzer. De voormalige KVP-leider speelde met twee andere katholieke politici, Dries van Agt en Hans Hillen, de rol van picador, de knecht van de stierenvechter die in de arena eerst de stier met speren verwondt, voor zijn meester het dier de doodsteek toebrengt. Hillen deed dat in de wandelgangen van de Tweede Kamer, door wie het maar wilde horen te vertellen over Heerma's zwakke leiderschap. Van Agt nam de tv-kijkers voor zijn rekening.

Het belangrijkste argument dat de voorvechters van een leiderswisseling in het CDA destijds aanvoerden, was dat 'Jaap' zo'n goede 'debater' was. Die faam, die hij als buitenlandwoordvoerder vooral verwierf in zijn confrontaties met PvdA-minister Pronk, maakte hij de afgelopen jaren niet waar. De onenigheid van de stijl van oppositievoeren keerde vorige week terug in de machtsstrijd tussen De Hoop Scheffer en Van Rij. De afgetreden partijvoorzitter verweet De Hoop Scheffer zich in het debat te afwachtend en defensief op te stellen. In plaats van de eigen positie van het CDA te markeren, liet hij zijn opvattingen volgens Van Rij al te zeer afhangen van de inbreng van de coalitiefracties.

Het partijbestuur hoopt vanavond een lijsttrekker te kunnen kandideren die zal slagen waar Brinkman, Heerma en De Hoop Scheffer faalden, sinds het CDA in 1994 de tocht door de woestijn begon. Van Rij zelf? Van Geel? Balkenende?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden