Het heilige secularisme?

In Duitsland woedde deze zomer een opvallend debat over godslastering. De conservatieve auteurs Martin Mosebach en Robert Spaemann stelden dat een verbod op godslastering de seculiere identiteit van Duitsland weer veilig moet stellen. Het debat is symptomatisch voor de zoektocht naar religieuze fundamenten die ook in Nederland voor verwarring zorgt.

Op dit moment is het in Duitsland alleen mogelijk om uitingen te veroordelen die de openbare orde in gevaar brengen. Spaemann stelde in de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat dit in de praktijk ertoe leidt dat alleen moslims kunnen rekenen op respect voor hun religie, omdat zij 'vaker naar geweld grijpen dan christenen'. Daarom worden kwetsende uitingen jegens agressieve moslims eerder problematisch gevonden dan kwetsende uitingen jegens vreedzame christenen. Terwijl juist het christendom beschermd zou moeten worden, omdat het de christelijke wortels zijn die de seculiere staat zijn fundament geven. Daarom, stellen de auteurs, moeten de christelijke wortels beschermd worden om de seculiere staat te redden.

Het debat in Duitsland concentreert zich rond de 'Böckenförde- Paradox', genoemd naar Ernst-Wolfgang Böckenförde. In 1976 stelde hij dat de liberale, seculiere staat die neutraal tegenover religie staat, religieuze wortels heeft. Stel je de maatschappij voor als een schip op zee waarvan je niet aan de bodem kan sleutelen. Zo draagt het seculiere schip de religieuze kiel waarmee het ooit is gebouwd onherroepelijk met zich mee.

Wat destijds vooral een academische discussie was, is in de laatste tien jaar in veel West-Europese landen nijpend actueel geworden: wat is het fundament van noties als tolerantie en een neutrale overheid?

Zo gaan ook in Nederland discussies over de islam als gevaar voor onze seculiere maatschappij in werkelijkheid vaak over de fundamenten van de maatschappij. Een groeiend aantal politici en publicisten is het erover eens: dit fundament is judeo-christelijk, en we moeten dit fundament weer gaan verdedigen. De gevolgen van deze denkwijze zijn verreikend: als de seculiere maatschappij in feite christelijk is, wat betekent secularisme dan nog? Houdt het bevestigen van christelijke wortels inderdaad automatisch een superioriteitsgevoel en intolerantie voor de islam in?

Deze kwestie is niet alleen van belang voor gelovigen die de historische rol van 'hun' geloof nogal eenzijdig geïnterpreteerd zien worden. Ook niet-gelovigen kunnen niet langer met eenzelfde vanzelfsprekendheid aanspraak maken op de neutraliteit van voorheen seculiere progressieve begrippen - al is het maar omdat zo'n beetje de hele progressieve agenda gekaapt is door de 'superieure' judeo-christelijke cultuur van Geert Wilders.

Al jaren gaat de discussie te vaak over de niet-seculiere islam. Maar het is beter om te discussiëren over wat ons eigen religieus-politiek fundament is. 'Judeo-christelijk' betekent nu nog te vaak slechts 'niet-islamitisch'. Maar 'niet-islamitisch' is geen fundament, het is een negatieve definitie die bij gebrek aan inhoud maar al te vaak voor fundament wordt aangezien.

Zowel in Duitsland als in Nederland is het tijd voor een discussie over wat in deze post-seculiere tijden heilig is.

Ernst van den Hemel (1981) is religie- en literatuurwetenschapper. Nuweira Youskine heeft vakantie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden