EssaySchaduwkant

Het heilige gezin: een disfunctioneel gezin?

Tegenwoordig heet het gezin waarin het Kerstkind opgroeide disfunctioneel. Z’n broers vonden Jezus maar mesjogge.

‘Help, mijn broer denkt dat hij de Messias is.’ Deze verzuchting zal weleens geklonken hebben in het gezin dat de heilige familie wordt genoemd. ‘Heilig’ in de betekenis van ‘anders dan normaal’, ‘apart’ – vandaag zouden we misschien zeggen: een disfunctioneel gezin. Voer voor psychotherapeuten.

Want ga maar na. Jezus groeide op in een gezin waaraan niets menselijks vreemd was. Zijn moeder Maria was onverklaarbaar zwanger van hem geworden. Een wonder, zegt het geloof, maar op de Russische kersticonen kijkt echt­genoot Jozef tobberig voor zich uit, hij maakte volgens het evangelie bepaald geen vreugdedansje over deze merkwaardige zwangerschap. Volgens de filosoof Celsus was Jezus de onwettige zoon van een Romeinse soldaat, wat geen raar idee is. Destijds liepen er in het roerige boerenland van Galilea aardig wat soldaten rond die op een avontuurtje of erger uit waren. Tijdens een felle discussie in het Johannesevangelie roepen Jezus’ tegenstanders: “Wíj zijn (anders dan jij) geen bastaardkinderen!” Een stoot onder de gordel, maar altijd nog minder erg dan mesjogge verklaard worden door je eigen familie.

Jezus was ‘anders’. Wie de evangeliën leest, moet wel concluderen dat hij thuis al de zondebok was die hij later in de theologie van de verzoening zou worden. In gezinstherapie heet zo’n joch de identified patient. Hij draagt de schaduw van het gezin. Wat er thuis broeit aan onuitgesproken verwachtingen en verwijten wordt op hem gedumpt. Zo houdt de rest schone handen: “Hij moet in therapie, niet wij.”

“Kind wat heb je ons aangedaan?”

Zo vertelt het evangelie van Lucas dat Jezus al op twaalfjarige leeftijd discussieerde met geleerden in de tempel. Maar zijn ouders Jozef en Maria, die hem dagenlang hadden gezocht, ­waren niet echt trots op hem. Het eerste wat zijn moeder riep was: “Kind wat heb je ons aangedaan?”

Een reactie die typerend is voor ouders die al veel met een kind te stellen hebben gehad en bij voorbaat alleen maar meer narigheid verwachten. Misschien is de stress vader Jozef te veel geworden. Want hierna verdwijnt hij van het toneel. Een tiener die opgroeit zonder vader kan iets grenzeloos krijgen. Het zal bijgedragen hebben aan Jezus’ verlangen naar de Oneindige die hij met abba (vader) aansprak. Ook kan zijn hang naar een wijdere horizon gestimuleerd zijn door zijn jeugd in Nazareth, opeengepropt in een eenkamerhuis met een moeder over wie gefluisterd werd, en minstens zes broers en zussen. Dat waren halfbroers en -zussen, zegt de latere kerk, die anders in de knoop komt met het dogma ‘Maria altijd maagd’. Jozef zou ze als bonuskinderen hebben ingebracht uit een vorig huwelijk. De heilige familie als samengesteld gezin. In elk geval is opmerkelijk dat, in tegenstelling tot Maria’s familie, niemand van Jezus’ broers in hem geloofde.

Als Jezus al niet hoogbegaafd was, was hij in elk geval hoogspiritueel. Een Mozart van de Thora. Het moet de overlevering geïnspireerd hebben waarin hij als jonge tiener leraren de les leest. Het Lucasevangelie voegt toe dat Jezus ‘in wijsheid’ toenam. Nu wordt wijsheid in de regel duur betaald. Zondebokken krijgen gedragsproblemen. Voordat hij zijn laatste melktand kwijt was, had Jezus volgens de legende al een danige reputatie opgebouwd. Het apocriefe

Thomasevangelie (150 n. Chr.) schildert hem af als een ettertje. Hij is ongehoorzaam, opvliegend en past zijn bovennatuurlijke krachten gemeen toe. Als een jongen tegen hem aan botst, wordt Jezus boos en zegt: ‘Jij zult niet verder lopen.’ De jongen valt dood neer.'

Jezus als buitenbeentje

Kinderen die thuis uit de toon vallen zijn minder ingebed in de sociale conventies en maatschappelijke structuren. Zo was het ongewoon dat Jezus niet trouwde. Dat zie je wel vaker bij mensen die geen prettige herinneringen hebben aan het gezin, die merkwaardige minisamenleving die net zolang duwt en trekt aan nieuwgeboren mensen totdat ze passen in de oude wereld.

Ook had Jezus’ ervaring als buitenbeentje hem met eenzaamheid vertrouwd gemaakt – niet alleen als een gemis maar ook als bron van zelfwording. Zijn eenzaamheid, als een soort stilte om hem heen, was zo typerend voor hem dat de liturgie van de oudste (Oosterse) kerk al in het kerstverhaal opmerkt: te midden van drommen herders en engelen ‘gaf de eenzaamheid hem een voederbak’.

Maria straft Jezus.

Het is een cliché dat een lastige jeugd voor kunstenaars een goudmijn kan zijn, die je kan openen voor de existentiële en spirituele dimensie van het bestaan. Tegelijk zat er in het DNA van Maria’s familie iets profetisch. Jezus voelde zich aangesproken door zijn eveneens onaangepaste neef Johannes de Doper, zoon van zijn tante Elisabet. Met barse, oordelende stem verbrak die vier eeuwen van profetische stilte in Israël. Gehuld in een stinkend kamelenvel doopte Johannes mensen in de Jordaan. Na zijn gevangenneming nam Jezus de prediking van zijn neef over, zoals hij eerder het timmermanswerk van zijn overleden vader had voortgezet. Paradoxaal genoeg kan juist de zondebok van het gezin op zijn manier een grote familie­loyaliteit aan de dag leggen.

Gaandeweg loutert en verdiept zijn existentiële eenzaamheid zich tot een spirituele eenzaamheid. Jezus bewaarde een innerlijke leegte, als de stilte van de woestijn en het zwijgen van de bergen waarin hij zich regelmatig terugtrok. Een leegte waardoor hij mee kon voelen met de ‘armen van geest’ en met de rijken die zich innerlijk uitgehold voelden. Om het met de mysticus Meister Eckhart te zeggen: in Jezus’ leegte kon God zichzelf zijn.

Een vrolijke trouwpartij

Hij gaf een originele draai aan de verkondiging van Johannes de Doper, wat de laatste in verwarring bracht. Jezus zei niet alleen: “Bekeer je, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen”, maar ook: “Kijk, dat rijk is al gekomen”. Hij wees daarvoor naar de lammen die weer gingen lopen en de blinden die weer konden zien. Reden voor hem om de beker wijn te heffen, heel anders dan zijn tanige neef. Het Johannesevangelie lanceert zijn missie op een vrolijke trouwpartij in Kana. Wanneer moeder Maria hem daar bezorgd aan de mouw trekt omdat de wijn opraakt, valt Jezus tegen haar uit: “Vrouw, wat heb je met mij te maken?” Zijn weg met God was ook een manier om weg te komen uit het gezin.

Het familieconflict komt in alle openheid tot uitbarsting op een ander moment aan het begin van zijn prediking, waarover alle vier evangeliën vertellen. Het gezin, inclusief zijn moeder, vormt één front tegen Jezus. Ze willen hem naar huis terughalen want ‘zijn broers geloofden niet in hem’; volgens hen had hij ‘zijn verstand verloren’. Opvallend is dat ze iemand stuurden en zelf buiten bleven wachten. Ze moeten zich voor hem doodgeschaamd hebben. Wie wil er nou familie zijn van een verward persoon die roept dat het einde van de wereld gekomen is? Een mesjogge messias?

Jezus verwerpt hun claim op hem en zegt dat alleen degene die Gods wil doet, zijn broer of zus is. Ook verzucht hij dat een profeet niet in zijn eigen vaderstad wordt geëerd. Hier klinkt de pijn door van de zondebok die zich niet gehoord en gezien voelt. Hij schetst het gezin als een waar slagveld. “Wie niet breekt met zijn vader en moeder en broers en zusters kan mijn leerling niet zijn.” En: “Ik kom verdeeldheid brengen. Vanaf heden zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie.” Waarom vijf? Bij Jezus thuis waren er vijf broers.

‘Zoon van de donder’

Naast Jezus waren dat Jakobus, Jozef, Judas (nee, niet die Judas) en Simon. Over de zusters is niets bekend. Buiten Jakobus worden de ‘broers van de Heer’ slechts eenmaal door de apostel Paulus genoemd en dan alleen vanwege hun reislustige gelovige vrouwen. Als waarschijnlijk de oudere zoon die de plaats van vader Jozef in het gezin innam, zal Jakobus de meeste moeite met Jezus hebben gehad. Hij moet degene zijn geweest die de mislukte zoektocht op touw zette om zijn dwalende broer naar huis te halen. Anderzijds vertrouwt Jezus, in zijn laatste eenzaamheid aan het kruis, de zorg voor Maria niet aan Jakobus toe, maar aan zijn leerling Johannes. Ook hier negeert hij de gezinsband. Aan het begin en einde van Jezus ’ missie staat dus een Johannes, allebei neven van Maria’s kant.

Over familiebedding gesproken. De eerste is Johannes de Doper en de laatste is waarschijnlijk een zoon van tante Salome (nee, niet de dansende dochter van Herodes). Ook deze Johannes blijkt behept met het profetische familie-DNA. Bijgenaamd ‘zoon van de donder’ is hij voorbestemd om een boek als een aardbeving te schrijven: Openbaring.

Een aspect van gezinstherapie heet cognitieve ‘reframing’. Daardoor ga je het onhandelbare gezinslid in een nieuw licht zien. Zonder religieuze taal tot psychologie te willen reduceren, lezen we bij Paulus dat Jakobus door een openbaring van de verrezen Jezus tot geloof kwam. Hij wordt een ascetische christen met, zo wil de overlevering, eelt op zijn knieën als een kameel vanwege het vele bidden. Dat doet meer denken aan zijn neef Johannes de Doper dan aan broer Jezus. Jakobus blijft zichzelf als de verantwoordelijke oudere zoon zien, wat hem in aanvaring zal brengen met Petrus over de vraag wie de leiding over de jonge kerk heeft.

Pijnlijke barsten in het gezin

Maria’s bezorgdheid over Jezus lijkt groter te zijn geweest dan haar geloof in hem. Had ze ambivalente gevoelens vanwege zijn herkomst? In het pinksterverhaal vinden we echter ‘de moeder van Jezus’, samen met ‘zijn broers’ en de overige leerlingen, in gebed. Bad ze tot God? Tot haar zoon? Tot de Zoon? Achteraf moet ze bedacht hebben dat de pijnlijke barsten in haar gezin een wel heel weidse horizon hadden ontsloten.

De bijzondere indruk die Jezus op zijn leerlingen maakte, zijn bezieling of ‘geest’ die zelfs de dood niet kon uitdoven, leidde tot het ontstaan van de kerk. Die is warempel een nieuwe heilige familie, compleet met gelovigen die elkaar ‘broeder’ en ‘zuster’ noemen, en later ook met een papa-paus. In dit ‘huisgezin Gods’ wordt Jezus niet als mesjogge verworpen.

Hoewel? Vaak wordt de koppige wijn van zijn verkondiging verwaterd tot een religieus correcte pauselijke bul of synoderapport. Voeg daaraan een hoop gehakketak toe en we zien dat ook de heilige familie die kerk heet dysfunctioneel kan zijn.

De conclusie is dat familie gedoe blijft. Gelukkig, om Oscar Wilde te parafraseren, kunnen we na een goed kerstdiner iedereen vergeven – zelfs onze familieleden, zelfs de kerk.

Theoloog Jean-Jacques Suurmond (1950) was columnist voor Trouw. Hij is psychotherapeut en predikant. Lees de columns van Jean-Jacques hier terug.

Lees ook:

Jean-Jacques Suurmond stopt: ‘Niets is zelf God, alles verwijst naar God’

Na dertien jaar stopt Jean-Jacques Suurmond met zijn columns. Hij heeft zijn lezers voorbij de vaststaande beelden willen voeren, op weg naar ‘het goddelijke geheim’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden