Het heikele punt: registreren of niet? ?Al lang geen taboe meer?

Politici spreken nu over het registreren van de afkomst van criminelen, maar wetenschappers doen al jaren onderzoek naar het verband tussen misdaad en afkomst. „Nergens wordt zoveel onderzoek naar dit onderwerp gedaan als in Nederland.”

Eerst was er Job Cohen, die zei dat het vaak Marokkaanse jongens waren, die mensen van hulpdiensten zoals de ambulance, belagen. Dat moest maar eens ’benoemd’ worden. Vervolgens deed de minister van binnenlandse zaken daar nog een schepje bovenop: de etniciteit van daders zou voortaan door de politie bijgehouden moeten worden, zei Guusje ter Horst in Het Parool. Want als is vastgesteld dat iets bijvoorbeeld een typisch ’Marokkanen-probleem’ is, kan het goed aangepakt worden, meent de minister, die in dit verband vooral heil ziet in het betrekken van de Marokkaanse gemeenschap bij het zoeken naar oplossingen.

Onderzoek naar de afkomst van daders is helemaal niets nieuws. „We weten al zoveel over de relatie tussen etniciteit en crimineel gedrag”, zegt Frank Bovenkerk, hoogleraar criminologie aan het Willem Pompe Instituut. Hij doet al jaren onderzoek naar multiculturaliteit in de strafrechtspleging. „Ik ben benieuwd wat Ter Horst precies wil bereiken met dit plan. Ik denk namelijk dat de wetenschap veel van haar vragen al kan beantwoorden.”

Politie en justitie maken, op allerlei manieren, al gebruik van kennis over culturele achtergronden van delinquenten. Vooral bij preventie van criminaliteit lijkt dat nuttig.

Toen enkele jaren geleden bleek dat Turken relatief veel huiselijk geweld plegen, en dat Turkse slachtoffers van huiselijk geweld nauwelijks naar de politie stappen, werden speciale voorlichtingprojecten voor Turken opgezet. Cultureel antropoloog Hans Werdmölder, hoofddocent aan de Universiteit van Utrecht, geeft nog een voorbeeld. „Als uit onderzoek blijkt dat Marokkaanse jongeren rottigheid op straat uithalen, als gevolg van een gebrekkige opvoeding die bij de Marokkaanse cultuur hoort, moet de overheid zijn beleid dus op die opvoeding gaan richten.”

Gegevens over etniciteit zijn niet alleen handig voor politie en justitie, denkt de antropoloog. „Ook voor onderzoek naar segregatie is het zeer bruikbaar. Of voor medische doeleinden. Schizofrenie blijkt onder Marokkanen bijvoorbeeld veel meer voor te komen dan onder Nederlanders. Dergelijke problematiek kan weer een relatie hebben met crimineel gedrag.”

Ook in het dagelijkse politiewerk wordt kennis over culturele achtergronden al veel toegepast, vertelt Bovenkerk. „Zo leren agenten bijvoorbeeld dat je Antilliaanse jongens, als je met ze praat, niet moet aanraken, want dan exploderen ze. Zelfs in de uitvoering van de straffen speelt afkomst soms een rol, vertelt Bovenkerk. „We hebben jaren geleden een jeugdinrichting speciaal voor jonge Marokkaanse delinquenten gehad.”

Voor opsporingsdoeleinden is het moeilijker toe te passen, legt hoogleraar criminologie Joanne van der Leun (Universiteit Leiden) uit. Want daar ligt het gevaar van stigmatisering op de loer. „Je kunt kijken naar risicofactoren bij bepaalde groepen en daar dan bij die groepen alert op zijn, maar daar gaat wel een boodschap vanuit”, waarschuwt ze. „Het is de vraag hoe ver je daar in wilt gaan. Dat blijft balanceren tussen goede opsporing en stigmatiseren.”

Aan afkomst van daders moet ook niet te veel gewicht worden toegekend. Want, zo blijkt ook uit criminologisch onderzoek, in veel gevallen is niet zozeer de etnische afkomst, alswel de (achterstands-)omgeving waarin probleemjongeren opgroeien een belangrijke risicofactor voor crimineel gedrag.

Juist omdat er al zoveel bekend is over etniciteit en criminaliteit, toont ook Van der Leun zich enigszins verbaasd over het plan van Ter Horst. „Er wordt al zoveel onderzoek naar gedaan. En daaruit blijkt dat sommige groepen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers. Ook het onderzoekinstituut van het ministerie van justitie heeft die informatie al lang”, zegt ze. „De uitspraken van de minister laten vooral zien dat er een enorme kloof is tussen de wetenschap en de beleidsmakers.”

Hans Werdmölder echter, snapt Ter Horst wel. „Het wordt steeds moeilijker om etniciteit vast te stellen. Zeker bij de tweede- en derde-generatieallochtonen. Veel Marokkaanse jongeren zijn hier geboren, of hebben een dubbele nationaliteit. Aan de politie geven ze alleen de Nederlandse op, en zo komen ze dan als Nederlander in de statistieken, en juridisch klopt dat natuurlijk. Maar ze hebben wel een etnische afkomst die een rol kan spelen in hun problematiek”, zegt hij. „Voor mij als wetenschapper is het bovendien moeilijk om alle persoonlijke gegevens van delinquenten boven tafel te krijgen, omdat niet alle gemeenten mee willen werken.”

Hoe dan ook: minister ter Horst wil naar eigen zeggen af van het ’taboe’ op een verband tussen etniciteit en criminaliteit. Een taboe? Werdmölder moet erom lachen. „Het was vroeger wel een heikel punt ja, maar dat is in de wetenschap al jaren niet meer zo.”

Van der Leun beaamt dat: „Internationaal wordt nergens zoveel onderzoek gedaan naar dit onderwerp als in Nederland. Buitenlandse collega's vragen me keer op keer: ’hoe is het toch mogelijk dat dat bij jullie allemaal maar kan?’”

Nederland loopt voorop, o zegt ook Bovenkerk. „Het is nu kennelijk stoer om te zeggen dat je een taboe gaat doorbreken, maar het wordt in geen enkel land ter wereld zo uitgebreid onderzocht als in Nederland. Het is al jaren het populairste onderwerp onder mijn studenten. Ik zou het om willen draaien: het wordt hier steeds meer een taboe iets ten gunste van buitenlanders te zeggen. Als je iets positiefs zegt, word je als ’onrealistisch’ terzijde geschoven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden