Het heel kleine groot maken

In haar nieuwe boek 'En dan nog iets' gaat Paulien Cornelisse voort met haar beschouwingen over ons taalgebruik. Eigentijdse woorden zijn voor haar als kleren: 'Ongeveer even onbelangrijk.'

Wie met Paulien Cornelisse in gesprek gaat is zich stiekem net iets meer bewust van wat hij zegt dan bij iemand anders. Je zal er maar per ongeluk 'Ik heb zoiets van' uitflappen. Dat nooit. Gelukkig stort ze zich vol overgave op de ministroopwafels, die zojuist zijn aangevoerd.

Paulien Cornelisse en haar vermogen ons taalgebruik droogkomisch en luchtig te analyseren, het is een groot succes. Van haar eerste boek 'Taal is zeg maar echt mijn ding' gingen meer dan 400.000 exemplaren langs de scanner en 'het zou zomaar kunnen' - om dan toch maar in de sfeer te blijven - dat haar nieuwste bundel dat record nog breekt. Een voltijdbaan lijkt het, die van taalwaarnemer. Want taal stopt nooit.

Welke bruikbare uitdrukkingen hebt u onlangs gehoord?
"Ik ben 'De Buurman' van J.J. Voskuil aan het lezen en daar kwam ik het idiosyncratische scheldwoord (specifiek voor een persoon, vaak zelfbedacht - jvv) 'tjeumiemijne' tegen. Daardoor dacht ik ook ineens aan woorden als 'potdikke'. Ik wil wel eens van zulk soort uitroepen gaan verzamelen.

"Wat ik ook laatst hoorde: 'Mijn vriendin en ik hebben elkaar nog eens aangekeken en toen hebben we besloten dat we het doen.' 'Elkaar nog eens aankijken', dat vind ik interessant. Als je er eenmaal veel over schrijft, dan ben je erop gespitst. Al moet ik er snel bij zijn, want taal stroomt alweer weg zodra je het vasthebt. Ik word boos op mezelf als ik niet opschrijf wat ik gehoord of gelezen heb."

Taal is overal. Kunt u nog wel door het leven zonder voortdurend taaltrends op te vangen?
"Soms hindert het mij, maar daar is een oplossing voor." (Ze grijpt naar haar tas en pakt haar iPhone eruit). "Podcasts! Als ik er gek van word dan doe ik die oordopjes in en dan ga ik naar Amerikaanse radioshows luisteren. Maar het is niet vaak nodig, hoor. Ik ben gelukkig niet altijd zo alert."

Mensen denken bij u vast vaak: o jee, daar heb je Paulien Cornelisse. Oppassen wat ik zeg.
"Soms merk ik aan anderen dat zij denken dat ik erop let wat ze zeggen, waardoor ik er zelf ook op ga letten. Op wat ik zelf zeg en op wat de ander zegt. Dan kan het een heel on-spontaan gesprek worden."

Terwijl u helemaal geen taalpurist bent. U vindt taal vooral leuk, stelt u in het boekje. Wat is de lol?
"Misschien is het vergelijkbaar met mensen die van kleren houden. Zelf houd ik helemaal niet zo van kleren, maar ik kan me voorstellen dat als je er wél van houdt, dat het dan leuk is als je een nieuwe combinatie van kleren hebt gevonden en die dan voor het eerst aantrekt. Het gebeurt iedereen wel eens dat je zo'n combinatie op straat ziet en dan denkt: Goh, hoe komen ze erop? Een lichte verbazing. Zo is het met taal ook. Het is ook allebei even onbelangrijk."

Ergert u zich dan nooit aan al die modewoorden?
"Ik ben heus geen taal-Gandhi, ik heb zeker mijn ergernissen. Maar ik vind het interessanter om me af te vragen waaróm het mij ergert. Die new age-taal bijvoorbeeld, stoort me. Die stelligheid erin, zo van: 'Ach, iedereen weet natuurlijk allang dat het zo en zo zit', die heb ik niet. Maar misschien zou ik dat wel willen hebben en is het jaloezie. Ik denk dat een ergernis - over welk onderwerp dan ook - meer zegt over de ontvanger dan over de veroorzaker. Het zal ook mijn psychologische achtergrond wel zijn en mijn opvoeding, waardoor ik eerder geneigd ben om me af te vragen waarom ik zelf zo denk in plaats van steeds te verzuchten 'dat de samenleving zo verandert'. Ik geloof dat de 'samenleving' helemaal niet zo is veranderd."

Kun je aan de buitenkant al zien welke taal bij welk type mens hoort?
"Ik heb wel vaak een vermoeden. Maar je kunt je er behoorlijk in vergissen. Iemand kan ontzettend mee- of tegenvallen. Regelmatig denk ik: zoals hij of zij praat, dat past helemaal niet bij diegene. Het is een leuk spel om mensen te observeren. Het heeft misschien niet helemaal met taal te maken maar laatst zag ik een ouder echtpaar in hetzelfde blauwe windjack, vermoedelijk gekocht bij de ANWB-winkel. Een ontroerend gezicht was het. Ze waren zo te zien helemaal gedesoriënteerd in de grote stad. Ik maak daar dan graag stemmetjes bij. Wat ik ermee bedoel te zeggen: blijkbaar beoordeel je iemand op allerlei aspecten en daar is taal er een van."

Iedere sector kent zijn eigen jargon. Zijn er uitdrukkingen waar vrijwel iedereen zich 'schuldig' aan maakt?
"Wat mij erg opvalt is dat heel veel uitspraken indekkend zijn."

Geef eens een voorbeeld?
"'Zeg maar'. Die is heel indekkend. Als ik tegen jou zeg: 'Ik ga zometeen, zeg maar, met een dominee koffie drinken', dan kan ik er nog onderuit, dat 'zeg maar' laat ruimte voor een uitweg. Kennelijk vinden we dat veilig en prettig. Al heb ik ook niet overal een verklaring voor. Ik weet vaak niet waarom ik sommige dingen niet zou zeggen."

Droogt taalgebruik als bron van uw oeuvre nooit op?
"Taal is niet de bron van alles wat ik doe. In mijn voorstellingen op het podium komt het wel voor, maak ik er wel gebruik van, maar als ik aan mijn bron denk, dan denk ik eerder aan het uitvergroten van het kleine. Ik kijk het liefste naar hele kleine dingen en die maak ik dan heel groot, heel gedetailleerd. Onbelangrijke dingen zijn het vaak. Dat gele bordje bij het stoplicht met dat mannetje erop, bijvoorbeeld. Daar ga ik op het podium heel lang over door. Ik denk dat ik sowieso eindeloos door kan gaan met dat groot maken van het kleine. Want dat verdwijnt niet. En misschien komt het nog, hoor, maar ik voel geen behoefte om de 'grote maatschappelijke onderwerpen' aan te snijden. Dat moeten anderen maar doen. Laat mij maar in mijn hoekje zitten."

Geboren: 24 februari 1976 te Amsterdam

Studies: Onder meer psychologie (afgerond), algemene taalwetenschap (niet afgerond).

Cabaret: brak in 2007 door toen ze tweede werd op het Leids Cabaret Festival. Eerste avondvullende voorstelling in 2008 ('Dagbraken'). In 2010 won Cornelisse de Neerlands Hoop, een prijs voor de 'meest veelbelovende theatermaker met het grootste toekomstperspectief'.Op het moment is ze bezig aan de laatste voorstellingen van 'Hallo Aarde'.

Schrijven: Naast haar twee boekjes over taal, schrijft ze rubrieken voor onder meer NRC Next en de glossy JAN.

Televisie: Cornelisse won in 1995 de Nationale Wetenschapsquiz (VPRO) en was in 2010 Zomergast (ook VPRO). Een jaar eerder zat ze in het panel van het vroegtijdig gestopte programma 'De tafel van 5' (Net5).

Paulien Cornelisse

ONGELOOFLIJK BEDANKT
Het tweede rare aan 'ik ga je ongelooflijk bedanken' is het element 'ik ga je bedanken'. Je verwacht dat er daarna hartelijk wordt uitgeroepen: 'Dus bedankt!'. Maar dat gebeurt niet. Je hoort het wel vaker, dat mensen aankondigen wat ze gaan doen, maar dat het bij die aankondiging blijft. Dat is blijkbaar al genoeg.

BIJ WIJZE VAN
Wat ik al mijn hele leven ontzettend vaak hoor: de toevoeging 'bij wijze van spreken'. 'Handbal is alles voor ons. We willen het beste van het heelal worden, bij wijze van spreken'.

'Bij wijze van spreken' geeft aan dat je aan het overdrijven bent. Spreken is blijkbaar het geëigende medium om mee te overdrijven - het is in ieder geval niet gebruikelijk om op te schrijven: 'bij wijze van schrijven'.

PUNTEN ZETTEN
Wat mij opvalt. Is dat jonge meisjes. Van zeg maar zestien. Ineens. Middenin een zin. Een punt zetten. En dan. Zeg maar. Best wel. Kordaat overkomen. Ineens.

Raar.

Uit 'En dan nog iets'. Paulien Cornelisse. Uitgeverij Contact, Amsterdam. ISBN 978 90 254 3803 6, €12,50 | 224 blz.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden