Het hart is terug in de hoofdstroom

Joodse mystiek is meer dan een rage, gelooft de Amerikaanse joodse godsdienstwetenschapper Arthur Green. Hij treft in de kabbalistische boeken briljante ideeën over hoe mensen hun leven kunnen veranderen in 'vaten' die God met zich meevoeren.

Leontine Veerman

Als de godsdienstwetenschapper Arthur Green het jodendom in het laatste decennium van de twintigste eeuw moet beschrijven, stelt hij één ontwikkeling voorop: de mystieke traditie is terug in de hoofdstroom. Rijen boeken over joodse mystiek en meditatie vullen opeens de boekenplanken van jesjiwot (joodse scholen) en begrippen als tsimtsoem (samentrekking) en 'het breken van de vaten' zijn opgenomen in het gewone joodse religieuze jargon.

En niet alleen in het jodendom, in heel de westerse wereld bestaat grote belangstelling voor kabbala. Kabbalistische centra springen uit de grond, de Zohar staat hoog op de boekenlijst en een popster als Madonna noemt zichzelf kabbalist.

Toch wil Green, hoogleraar aan Brandeis University (de Joodse top-universiteit in Boston) de interesse niet als een rage afdoen. ,,De kracht van de beweging mag je niet aan Madonna afmeten'', zegt hij. ,,Je hebt altijd mensen die in een nieuwe trend duiken of die verschillende goden tegelijk vereren. Maar daarnaast staan anderen van wie het leven door een religieuze ontdekking fundamenteel wordt beïnvloed.''

Met een lezing over de oprechtheid van de huidige belangstelling voor kabbala sloot Green zojuist een negendaagse 'zoektocht naar joodse spiritualiteit' af. Die was georganiseerd door Jakar, een cultureel centrum in Jeruzalem dat probeert binnen het jodendom meer aandacht voor de rijke wereld van de geest te kweken. ,,De joodse wereld moet zich aanpassen'', aldus rabbijn Mickey Rosen. ,,Het jodendom legt te veel nadruk op het rationele. Maar een vogel heeft twee vleugels, en van verstand alleen kun je niet leven. Spiritualiteit is een natuurlijk onderdeel van het religieuze leven.''

De vraag naar spiritualiteit bestaat in de westerse wereld al zeker een jaar of veertig. We hebben zen gehad, yoga, transcendente meditatie, hare krishna, boeddhisme, en nu is de kabbala aan de beurt. Green veronderstelt dat de ervaringen van de Tweede Wereldoorlog de behoefte hebben gekweekt. Lange tijd domineerde in het Westen een andere religie, vooruitgang geheten. De westerse mens dacht het duister te kunnen verslaan omdat hij wist waar het duister vandaan komt. Maar toen het westen met Auschwitz en met Hiroshima werd geconfronteerd, bleek de rationale wereld zelf monsters te hebben voortgebracht.

Green: ,,Mijn generatie is de eerste sinds de Zwarte Dood die leeft met het vooruitzicht dat alles wat we hebben gemaakt ook ineens kan worden weggevaagd. Dat bewustzijn vraagt om begeleiding. Waar kunnen we de waarheid vinden die ons helpt in deze beangstigende wereld? Wat biedt echt houvast?''

De poging om oude wijsheden op te sporen en in verschillende tradities een universele spirituele taal te vinden, noemt Green postmodern. Je woont in Loenen aan de Vecht, je ziet de beperkingen van de moderne wereld en dan schrijf je je maar eens in voor een weekend joodse mystiek. Indianen leven in harmonie met de natuur, boeddhisten weten alles over innerlijke vrede, de kabbala draagt kennis aan over de goddelijke aanwezigheid, en met behulp van het beste uit al die tradities kun je misschien door de existentiële crisis heenkomen. Baat het niet, dan schaadt het niet.

Maar woon je in Jeruzalem, waar kabbalisten jolig je flatgebouw binnendringen en proberen heilig water te slijten, dan kun je nauwelijks van een postmoderne belangstelling voor kabbalah spreken. In Jeruzalem is kabbala onderdeel van een levende religie die in veel opzichten pre-modern moet worden genoemd. In Jeruzalem kun je de kabbala niet op een afstandelijke, veilige manier bestuderen, maar bevind je je als beginnend kabbalist in een dilemma: ga je wel vooruit of ga je juist terug in de tijd?

Green onderscheidt verschillende vormen van kabbala. Algemeen gesproken is kabbala de joodse mystieke traditie die in de twaalfde en dertiende eeuw in Europa werd ontwikkeld. Die traditie werd tijdens de Verlichting binnen het West-Europese jodendom afgedankt. Juist in die tijd creëerden de chassidiem, in verzet tegen het elitaire rabbijnse jodendom, een populaire, eenvoudige, toegankelijke versie van kabbalah.

Tot slot bestaat al heel lang een praktische, magische vorm van kabbala die vooral binnen het Noord-Afrikaanse jodendom tot grote bloei is gekomen. Die variant gaat niet over diepzinnige ideeën maakt zich druk over geesten en demonen, en over de bescherming tegen onheil. Bijgeloof, aldus Green. De laatste variant heeft volgens Green vooral in tijden van nood grote aantrekkingskracht. Vraag je nu in Israël wat kabbala is, dan zullen veel mensen het niet associëren met de beroemde onderzoeker Gershom Sholem maar met rav Kedouri, de hoogbejaarde kabbalist die politici beschermende formules in het oor fluistert en amuletten meegeeft. Green zelf voelt zich al jaren aangetrokken tot de chassidische variant. Die overweldigt de mens niet met veel te ingewikkelde, abstracte theorieën over verlossing en openbaring maar begint met de praktijk. Het chassidisme spreekt heel direct over de manier waarop een mens kan leren de aanwezigheid van God in het dagelijkse leven te beleven.

Maar Green is geen chassied en heeft ook geen ambities in die richting, laat staan zijn vrouw. Hij ziet zich voor de taak een brug te slaan tussen verleden en heden, tussen chassidisme en de moderne mens. Daarmee is hij de eerste niet. Ook iemand als Martin Buber voelde zich aangesproken door de chassidische kabbalah en heeft in zijn tijd pogingen gedaan een 'neo-chassidisme' te ontwikkelen, dat wil zeggen, de principes van het chassidisme aangepast aan de moderne tijd.

Voor de toegankelijkheid van de chassidische kabbala voor niet-joden ziet Green mogelijkheden. Het is waar, de taal van het chassidisme is vijandig jegens niet-joden. De beweging kwam van de grond in een tijd dat tussen joden en christenen veel animositeit bestond. Maar Green gelooft in het bestaan van universele waarheden. Bijvoorbeeld. De kabbala heeft briljante ideeën over de mens en de relatie met God, zegt hij. Dat is niet de relatie van schepper en schepping, maar van de diepe structuur en de oppervlakkige verschijning. Als je graaft, ontdek je de eenheid van god. Een ander sleutelidee is dat het kwade afkomstig is van het goede. Als we het kwade op de juiste manier benaderen, kunnen we het terugbuigen naar de bron.

Dergelijke waarheden kun je buiten hun context bestuderen, zegt Green. Het religieuze systeem dat je gebruikt om universele waarheden uit te drukken kan best een andere dan het joodse zijn, zolang de waarheden maar aan een bepaalde ethiek zijn verbonden. Doe je het zonder systeem, dan is het gevaar groot van rage, van charlatans en van zaad op de rotsen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden