Het hart is een heel gevoelige pomp, dat zijn we soms vergeten

Beeld De Agostini Picture Library/Getty Images

Het hart is een pomp die soms opnieuw moet worden afgesteld. Daar zijn we goed in geworden, schrijft cardioloog Sandeep Jauhar. Daardoor zijn we vergeten dat factoren als stress of verdriet het hart kunnen schaden.

Barney Clark was een gepensioneerde tandarts uit Seattle. Het ging bergafwaarts met de 61-jarige die aan hartfalen leed. Op Thanksgiving Day hadden familieleden hem naar de eettafel moeten dragen, maar hij had geen hap door zijn keel kunnen krijgen. Een paar dagen later was zijn toestand acuut achteruitgegaan en werd hij tijdens een hevige sneeuwstorm naar het ziekenhuis gebracht om te worden geopereerd. Maar omdat hij ook longemfyseem had, kwam hij niet in aanmerking voor een harttransplantatie. De artsen gaven hem hooguit nog een paar uur.

Kunsthart

En zo kon het gebeuren dat Barney Clark op 1 december 1982 de eerste mens werd die een kunsthart kreeg ingebracht. Toen de zeven uur durende operatie voorbij was, stak een nieuwe storm op. Wekenlang namen verslaggevers en televisieploegen bezit van het ziekenhuisrestaurant om verslag te doen van de spectaculaire ingreep. Lezers en kijkers werden dagelijks bijgepraat over de medische ups en downs van Clark, die uiteindelijk na zestien weken aan meervoudig orgaanfalen zou overlijden.

Sommige wetenschappers beschouwden het experiment als een succes, maar het publiek was minder enthousiast. De een vond dat het onderzoek dat twintig jaar had geduurd en 200 miljoen dollar had gekost, het geld wegzoog bij waardevollere studies. De ander was van mening dat Clark als proefkonijn was misbruikt. Maar veel mensen hadden er vooral moeite mee dat een mensenhart was vervangen door een machine van aluminium en plastic. Voor hen was het hart nog altijd de zetel van de ziel. Of zoals zijn vrouw het verwoordde: “Is Barney nog wel in staat om van me te houden?”

De geneeskunde had zich in de eeuw daarvoor langzaam ontworsteld aan dat beeld. Tot eind negentiende eeuw was het hart voor chirurgen een no-go-area. Op alle belangrijke menselijke organen, waaronder de hersenen, waren toen al operaties uitgevoerd, schrijft de Amerikaanse cardioloog Sandeep Jauhar in ‘Het Hart’, dat vorige maand in Nederland werd uitgebracht. “Maar het hart nam een aparte plek in, werd omgeven door een laag cultuurhistorische verboden die veel dikker was dan het hartvlies.”

De vroege mens was zich al van die aparte positie bewust. Op rotstekeningen die de cro-magnonmens tienduizend jaar geleden maakte, staat het hart al sierlijk afgebeeld. De Egyptenaren verwijderden tijdens de mummificatie alle organen, maar het hart lieten ze zitten. Dat zou de eigenaar op zijn reis nog wel kunnen gebruiken. De oude Grieken kenden het hart vooral een symbolische betekenis toe. Zij dachten dat zijn centrale plek in het lichaam inhield dat het besliste over leven en dood.

Pomp

Iedereen beschreef het hart in metaforen, men had het over water dat de akkers bevloeit of tegen de oevers klotst, maar niemand die echt bestudeerde welke functie het had. Dat veranderde pas met William Harvey, die in 1628 zag dat het hart een pomp was en de bloedsomloop een gesloten circuit. Een pomp met kleppen en elektrische bedradingen, weten we nu, die zo’n drie miljard keer in een mensenleven het bloed de aderen instuwt, met de capaciteit om in een week tijd een zwembad te vullen. Cardiologie is loodgieterswerk, zegt de hartspecialist.

Meestal wordt Daniel Hale Williams de eer gegund de eerste te zijn geweest die het aandurfde om aan deze pomp te sleutelen. Op een bloedhete zomerdag in 1893 hechtte deze Amerikaanse arts de steekwonden aan het hart – aan het hartzakje, om precies te zijn – die een man tijdens een kroeggevecht had opgelopen. De operatie slaagde, de patiënt overleefde zijn chirurg ruimschoots. En het hek was van de dam.

Parade van pioniers

Een groot deel van Het hart van Jauhar is een parade van pioniers, die de cardiologie tot een van de succesvolste takken van de geneeskunde hebben gemaakt. Pioniers zoals de Duitse arts Werner Forssmann, die niet alleen als eerste een katheter in een menselijk hart inbracht, maar dat ook nog bij zichzelf deed. Op 12 mei 1929 bond hij zijn bovenarm af, maakte een diepe snee in zijn elleboogholte, sneed de ader door en stak een vijfenzestig centimeter lange buis naar binnen. Net zo lang totdat hij op röntgenbeelden zag hoe de buis in de rechterboezem van zijn hart verdween. Forssmann werd door de medische wereld weggezet als een kwakzalver, maar in 1956 kreeg hij alsnog de Nobelprijs.

Of neem de Engelsman George Mines die gefascineerd was door de elektrofysiologie van het hart. Hij ontdekte dat de hartcyclus een kwetsbare fase heeft. Als het hart juist in die fase een schokje krijgt – zelfs een stomp op de borst kan genoeg zijn – gaat het fibrilleren en stopt het met pompen. Mines overleed in 1914 op 28-jarige leeftijd, vermoedelijk doordat hij met stroomstootjes de kwetsbare fase van zijn eigen hart had willen onderzoeken.

In dat rijtje mag Walt Lillehei niet ontbreken. Eind maart 1954 opereerde deze Amerikaanse arts de kleine Gregory Glidden, die aan een ernstige hartafwijking leed. Dat leek onmogelijk. Voor zo’n operatie moest het hart worden stilgelegd en omdat de hersenen maar een paar minuten zonder zuurstof konden overleven, had de chirurg te weinig tijd voor de ingreep. Lillehei omzeilde dat probleem met wat hij een kruiscirculatie noemde. Hij koppelde Gregory’s hartje af en sloot zijn bloedsomloop aan op die van zijn vader. Zo voorzag een moeder haar foetus immers ook van zuurstofrijk bloed, bedacht Lillehei.

Niettemin stuitte de kruiscirculatie op veel verzet. Het zou de eerste operatie in de geschiedenis worden waaraan twee personen zouden kunnen overlijden. Dat gebeurde niet, Lillehei was zelfs redelijk succesvol met zijn techniek, maar hij werd uiteindelijk door de hartlongmachine ingehaald.

Dankzij nieuwe operatietechnieken, van dotteren tot harttransplantaties, of technische verworvenheden, zoals de defibrillator of de pacemaker, is de sterfte aan hart- en vaatziektes enorm afgenomen. Sinds het midden van de vorige eeuw is de kans om aan een hartaanval te overlijden met een factor tien verminderd. Toch overlijden wereldwijd jaarlijks 18 miljoen mensen aan hart- en vaatziektes. Dat is een derde van alle sterfgevallen. Meer dan 400 miljoen mensen kampen met hartproblemen.

Keerzijde

Het is de keerzijde van het succes, schrijft Jauhar. Het succes danken we aan het feit dat we het hart als een mechanisch apparaat zijn gaan beschouwen, waarin kleppen moeten worden vervangen of buizen schoongespoeld. En aan de risicofactoren voor hart- en vaatziektes die we zijn gaan onderscheiden. Toen de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog de strijd aanbonden met volksziekte nummer één, werd ook een groot onderzoek opgezet in Framingham, een doorsnee industriestadje in Massachusetts. Vijfduizend inwoners werden tientallen jaren gevolgd. Hoge bloeddruk, cholesterolgehalte, diabetes; het bleken allemaal voorbodes voor hartziektes.

In de loop der jaren werd het programma verengd tot factoren die meetbaar waren. Roken kwam erin, net als de familiegeschiedenis, maar psychosociale factoren als een scheiding of eenzaamheid, waar in 1948 nog naar werd gevraagd, raakten uit beeld. De rol van de emotionele of geestelijke gezondheid werd volgens Jauhar ondergewaardeerd.

Stressvolle omstandigheden

Hij moet daarbij denken aan zijn grootvader uit India, die in 1953 aan een hartaanval overleed. Officieel doordat buurtgenoten hem confronteerden met de slang die hem even daarvoor in zijn winkeltje had aangevallen, en waarvan hij toen pas zag hoe groot die was. Maar Jauhar vermoedt dat het meeste kwaad in de jaren daarvoor is geschied nadat zijn opa het geweld tussen hindoes en moslims in Punjab is ontvlucht en onder stressvolle omstandigheden in India heeft geleefd.

Hij refereert ook aan de statisticus Karl Pearson die aan het begin van de twintigste eeuw bij wandelingen over kerkhoven had opgemerkt dat echtelieden vaak binnen een jaar na elkaar waren overleden. Deze bevinding sluit aan op wat we inmiddels met zekerheid weten, schrijft Jauhar. “Hartzeer kan tot een hartaanval leiden, een liefdeloos huwelijk kan de oorzaak zijn van zowel een chronische als acute hartaandoening.”

Uit een uit 2004 daterend onderzoek bij bijna dertigduizend patiënten in 52 landen kwam naar voren dat psychosociale factoren als depressiviteit en stress in dezelfde mate tot hartaanvallen leidden als een hoge bloeddruk en bijna in dezelfde mate als diabetes. “Het hart mag dan een pomp zijn, het is allerminst een simpel en zeer zeker een emotioneel ingesteld werktuig.”

Herstel na een hartinfarct verloopt moeizaam als de patiënt nauwelijks durft te bewegen

Artsen en andere zorgverleners hebben vaak onvoldoende in de gaten dat patiënten na behandeling voor een hartkwaal zich nauwelijks nog durven in te spannen. Dat verhoogt de kans op nieuwe hartproblemen, zegt Paul Keessen, docent-onderzoeker bij de opleiding Oefentherapie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is deze maand begonnen aan een onderzoek naar angst onder hartpatiënten van het Amsterdam UMC.

De angstige patiënten zijn vooral mensen die voor een acute opname in het ziekenhuis belanden, meestal na een hartinfarct. Maar ook patiënten met angina pectoris of boezemfibrilleren kunnen last hebben van bewegingsangst.

De angst zelf, kinesiofobie geheten, is een bekend verschijnsel maar blijft toch te vaak onopgemerkt, zegt Keessen. Dat is schadelijk omdat de angst zorgt voor meer stress en patiënten niet naar de hartrevalidatie gaan. Daardoor neemt de kans op bijvoorbeeld een tweede infarct toe. “Veel mensen zijn behoorlijk angstig na een infarct. Mensen komen binnen op de spoedeisende hulppost, worden behandeld en moeten dan snel weer weg. Er dus weinig tijd om duidelijke informatie geven. Als patiënten thuiskomen, hebben zij eigenlijk onvoldoende kennis. Ze voelen allerlei signalen vanuit hun lichaam waardoor ze denken dat er weer een nieuw infarct aankomt. Ze zijn een beetje getraumatiseerd en kiezen er daarom voor niet naar de hartrevalidatie te gaan omdat ze niet meer durven te bewegen.”

Volgens Keessen is het belangrijk dat artsen duidelijk zijn in de informatie die zij een patiënt meegeven. “Als een arts tegen een patiënt zegt: u moet rustig aan doen, dan betekent dat voor sommigen: ik mag niet bewegen. Nee, Je kunt niet direct de marathon lopen, maar wel dagelijkse bewegingen uit blijven voeren. Dat draagt bij aan het herstel. Net als meedoen aan hartrevalidatie. En als patiënten echt angstig zijn, moeten ze worden doorverwezen naar een psycholoog.”

Onderzoek in Zweden laat zien dat een op de vijf patiënten aan bewegingsangst lijdt. Keesen wil uitzoeken of dat ook voor Nederland geldt. Sinds vorige week volgt hij daarom een groep van 200 hartpatiënten om te zien hoe het hen vergaat na ontslag uit het Amsterdam UMC.

Het hart van Sandeep Jauhar

Als Sandeep Jauhar niet meer in één ruk drie trappen op kan lopen en last krijgt van benauwdheden, weet hij dat er iets mis is. Zijn beide opa’s zijn immers aan een hartaanval overleden en ook zijn moeder is een falend hart fataal geworden.

De 45-jarige Amerikaan is er dan ook niet gerust op als zijn arts hem maagzuurremmers voorschrijft. En inderdaad, uit een vervolgonderzoek blijkt kalkafzetting in de kransslagaders. Jauhar gooit zijn leven om én duikt in de cardiologie.

Zo verweeft de Amerikaanse hartspecialist zijn eigen levensgeschiedenis met de historie van zijn vakgebied in zijn boek ‘Het hart’. Telkens vormt een gebeurtenis uit zijn familie of een ervaring als cardioloog de inleiding voor het verhaal achter de pacemaker of de hartlongmachine.

De formule werkt goed. Ook al krijgt de lezer de nodige vaktermen voor zijn kiezen, het is een levendig boek gebleven. En het is fascinerend om te lezen hoe onverantwoord de stappen zijn geweest die tot de doorbraken in het vak hebben geleid.

Sandeep Jauhar, ‘Het hart’, De Bezige Bij, Amsterdam. 360 pag. €24,99. 

Lees ook:

Onbegrepen hartinfarct van de vrouw

Een hartinfarct als gevolg van slagaderverkalking is het klassieke scenario. Voor mannen dan, voor jonge vrouwen klopt dit beeld vaak niet. Bij hen zit de oorzaak dikwijls in iets anders, zoals een scheur in één van de kransvaten.

Meer wetenschapsverhalen leest u op trouw.nl/wetenschap

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden