Het hardnekkige lijk in de Poolse kast

Hoe kan het dat na de Tweede Wereldoorlog in Polen honderden joden werden vermoord? Met zijn boek ’Angst’ heeft historicus Jan Tomasz Gross zijn landgenoten met deze pijnlijke vraag geconfronteerd. Een discussie in Warschau.

Bij de ingang van de Hogeschool voor economie en management in Warschau staat Leszek Bubel krantjes uit te delen aan de bezoekers van een debat met Jan Tomasz Gross over zijn boek ’Angst’. Een enkele bezoeker neemt een exemplaar aan, waarvan de inhoud staat samengevat op een spandoek: ’Stop Polenhaat!’

Bubel is het levende bewijs dat antisemitisme ook in Polen politiek incorrect is geworden. Ooit was hij kandidaat voor het presidentschap, nu is hij een schreeuwer in de marge van het politieke bedrijf.

Maar is daarmee het antisemitisme verdwenen? En hoe moeten Polen in hun geschiedenisboekjes omgaan met de lang gebagatelliseerde pogroms?

„Pools antisemitisme is een feit”, constateert filosofe Barbara Skarga binnen, voor een volle collegezaal. „Antisemitisme dooft nooit helemaal en kan soms opnieuw de kop opsteken.” Haar woorden worden onmiddellijk geïllustreerd door een kreet uit de zaal: „Jullie hebben Polen vermoord!” In de Poolse context is duidelijk wie er met ’jullie’ wordt bedoeld: joodse communisten. De hoogbejaarde filosofe laat zich niet van haar stuk brengen. Ze wijst op het lage opleidingsniveau op het Poolse platteland en de ongeletterde pastoors die ook na de oorlog de antisemitische haatpreken van de Poolse nationalisten verspreidden.

Dat wil niet zeggen dat ze geen kritiek heeft op ’Angst’, het boek waarmee Jan Gross sinds vorige week zout in de nog niet geheelde wonden heeft gestrooid. „Zo hoor je niet te schrijven. We winnen niets met confrontatie. Dat leidt alleen maar tot verzet. We moeten op een andere toon over dit soort zaken spreken.” Bovendien is Gross te generaliserend over het Poolse antisemitisme, vindt ze. „Waar kwamen anders die ’rechtvaardigen onder de volkeren’ vandaan? Waar kwam anders de Zegota - de Poolse verzetsorganisatie die joden hielp tijdens de oorlog - vandaan?”.

Skarga krijgt bijval van Zbigniew Nossowski van het katholieke maandblad Wiez: „Dit boek leidt niet tot verzoening tussen Polen en joden. De auteur stelt zich op als aanklager. Ik mis in dit boek de houding van een wijze rechter.”

Gross laat de kritiek gelaten over zich heenkomen, totdat hij het woord mag nemen. „Mevrouw Skarga voelde zich geraakt door de woorden: ’De joden worden door het volk gehaat’. Dat zijn echter niet mijn woorden, maar een citaat van bisschop Kaczmarek.” De kritiek dat hij zou generaliseren veegt hij van tafel met zijn eigen biografie. „Ik kom zelf voort uit de progressieve intelligentsia die het altijd voor de joden opnam. Mijn moeder trouwde met mijn vader, de jood die ze verborg tijdens de oorlog. In Zoliborz (de Warschause wijk waar voor de oorlog de intelligentsia woonde) zat tijdens de oorlog bijna in elk huis wel een jood. Maar dat was slechts een enclave.”

Een bejaard vrouwtje verlaat mopperend de zaal: „Dit is toch niet om aan te horen, die joden.” Gross somt ondertussen de namen op van vooraanstaande Poolse intellectuelen na de oorlog: „Die fantastische Poolse intelligentsia, wier boeken iedereen hier op school en op de universiteit leest. Allemaal waren ze volstrekt verbouwereerd toen ze oog in oog stonden met uitbarstingen van antisemitisch geweld. Hoe was het mogelijk dat mensen na de Tweede Wereldoorlog nog joden vermoordden?”, vervolgt Gross. „Joden konden niet terugkeren naar stadjes waar ze voor de oorlog woonden. Ze werden vermoord of kregen van mensen die hun welgezind waren te horen dat ze zo snel mogelijk moesten maken dat ze wegkwamen, omdat ze anders zouden worden vermoord.”

Gross heeft een schrale troost voor zijn gehoor. „Natuurlijk waren niet alle Polen antisemiet.” En wat meer is, niet alleen Polen waren antisemiet. „Ook elders in bezet Europa, in Nederland, in Frankrijk, bleken mensen niet bestand tegen de verleiding van het antisemitisme.” Maar anders dan in Polen, waar het communisme open discussie onmogelijk maakte, kon er in West-Europa eerder worden gepraat over de zwarte bladzijden van de eigen geschiedenis. In Polen is de rol van het land in de jodenvervolging nog altijd grotendeels onbesproken.

Maar dat verandert. De collegebankjes zitten tjokvol. In de gangpaden staan mensen opeengedrongen: studenten, bekende acteurs en journalisten, maar ook hoogbejaarden die zich de chaos van de naoorlogse jaren nog goed kunnen herinneren: het vertrek van de Duitse bezetter, het Rode leger dat als bevrijder kwam en als nieuwe bezetter bleef, de gedwongen verhuizing van miljoenen mensen van oost naar west, de Poolse partizanen die in de bossen de strijd tegen de communisten voortzetten en het ontbreken van effectief bestuur. Dit was de context waarin joden werden vermoord door Polen. Hoeveel dat er waren, is niet te achterhalen. De laagste schattingen bedragen ruim 300, de hoogste meer dan 2000. Het bekendste en best gedocumenteerde incident was de pogrom in Kielce in juni 1946.

In 2000 ontketende Gross de eerste discussie over jodenvervolging met zijn boek ’De buren’. Hierin beschreef hij hoe gewone Polen in het stadje Jedwabne hun joodse buren afmaakten, onder de goedkeurende blikken van de Duitse bezetter. De discussie eindigde abrupt na de herdenkingsplechtigheid in Jedwabne, waarbij de toenmalige president van Polen, Aleksander Kwasniewski, excuses aanbood en de rooms-katholieke kerk schitterde door afwezigheid. De kerk die in 1946 weigerde antisemitische vooroordelen te veroordelen, stelt zich ook anno 2008 dubbelzinnig op. Kardinaal Dziwisz, de aartsbisschop van Krakau, die als vertrouweling van wijlen paus Johannes Paulus II het meeste aanzien geniet binnen de kerk, stuurde een vermanende brief naar de Poolse uitgever van het boek ’Angst’, waarin hij zei te betreuren dat dit werk was verschenen.

Sociologisch onderzoek liet zien dat het effect van ’Jedwabne’ tweeërlei was. Enerzijds leidde de schok bij een deel van de bevolking tot erkenning van de onaangename feiten. Anderzijds bevestigden de joodse grieven bij veel mensen hun angst dat de joden Polen kwaad willen doen. Dit keer lijkt het niet anders. Het panel in de collegezaal bestaat uit erfgenamen van de ’progressieve intelligentsia’. Hun kritiek op Gross’ boek blijft beperkt tot de vorm: Moet het nu wel zo hard geformuleerd? Had u niet iets meer verzachtende omstandigheden kunnen noemen? Er zijn toch veel meer redenen voor de pogroms aan te wijzen dan de angst voor het eigen slechte geweten? Maar de kern – antisemitische Polen vermoordden joden – wordt haast opgelucht geaccepteerd: het lijk is uit de kast, maar in de zaal ligt dat anders. Als er vragen mogen worden gesteld – alleen schriftelijk – blijkt het stereotype van de verraderlijke, gemene joden springlevend:

’Wie regeerde er tijdens het communisme?’ (Een toespeling op de overtuiging dat de joden achter het communisme stonden - E.O.) ’Als de joden het slecht hadden voor de oorlog, waarom zijn ze dan niet weggegaan?’ ’Waren de joden die joden in de wagons naar de concentratiekampen laadden, ook geen antisemieten?’ ’Weet u niet dat de pogrom in Kielce het werk was van de communistische veiligheidsdiensten?’ ’Wie beschermt Polen - het land dat zoveel geleden heeft en daar in tegenstelling tot de joden nooit vergoeding voor heeft gekregen - tegen joodse schadeclaims?’ ’Zou uw geloofwaardigheid als verdediger van het vrije woord niet groter zijn, indien u zou opkomen voor David Irving (Britse historicus die veroordeeld is wegens het onkennen van de holocaust - E.O.)?’

De vragenstellers weten zich gesteund door twee staatsinstellingen. Het Openbaar Ministerie onderzoekt of de auteur van ’Angst’ vervolgd moet worden wegens het beschuldigen van het Poolse volk van medeplichtigheid aan nazi-misdaden. Het IPN, het staatsinstituut dat onderzoek doet naar misdaden tegen het Poolse volk, publiceerde op het moment dat de Poolse vertaling van ’Angst’ verscheen, het boek ’Na de Shoah’ van Marek Chodakiewicz. Deze anti-Gross voert duizenden slachtoffers van de communistische terreur op als ’Polen vermoord door joden’, terwijl hij de moorden op joden afdoet als gewone misdrijven zonder antisemitisch motief.

Met die laatste opvatting bevond hij zich onverwacht in gezelschap van een andere deelnemer aan de discussie. Marek Edelman, de enige nog levende leider van de getto-opstand en ooggetuige van anti-joods geweld na de oorlog, verklaarde in een interview: „Alles waar Gross over schrijft is waar. (...) Alleen draagt zijn boek de verkeerde ondertitel. Het zou moeten zijn ’banditisme’ en niet ’antisemitisme in Polen na de oorlog’. (...) Als je spreekt over antisemitisme is het alsof je die bandieten een alibi verschaft. (...) Denk je dat zo’n misdadiger zich anders zou gedragen ten opzichte van een Oekraïner of een Duitser? Ik hoef je er toch niet aan te herinneren hoeveel Duitsers zijn omgekomen tijdens de vlucht, niet van de honger, niet door de vorst, maar door wraakacties.”

Het IPN startte onlangs een onderzoek naar de moord op tientallen Duitse burgers in 1946. De moorden werden gepleegd door voormalige Poolse partizanen die na de oorlog in dienst van de communisten naar het eiland Wolin waren gestuurd, dat door de geallieerden aan Polen was toegewezen.

Mensen zijn decennialang grootgebracht met de boodschap dat Polen helden of slachtoffers waren, dat Polen weliswaar fysiek, militair en politiek verslagen uit de oorlog kwam, maar niettemin als morele overwinnaar. Deze nadruk op de talrijke heldendaden van Polen was een pijnstiller in tijden, waarin het land boog onder de zoveelste - dit keer communistische - bezetting. Erkennen dat Polen in sommige gevallen beulen waren, is een bittere pil.

Bij de uitgang van de zaal staat een man van middelbare leeftijd. Hij houdt een bord in zijn hand: ’Kom niet aan het nobele Poolse volk’. Hij zal eraan moeten wennen dat in Europa ’nobele volkeren’ tot het verleden behoren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden