'Het had wel iets van vakkenvullen'

De eerste baan maakt vaak diepe indruk en legt de basis voor later. Martin van Rijn (1956), staatssecretaris van volksgezondheid, welzijn en sport begon als magazijnbediende bij Volkshuisvesting.

"Mijn vader werkte als timmerman in de scheepsbouw. Hij maakte allerlei speelgoed zelf. Ik had daardoor al jong verstand van techniek en verschillende soorten materiaal. Die kennis kwam mij goed van pas toen ik als zestienjarige aan het werk ging bij het magazijn van Volkshuisvesting in Den Haag. Via via kon ik daar in de zomer aan de slag.

De gemeentelijke dienst van Den Haag had in die tijd een eigen reparatiedienst: de onderhoudsdienst van Volkshuisvesting. Als er iets mankeerde aan de huizen van Volkshuisvesting - als de dakpannen na een storm bijvoorbeeld op hun plek moesten worden gezet - werden de reparatiematerialen uit het magazijn gehaald. Het was mijn taak om de bouwmaterialen bij te vullen en op orde te houden. Het was een baantje waarbij je vooral heel veel wagentjes moest voorbereiden. Het had eigenlijk wel iets van vakkenvullen.

Meneer Groffen was de magazijnmeester. Je kon niet om hem heen, hij was van de vaste hand. In de pauze sprak je met de andere medewerkers. De meesten waren een stuk ouder dan ik. Ze spraken over van alles en nog wat met elkaar: de kinderen, tv-programma's. Maar de medewerkers waren ook geïnteresseerd in hoe ik naar de toekomst keek. Het was een gemêleerd gezelschap, met mensen uit verschillende buurten van Den Haag.

Mijn eerste echte fulltime baan kreeg ik in 1980. Ik ging - heel toevallig - werken als ambtenaar bij het directoraat Volkshuisvesting (ministerie Vrom). Als zestienjarige magazijnbediende had ik nooit kunnen vermoeden dat ik weer bij Volkshuisvesting terecht zou komen.

Als ambtenaar werkte ik alleen niet met mijn handen, ik had juist te maken met wetten en regels. Marcel van Dam was in die tijd minister. Maar als jonge ambtenaar kwam je niet zo snel bij de minister terecht. Ik weet nog dat in die tijd de heroverweging van het huur- en subsidiebeleid erg speelde. Ik moest beleidsnota's maken over hoe het beleid moest veranderen.

Zo ging het bijvoorbeeld over stadsvernieuwing: bestaande huurwoningen voldeden vaak niet meer en moesten worden vernieuwd. Huurders waren daar niet altijd even blij mee. Ze vreesden dat ze misschien niet meer in hun woning konden blijven, en dat de huur verhoogd zou worden. Je zou het kunnen vergelijken met de ontwikkelingen die zich in de zorg voordoen, waar ik nu als staatssecretaris mee te maken heb.

Om het beleid en de praktijk aan elkaar te verbinden ging je in gesprek met de gemeenten en de woningcorporaties. In het begin was het allemaal heel spannend. Ik ervoer voor het eerst wat het was om collega's te hebben, en van mijn toenmalige leidinggevende Auke Steensma leerde ik hoe ik een goed verhaal op papier kreeg.

Het thema volkshuisvesting heeft nog altijd een warm plekje in mijn hart. Als magazijnbediende draaide het om de techniek en het bouwen, als ambtenaar ging het om de invloed van het beleid. Maar altijd ging het over mensen. In zekere zin lijken de zorg en volkshuisvesting op elkaar. Het zijn onderwerpen die mensen echt raken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden