Het grote en het kleine bestaan

We kunnen ons bestaan niet kennen, had de filosoof gezegd, het ontbreekt ons aan objectieve informatie. We zijn meer niet dan wel.

Ik deel dat inzicht, voor zover ik het begrijp. Hoe dan ook, het is me sympathiek. Twee avonden achtereen zag ik Andre Kuipers in zijn ISS overvliegen, gewoon recht boven mijn huis, ik hoefde alleen maar van dakkapel voor naar dakkapel achter te lopen om hem te volgen. Het ruimtestation op 400 kilometer hoogte zag eruit als een voorbijschietende ster, dankzij het zonlicht dat schitterde op zijn panelen. Voorbij de stip stonden andere stippen in het zwerk, sterren, roerloos, onverschillig en eindeloos ver weg. Je hoefde niet lang na te denken over het niet zijn, het drong zich vanzelf aan je op.

De wetenschap laat ons steeds verder kijken, en luisteren, in de diepte van het heelal. We weten dat er stelsels zijn als de onze, met een zon, met planeten die op de aarde lijken, maar die kennis roept meer vragen op dan antwoorden.

Als het grote bestaan niet gekend kan worden, hoe is het dan met het kleine? Toen ik afgelopen weekeinde een verzamelaarsbeurs bezocht, viel een klein universum over me heen. Honderdduizenden voorwerpen, in een ver of minder ver verleden door mensen gemaakt, met nauwelijks nog gebruikswaarde, maar toch om de een of andere reden nog begeerd.

Ik liep langs die tafels, de voorwerpen, kris kras en zonder herkenbaar plan gedeponeerd, schoven aan me voorbij: een draaimolenpaard, poppen onder stolpen, ansichtkaarten uit Enkhuizen, gestapelde teilen van zink, barokke kandelaars, wandelstokken met zilverkleurige vogelkoppen, etalageflacons van parfummerken, een eendenbek van een gynaecoloog, serviezen, knuffeldieren - een aanhangwagen vol - , speldjes van een vergane rage, etiketten, Telegraaf-edities uit de oorlog (vijf euro per stuk), landkaarten op linnen, treinwagonnetjes, broches, cameeën en andere halssieraden, globes, reclameborden van email, Japanse erotische prenten met stijve dooraderde penissen, een schaalmodel van de Titanic, concentratiekampgeld uit Westerbork en Amersfoort, wekkers met Disneyfiguren, serredeuren met vensters van glas-in-lood.

Welke ordening is hier aangelegd, aan welk plan is hier voldaan?

Mij trof een jong meisje dat een oude typemachine - een Underwood- kocht, met koffer. "Hij deed het nog", zei ze. Hij kwam uit de inboedel van een opgedoekt museum, Scryption heette het, en de collectie werd nu door een nieuwe stichting - 'Onterfd Goed' - behoedzaam ontmanteld. Niet alles werd roekeloos op de markt gesmeten, men poogde het schone als nationaal erfgoed te behouden.

Er waren in dit universum zorgzame handen in de weer.

En getroffen werd ik ook door die kraam van de Studie en Documentatiegroep Lucifersetiketten, met het tijdschrift Vonkvrij. Wat is er nietiger dan een lucifer en met wat voor ernst werd hier het filumenisme bedreven?

Er is zo oneindig veel tussen een vonk van zwafel en een verre ster.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden