Het gras is al ingezaaid

Het Amsterdams Olympisch Stadion wordt hersteld in de oude glorie. De betonnen pisbak die het stadion was geworden verdwijnt. Maar Jan-met-de-handjes blijft.

De hoofdingang onder de Marathontribune wordt nog zwaar gestut, het metselwerk vertoont hier en daar flinke gaten en betonnen randen en steunpilaren laten hun roestige wapening zien. Maar het gras is al ingezaaid, de sintelbaan heeft zijn contouren, de duizenden kuipstoeltjes zijn op de tribunes gemonteerd en in de bedrijfsruimtes eronder wordt hard gewerkt aan de inrichting van kantoren en horeca.

Volgend jaar mei wordt het Amsterdams Olympisch Stadion, nipt aan de sloperskogel ontsnapt, officieel heropend. Het gebouw, van architect Jan Wils, zal daar dan staan zoals Amsterdam het slechts negen jaar lang heeft kunnen zien. Want al in 1937 werd het oorspronkelijke, bakstenen gebouw met zijn fraaie metselwerk 'ingepakt' in een jas van kaal beton. Die was nodig ter ondersteuning van een tweede ring die de toeschouwerscapaciteit moest uitbreiden van 34 000 naar 64 000. In Rotterdam was De Kuip gereedgekomen, een voetbaltempel voor 65.000 toeschouwers. Amsterdam kon niet achterblijven. In één klap werd het ijle, stijlvolle bouwwerk tot een lompe, betonnen pisbak.

Het bekendste baken van het stadion is de sierlijke Marathontoren, 42 meter en 19,5 centimeter hoog, evenveel meters als de lengte van de marathon in kilometers. Kroon op de toren is de enorme schaal waarin tijdens de Spelen in '28 het Olympisch vuur brandde, en die in de volksmond de 'asbak van de KLM-vliegers' heette.

Het zware bouwverkeer dat zich een weg baant door het berglandschap aan de voet van de toren, dreunt rakelings langs een enorme kist op een sokkel, waaruit een bronzen hand steekt. Die kist is de tijdelijke omhulling van het Van Tuyllmonument, beter bekend als 'Jan-met-de-handjes'. Het bronzen beeld stelt een turner voor die de olympische groet brengt en is opgericht ter ere van baron Van Tuyll van Serooskerken, de man die de Spelen van 1928 naar Amsterdam haalde. Kunstenares Gra Rueb, een leerlinge van de bekende franse beeldhouwer Bourdelle, was de maakster.

Het gebaar dat de bronzen turner maakt doet sterk denken aan de groet die in de jaren dertig algemeen gebruik werd in een naburig duizendjarig wereldrijk van bedenkelijk allooi. Maar in dit geval betreft het de Olympische groet, die ook nu nog door turners bij officiële wedstrijden wordt gemaakt.

De toenmalige koningin Wilhelmina kreeg in 1933, toen ze haar 35-jarig jubileum in het Olympisch Stadion vierde, even genoeg van alle opgeheven rechterarmen, waarmee de manifestanten haar Olympisch groetten. Refererend aan het geparadeer bij onze oosterburen, sprak ze toen de woorden: ,,We willen onszelf zijn en blijven''.

Ook de stijl van deze sculptuur doet denken aan de monumentale heroïek die in de jaren dertig hoogtij vierde in het door de Nazi's gecontroleerde Duitsland. Zo vertoont zijn buik een wasbord waar menig sportschoolganger jaloers op zou zijn. Wie niet beter weet, zou denken dat men heeft vergeten het beeld weg te halen, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Als in mei volgend jaar het gerestaureerde stadion wordt heropend, zal 'Jan-met-de-handjes' het binnenstromende publiek even opgewekt begroeten als weleer. Mét opgeheven rechterarm.

Een nog markanter kunstwerk dat tot voor kort de zuidzijde van de inmiddels gesloopte tweede ring markeerde, is het monument voor de gevallen sporters, dat in 1948 door Prins Bernhard werd onthuld. Het enorme beeld - van beeldhouwer John Berkel - is, toen de sloop begon, van zijn plek verwijderd en kan om technische redenen niet meer op zijn oude stek worden teruggezet. André van Stigt, de architect die het renovatieplan maakte, zou het liefst zien dat het enorme beeld een plaats krijgt achter de eretribune, op het maaiveld aan de westzijde van het gebouw. ,,Maar het maaiveld is eigendom van de gemeente, dus die moet beslissen of ze het beeld daar wil hebben'' aldus Van Stigt. ,,Wil de gemeente dat niet, dan is een plek bovenop het scorebord te overwegen.''

Dat scorebord is een van de huzarenstukjes van Van Stigt. Er zit een complete warmtekrachtcentrale in, die niet alleen het stadion van warmte gaat voorzien, maar ook de 850 woningen die aan de noordzijde ervan gebouwd gaan worden. Het scorebord moest wat worden verhoogd om alle installaties te kunnen herbergen. Als het monument voor de gevallen sporters daar bovenop komt, krijgt Amsterdam-Zuid er een fraai baken bij.

Architect Van Stigt heeft aan het oorsponkelijke ontwerp van Wils enkele elementen toegevoegd: een aantal gemetselde zuilen, geplaatst op enkele meters van het hoofdgebouw. Ze zien eruit als ornamenten, maar hebben wel degelijk een functie; het zijn de ontluchtingskanalen voor de parkeergarage onder het stadion. Die biedt plaats aan 850 auto's en je kunt er - geheel in de geest van deze tijd - behalve een fiets, desgewenst een boot of een paar skates huren om de tocht naar het stadscentrum voort te zetten. Ook in de geest van deze tijd zijn de bedrijven die zich in de ruimten onder de tribunes hebben gevestigd. Behalve een paar sportverenigingen en -organisaties, hebben de meeste de woorden 'management' of 'consultancy' in hun naam staan. En in het grand café dat aan de zuidkant komt, kun je aan de leestafel zelfs je laptopje inpluggen aan het internet.

Vanuit alle bedrijfsruimtes kijk je via een glazen pui uit over de sintelbaan en het speelveld. Een soort skyboxen dus, maar dan op de grond. Zo sluiten verleden en heden naadloos op elkaar aan in het nieuwe oude stadion.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden