Het goud wordt duur betaald

Met de stijgende wereldmarktprijzen voor goud en platina stijgt ook het risico op dodelijke ongelukken in de Zuid-Afrikaanse mijnindustrie. De mijnen willen de productie tot het uiterste opvoeren en schrappen kostbare tijd voor controle en onderhoudswerk. Ook het bonussensysteem brengt gevaar met zich mee.

Dagelijks dalen zo’n 450.000 mijnwerkers af in kilometers diepe schachten om kostbare delfstoffen te winnen. Maar op het gebied van veilige werkomstandigheden staat de Zuid-Afrikaanse mijnindustrie er niet best voor. De mijninspectiedienst van het departement van Mineralen en Energie heeft net een landelijk onderzoek achter de de rug naar 333 mijnen die als zeer risicovol gelden. Hoofdinspecteur Thabo Gazi presenteert het eindrapport binnenkort aan de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki. Half juni liet Gazi zich in de pers al ontvallen dat de uitkomst zorgwekkend is. „Over het algemeen worden de veiligheidsregels slecht nageleefd”, zei hij.

President Mbeki verordonneerde in oktober vorig jaar een landelijke inspectie van de mijnen naar aanleiding van een reeks incidenten, met als dieptepunt het ongeval bij Harmony Gold. In de Elandsrandmijn kwamen 3200 mijnwerkers bijna 48 uur onder de grond vast te zitten.

De mijnindustrie heeft de afgelopen twee decennia wel vooruitgang geboekt. In 1987 stond het dodencijfer op 1000 kompels per jaar, in 1997 was dat afgenomen tot 500. Sinds een jaar of drie blijft het aantal dodelijke incidenten hangen op een niveau van rond de 200 per jaar: bijna 0,5 doden op elke duizend werknemers. Dat is zo’n twintig procent hoger dan in mijnlanden als Australië, de Verenigde Staten en Canada. In 2005 hebben industrie, bonden en overheid afgesproken dat het Zuid-Afrikaanse cijfer in 2009 teruggedrongen moet zijn tot een internationaal vergelijkbaar niveau.

In de praktijk wil dat nog niet zo lukken; in 2007 lag het aantal dodelijke ongelukken op 221, een toename van 10 procent. De mijnwerkersvakbond National Union of Mine workers (NUM) organiseerde op 4 december vorig jaar een landelijke staking. Bij meer dan zestig mijnondernemingen ging het werk plat, onder het motto: wij produceren, als jullie veiligheid garanderen. „Een productiestop is het enige waar de mijnhuizen naar luisteren”, zegt vakbondswoordvoerder Lesiba Seshoka.

Volgens Seshoka daalt de aandacht voor de veiligheid recht evenredig met het stijgen van de prijzen van goud en platina. Vooral in de eerste helft van dit jaar is de goudprijs hard gestegen, van rond de 900 dollar per ounce (31,1 gram) in januari, naar pakweg 980 dollar nu. „Er staat meer druk op de productie, er moet continu worden gewerkt, waardoor mensen moe worden en eerder fouten maken. En er wordt minder tijd uitgetrokken voor trainingen en onderhoud”, zegt Seshoka. Een recent ongeval met een gebroken kabel in een liftkooi, waarbij 9 mijnwerkers om het leven kwamen in Gold Fields’ South Deep mijn, kan hoogstwaarschijnlijk worden toegeschreven aan gebrekkig onderhoud, zegt hij. Vanwege de hoge goudprijzen worden ook oude, afgeschreven schachten in gebruik genomen om de allerlaatste restanten eruit te mijnen.

Bovendien willen de mijnhuizen ook steeds verder de diepte in, aldus Seshoka. De Zuid-Afrikaanse goudmijnen gelden al als de diepste ter wereld. Momenteel zitten de diepste schachten 2,5 tot 3 kilometer onder de grond, maar er wordt nu gesproken over ultra-diep-mijnen, op zes kilometer diepte. Het risico op instortingen door seismische schokken – één van de voornaamste risico’s in de sector - neemt toe naarmate er dieper wordt gemijnd.

Daarnaast is volgens de vakbondsman de verleiding groot om meteen aan het werk te gaan in een nieuw gedeelte dat is opgeblazen, zonder de tijd te nemen om de schacht eerst goed te stutten. „Soms wordt er zelfs doorgemijnd tijdens het opblazen.”

Mijnwerkers hebben officieel het recht om gevaarlijke situaties aan te kaarten bij het management, en om desnoods zelf te beslissen: nú moeten we de schacht uit. „De veiligheid is ook onze eigen verantwoordelijkheid”, zegt George Sithoe, een 42-jarige Mozambikaan die sinds 1987 in Zuid-Afrika’s goudmijnen werkt. Hij is een ploegbaas in de South Deep mijn nabij Westonaria. „Maar door de bonussen is de druk hoog om de regels te overschrijden en onder de veiligheidsnormen te duiken.”

Het basissalaris van een gemiddelde mijnwerker is laag: omgerekend 200 tot 250 euro. Maar als een ploeg de gestelde productiedoelen weet te halen, kan er wel 400 euro bijkomen aan bonussen, vertelt Sithoe. „Dat leidt ertoe dat mensen die risico’s rapporteren, door de rest van de ploeg worden bedreigd. Ze worden lastiggevallen, er worden disciplinaire maatregelen tegen ze genomen, of ze worden overgeplaatst.” Als ploegbaas waakt hij nauwlettend over de veiligheid. Sithoe: „Ik zeur altijd. De collega’s worden er wel eens chagrijnig van als ik vind dat ze moeten stoppen om eerst iets te repareren. Maar als George erbij is, worden er geen shortcuts genomen.”

Sithoe heeft zelf een familielid verloren bij een mijnongeval. Zijn oom Armando Gonda (58) kwam in april om bij een seismische schok in de Driefontein goudmijn van Gold Fields. Standaardprocedure is vervolgens dat de mijn de begrafenis betaalt en de studiekosten van de eventuele kinderen op zich neemt. Sithoe’s oom laat een echtgenote en twee schoolgaande kinderen na, maar die wonen in Mozambique. „Als je daar niet heel goed achteraan zit, komt er niks van dat schoolgeld in Mozambique terecht”, vreest hij.

De echtgenote kan eveneens aanspraak maken op de opgebouwde pensioenrechten, maar de bijbehorende papierwinkel is vaak een groot struikelblok. Sithoe: „Zo’n weduwe heeft ook geen contacten in de mijn, die kent de kanalen niet.”

Waar het wegvallen van de kostwinner voor mijnwerkersgezinnen vaak een groot emotioneel en financieel drama betekent, is het voor de mijnen al gauw weer ’business as usual’. „De werkloosheid is groot en de mijnen betalen naar verhouding goed. Ze halen zo iemand van de straat om je plaats in te nemen”, stelt Seshoka. „Vandaag aangenomen, morgen onder de grond.”

De NUM dringt er daarom bij de Kamer van Mijnen op aan dat er veel meer aandacht moet komen voor veiligheidstrainingen voor nieuwkomers, en dat mijnwerkers meer zeggenschap krijgen om gevaarlijke situaties te vermijden en erover te rapporteren. En als belangrijkste punt eist de bond dat de mijndirectie in veel grotere mate verantwoordelijk wordt gesteld voor ongevallen. Seshoka: „Bonussen voor het management moeten niet worden gekoppeld aan de productie, maar aan de veiligheidsscore van de mijn. En we willen dat directeuren persoonlijk vervolgd kunnen worden voor ongelukken. De overheid onderzoekt of dit kan worden ingepast in de Mijngezondheids- en veiligheidswet.”

Volgens Sietse van der Woude, veiligheidsadviseur van de Kamer van Mijnen, heeft de sector het afgelopen decennium al veel vooruitgang geboekt. In de eerste zes maanden van 2008 lag het dodental (voorlopig cijfer: 85, GM) zelfs twintig procent lager dan in dezelfde periode in 2007, stelt hij.

Een fundamenteel punt is volgens de veiligheidsadviseur dat de mijnindustrie van oudsher veel met ongeschoold personeel heeft gewerkt. „De werkomstandigheden zijn riskant en moeilijk, en dat neemt alleen maar toe naar mate er dieper wordt gemijnd. Bovendien vertrekken mensen met vitale kennis naar andere landen en andere sectoren.”

Om hier wat aan te doen, moeten de sector anders gaan mijnen, stelt hij. „We moeten mijnen op een manier zodat mensen er wíllen werken, en niet omdat ze nou eenmaal móeten werken. We moeten omschakelen van een hiërarchische, productiegedreven cultuur naar één van zorg en betrokkenheid. Dit is de beste manier om ervoor te zorgen dat de regels worden nageleefd. Daarvoor is sterk leiderschap nodig, en samenwerking. Kijken naar waar het goed gaat, en daarvan leren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden