’Het goede nieuws? De mooie uitdaging’

De Utrechtse achterstandswijk Overvecht heet zwart en kansloos te zijn. Maar, zegt de wijkmanager: ’Het afvalputje? Dat vind ik zó denigrerend. We hebben de afgelopen jaren geprobeerd te blijven drijven. Nu gaan we leren zwemmen.’

Overvecht stond bekend als groene, ruimtelijke wijk. Nu heet de Utrechtse achterstandswijk zwart en kansloos. Ooit stond Overvecht bekend om de vele leuke speeltuintjes. Nu heerst er angst rond al die hangplekken.

De mooie nieuwe wijk, vanaf eind jaren zestig trots - als ’symbool van de vooruitgang’ - en rap opgebouwd, werd in korte tijd het afvalputje van Utrecht. Op bijna alles scoort Overvecht slecht, of het nu gaat om gezondheid, inkomen, werkloosheid, veiligheid of toekomstverwachting. „Of er nog goed nieuws tussen al die slechte cijfers zit... Het is een mooie uitdaging”, zegt Erwin de Boer, wijkmanager van welzijnsorganisatie Cumulus.

Bijna de helft van de bewoners ziet geen toekomstperspectief in de wijk die voor vijftig procent allochtoon is. Bij de jeugd is dat cijfer nog vijfentwintig procent hoger. Drieëntwintig procent van die jongeren groeit op in een bijstandsgezin, 26 procent van heeft al vroeg emotionele problemen. Op de scholen heeft 73 procent van de leerlingen een achterstandsscore.

Overvecht is een wijk vol één-ouder-gezinnen, depressiviteit, angststoornissen en verslaafden. „Afvalputje? Dat vind ik zó denigrerend. Je mag al die mensen toch niet afschrijven? Dit zijn mensen met een kleine beurs, de kwetsbaren van deze samenleving”, zegt drs. Marianne van der Horst, wijkmanager namens de gemeente.

„Overvecht is de moeite waard. We hebben onze forten, er is een prachtig buitengebied en er is ruimte. Er zijn winkelcentra, de binnenstad is dichtbij, het openbaar vervoer is goed en ik proef de wil bij alle partijen er weer iets van te gaan maken. We hebben de afgelopen jaren geprobeerd te blijven drijven. Nu gaan we leren zwemmen.”

In het wijkbureau Overvecht, in het grootwinkelcentrum, zegt Van der Horst: „Deze wijk is in tien jaar uit de grond gestampt, met de filosofie van die tijd. Toen bestond een gezin uit man, vrouw en twee kinderen. Toen was er woningnood en waren die dertien flats van tien hoog heel hard nodig. Toen was de auto nog een heilige koe, nu zijn er klachten omdat er op die brede wegen wordt geracet, omdat de wijk lelijk is met al die parkeerplaatsen. Toen was het plaatsen van een bankje service en nog geen potentiële hangplek.”

De eerste flats van tien hoog doemen op aan de Henriëttedreef en de Camera Obscuradreef. Hier bevolken grote schotels de piepkleine balkonnetjes waar ook de was moet drogen. De gemeente en de woningcorporaties hebben een coalitie gesloten om ook deze straten aan te pakken. Er is geld gereserveerd voor ’Speel Mee’ (begeleid spelen op straat), leefregelprojecten, ondersteuning van buurtvadergroepen, coaching van Marokkaanse ouders en buurtschoonmaakacties met de jeugd.

Iets voorbij de Al Dawa moskee aan de Arnodreef wordt de nieuwbouw rond station Overvecht zichtbaar. Met de geplande winkeltjes wil het nog niet zo lukken. De Wizzl – de ’gemakswinkel’ van de NS – bleek op beide bedoelde locaties niet levensvatbaar. Er ging meer geld kwijt naar beveiliging en personeel dan dat er binnenkwam.

De nieuwe huizen rond de Katherijn van Leemputdreef hebben een nieuwe groep bewoners naar Overvecht getrokken. „We hebben genoeg huurflatjes, de wijk heeft variatie nodig. Met meer koopwoningen of duurdere huur hoeven inwoners voor hun wooncarrière niet de wijk uit. We moeten onze middeninkomens namelijk zien vast te houden”, zegt Van der Horst.

Winkelcentrum Overkapel is veranderd in een bouwput. De trouwste bezoekers waren de afgelopen jaren de glaszetters, de overlast van hangjongeren was enorm. Fietsenmaker Adem Ugur heeft afgelopen week een grote schoenendoos betrokken. Met de kapper, de slijter, de Jumbo en de Aldi wacht hij daar de nieuwbouw af. Alle andere ondernemers zijn gestopt of verhuisd. „Wat moest ik?”, zegt Ugur. „Anders was ik weer werkloos. Ik heb de fietsenzaak vier jaar geleden overgenomen. Ik was, ondanks de slechte naam van het winkelcentrum, net weer iets aan het opbouwen. Ik wil niet ergens anders weer helemaal opnieuw beginnen.”

Jeugdwerker Erwin de Boer heeft vanuit buurthuis Transit - één van de vier Cumulus-vestigingen in de wijk - uitzicht op de verbouwing. Allochtone vrouwen vinden, met rolmatrasjes in de hand, hun weg richting sportzaal voor één van de vele aangeboden activiteiten, De Boer roert in zijn koffie: „Van onze subsidieverstrekkers moeten we een vol weekprogramma hebben. Zelf zeggen we liever: organiseer het zelf maar.”

„We moeten niet doen alsof ze zielig zijn, we zijn hier niet voor de bezigheidstherapie. We zijn hier om ze te leren hun verantwoordelijkheid te nemen, we moeten saamhorigheid kweken.”

De welzijnwerkers maakten van probleemjongeren ’participatiejongeren’. Straatschoffies organiseren nu bingo in een bejaardentehuis om korting te krijgen bij de sportschool. De aanpak werkt, zegt De Boer. Al zijn ze er nog lang niet. „En we krijgen nu te maken met de kleinere broertjes. Jochies van tien, elf jaar die op zijn minst heel brutaal zijn, maar ook met allerlei rare criminele activiteiten bezig zijn. Op die groep hebben we nog helemaal geen vat.”

Een stuk vederop vormt de laagbouw aan Caracasdreef een oase van rust tussen al die dreigende reuzen. Opvallend: een voortuin met molen en tuinkabouters. Hier woont de familie Jansen al zestien jaar. „We wonen geweldig, al is het hier om de hoek een getto, het lijken wel huurkazernes. Is Overvecht de slechtste wijk van Utrecht? Nee hoor... Dat kan niet.” Een paar uur later roept een allochtone bewoner op het NOS Journaal dat hij vindt dat de mix in Overvecht niet goed is. „Hier wonen veel te veel allochtonen.”

Van der Horst is druk bezig met de voorbereiding van de presentatie van nieuwe projecten. Dinsdag komt het ’adoptieteam’ - met prominenten als de ministers De Geus en Winsemius - naar de wijk. „Het nieuwe regeerakkoord, de woningcorporaties die hun maatschappelijke rol willen vervullen... Er is een andere wind gaan waaien. Ik werk hier nu ruim tien jaar, maar zo mooi heb ik het nog niet meegemaakt.”

„Volgens het regeerakkoord moeten de probleemwijken in acht tot tien jaar prachtwijken worden. Ach, wat maakt het uit? Het gaat erom dat het keerpunt is bereikt, dat de boel op gang komt. De woningcorporaties hebben het hier over een termijn van vijftien jaar”, aldus Van der Horst.

„In april worden nieuwe cijfers bekend. Ik reken er een beetje op dat de tevredenheidsthermometer er iets beter uitziet. Dat de neerslachtigheid gaat verdwijnen, dat er langzaam vertrouwen ontstaat. En dan moet de symbolische sloopkogel door de wijk. Dan gaan we met z’n allen buffelen voor een beter perspectief.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden