'Het ging er om een goed joods leven te leiden'

Met jubelende recensies wordt Nathan Englander (29) in de VS als nieuw joods schrijverstalent gevierd. In vier maanden tijd verschenen zes drukken van zijn debuut 'For the relief of unbearable urges'.

Englanders korte verhalen, die zich afspelen in de wereld van de joodse ultra-orthodoxie, zijn in de New York Times al vergeleken met het werk van Bernard Malamud, Isaac Bashevis Singer en Franz Kafka. Na publicatie in Engeland is zijn bundel zojuist bij uitgeverij Vassallucci in het Nederlands verschenen - de eerste van een naar verwachting lange reeks vertalingen.

De sinds enige jaren in Jeruzalem wonende Amerikaan Englander is totaal overweldigd door het extreme enthousiasme waarmee 'Verlost van vleselijke lusten', zoals zijn bundel in het Nederlands heet, in zijn geboorteland is ontvangen. De gemaakte vergelijkingen met oudere, grote joodse schrijvers ervaart hij als zeer vleiend, maar zelf ziet hij in zijn werk niet zozeer de invloed van bepaalde schrijvers als wel die van een sinds lang bestaande traditie van joodse verhalen vertellen. ,,Mijn verhaal 'De Buitelaars' bijvoorbeeld stamt duidelijk uit deze traditie. Het speelt zich af in Chelm, een fictieve, traditioneel-joodse stad in Oost-Europa, die regelmatig opduikt in joodse verhalen, ook bij Singer. Er is een eindeloze reeks Chelm-verhalen. Staande in die traditie heb ik van Mendel, de hoofdpersoon in 'De Buitelaars', bewust de kleinzoon gemaakt van Gronam de Os, een van de karakters van Singer.''

Englander heeft een modern-orthodoxe opvoeding gehad op Long Island. Van jongs-af-aan bezocht hij de yeshiva - de joodse school. Aandacht voor seculiere kunst en literatuur was er nauwelijks in het joodse onderwijs.

,,Ons werd het minimum bijgebracht van wat je moet weten om een high-schooldiploma te kunnen halen. Het ging erom een goed joods leven te leiden en getrouwd te raken. Wat wij lazen waren in hoofdzaak de heilige boeken en verhalen - Torah, Talmoed, midrasjiem. Wij kusten onze boeken voordat we ze dichtdeden en terugzetten in de boekenkast. Nu nog zal ik het niet in mijn hoofd halen om een bijbel en een roman op of naast elkaar in de kast te leggen.''

Schrijver worden, en dan ook nog van seculiere verhalen of romans, was daarom geen vanzelfsprekende stap voor Englander. ,,Wij hadden geen toegang tot de seculiere wereld van schrijvers en boeken. Ik was er ook bang voor schrijver te worden, had niet het idee dat je dat zomaar kon besluiten. Schrijver was in mijn ogen een beroep waarvoor je gewijd zou moeten worden, zoals een rabbijn.''

Tien jaar geleden, op zijn negentiende, toen hij net als zijn klasgenoten voor een jaar naar een Israëlische yeshiva vertrok om daar van 's morgens tot 's avonds de heilige joodse teksten te bestuderen, begon voor Englander de grote ommekeer. Hij besloot te breken met zijn joods-religieuze leven. In Israël zag hij dat je wel degelijk door en door joods kunt zijn, ook al weiger je de joodse wetten te volgen. Hij brak met de halacha en omarmde wat hij noemt het 'culturele jodendom'.

Terug in Amerika deed hij eerst een jaartje fotografie. Dat werd geen groot succes, maar de gepassioneerdheid waarmee fotografen hun werk doen, sprak hem aan. Díe passie wilde hij volgen, maar dan in zijn grote, onbereikbaar lijkende droom - schrijver worden. Gestimuleerd door 'die éne onmisbare bijzondere leraar' die het pad van veel jonge mensen op het juiste moment kruist, begon hij als een razende zijn achterstand in te halen.

,,Deze leraar gaf mij de duw in de richting van de de literatuur. Ik las Orwell, Camus, Kafka, Conrad - 'allemaal verhalen van mensen die gevangen zitten in verkeerde situaties' - en vond antwoord op belangrijke vragen, die in de yeshiva als te bedreigend onbeantwoord waren gebleven.''

Englander bezocht vervolgens de schrijvers-workshop van de Universiteit van Iowa, waar hij een graad haalde in literatuur en creatief schrijven en in joodse studies. ,,Daar leerde ik de bijbel zien als geschiedenis en literatuur en religies als gestructureerde mythen.''

De achtergrond waartegen Englanders korte verhalen zich afspelen is de wereld van het religieuze jodendom, waarvan hij zich juist heeft afgewend. ,,Ik begrijp dat de buitenwereld mijn verhalen joods noemt, maar zelf vind ik dat ik fictie schrijf, geen joodse fictie. Het gaat mij om de verhalen en de identiteit van de karakters daarin. Wat zijn we, wie zijn we? Zoals Pinchas Pelovits zich in 'De zevenentwintigste man' afvraagt: 'Ben ik nu een schrijver of ben ik het niet?' Ik vertel verhalen over mensen die worden aangeduwd tegen hun eigen grenzen, over universele onderwerpen: leven en dood, liefde, lust, jaloezie, compromissen. Juist omdat korte verhalen heel gecomprimeerd zijn, moet je vrijwel onmiddellijk kunnen raken aan zulke grote kwesties. Naar mijn gevoel leent deze wereld van de orthodoxie zich uitermate goed voor de onderwerpen die ik wil onderzoeken, omdat letterlijk alles er is voorgeschreven. Wil je een echtscheiding, omdat je man je mishandelt, dan moet je naar de rabbijn. Wil je vrouw niet met je naar bed, vraag de rabbijn om raad. De rabbijn vertelt je wat goed is en wat verkeerd. De grenzen zijn helder en snel bereikt.''

De vrouwen in Englanders negen verhalen zijn vaak obstinaat, op het rebelse af, terwijl de mannen soms als schlemielen worden afgeschilderd. Zo weigert in het titelverhaal 'Verlost van vleselijke verlangens' Chava Baila al maanden haar menstruele bed te verlaten en de echtelijke sponde te delen met haar man Dov Binjamin. Hoe hij ook klaagt, soebat en haar op haar echtelijke plichten wijst, zij geeft niet toe. Ten einde raad wendt Dov zich tot de rabbijn, die hem bij hoge uitzondering een hetter geeft - een speciale vrijstelling - om een prostituee te bezoeken. Omdat het volgens de orthodoxe regels een zonde is om zaad te verspillen, weigert hij een condoom te dragen. Bij terugkomst in Jeruzalem blijkt hij een druiper te hebben opgelopen.

,,Ik ben opgegroeid in een samenleving waar jongens met jongens verkeren en door mannen worden opgevoed. Zelf ben ik daarop echter een uitzondering. Ik ben door vrouwen opgevoed. Daardoor mis ik duidelijke mannelijke rolmodellen. Ook van invloed is waarschijnlijk dat de generatie van mijn moeder doorgaans op zeer jonge leeftijd is getrouwd en daardoor van de eigen talenten en potenties nauwelijks gebruik heeft kunnen maken. Ik bewonder die vrouwen, die, al over de vijftig, alsnog hun leven oppakken en zich gaan ontwikkelen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden