Boekrecensie

Het gigantische oeuvre van Prince, Zijne Koninklijke Verdorvenheid

'His Royal Badness' Prince, geschilderd op een huis in Minneapolis (VS).Beeld Hollandse Hoogte / dpa Picture-Alliance GmbH

Fan Ben Greenman inspireert tot een nieuwe duik in het muzikale oeuvre van popheld Prince. 

De jaren tachtig waren niet het opwindendste decennium in de geschiedenis van de popmuziek. In september 1984 stonden nummers als ‘Self control’ van Laura Branigan en ‘I just called to say I love you’, de absolute draak in het oeuvre van de geniale Stevie Wonder, hoog in de Amerikaanse hitlijsten.

Daartussen doken opeens de eerste hitsingles van de soundtrack van de film ‘Purple Rain’ op: ‘When doves cry’ en ‘Let’s go crazy’, nummers die muzikaal en tekstueel afrekenden met de op dat moment zo dominante braafheid.

Prince Rogers Nelson had al wat bescheidener succes gehad met bijvoorbeeld ‘I wanna be your lover’ en ‘1999’, maar met de combinatie van een plaat en een losjes op zijn leven gebaseerde film (John Travolta was eerder even in beeld voor de hoofdrol) was het moment van zijn grote doorbraak gekomen.

Anno 2017 valt nauwelijks meer voor te stellen hoe anders dit heerschap klonk en oogde. “Am I black or white? Am I straight or gay?”, zong hij in ‘Controversy’. De muziek had meer godvruchtige geilneven gekend. Domineeszoon Marvin Gaye, door zijn vader doodgeschoten in het jaar van ‘Purple Rain’, combineerde de twee ook, maar worstelde meer met die twee zielen in een borst. Prince had er ogenschijnlijk geen moeite mee. Die fantaseerde expliciet over meisjeskamerintimiteit (‘If I was your girlfriend’) om snel daarna het geloof te bejubelen in ‘The cross’.

Duivelse vuiligheid

Iets van de verwarring en ook de afschuw die de artiest veroorzaakte, wordt duidelijk door de persoonlijke ervaringen van Ben Greenman, de schrijver van ‘Dig if you will the picture. De biografie van Prince’. Hij raakte in 1982 als elfjarige in de ban van het fenomeen, maar stuitte op hardnekkig verzet van zijn ouders, wedergeboren christenen. Vier keer kocht de jonge Greenman de lp ‘1999’ en even zo vaak werd die plaat door zijn vader en moeder weggemaakt of vernietigd. In hun huis was voor dat soort duivelse vuiligheid, gemaakt door een nog geen 1.60 meter groot kereltje met een pooierachtige snor, die optrad in slechts een miniem broekje en regenjas, geen plaats.

De weinig verhullende teksten van Prince waren voor Tipper Gore, echtgenote van Al Gore, toen nog lid van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, aanleiding om een morele kruistocht te beginnen tegen de vergiftigende uitwerking die sommige pop kon hebben op de jeugd. Die strijd leidde uiteindelijk tot de parental advisory-stickers, waarschuwingen die met evenveel gemak kunnen worden gezien als extra aanbeveling voor jonge liefhebbers van schunnigheid.

Bij anderen kwam Prince juist door zijn openlijk beleden geloof met veel weg. Zijn hertenogen en falsetstem hielpen ook. Jazztrompettist Miles Davis, die het werk van zijn jonge collega waardeerde, was daar een beetje jaloers op: “Als ik tegen iemand zou zeggen: ‘Fuck you’, dan zou diegene maar wat graag de politie bellen. Maar als Prince het zegt met die meisjesachtige stem die hij gebruikt, dan zegt iedereen ‘wat leuk’.”

Overdosis pijnstillers

De ondertitel van ‘Dig if you will the picture’, ‘De biografie van Prince’, wekt de suggestie dat Greenman een levensverhaal opdient. Dat is niet het geval. Meer dan een glimp ervan heeft het boek niet te bieden.

De originele ondertitel ‘Funk, sex, God & genius in the music of Prince’ dekt de lading veel beter. Want de schrijver probeert thema-gewijs vooral enige ordening en achtergrond te bieden bij een gigantisch oeuvre. Het talent van Prince, vorig jaar op 57-jarige leeftijd overleden aan een overdosis pijnstillers, werd al vroeg ontdekt.

Dat Warner Bros een achttienjarige een vet contract gaf, kwam in de hoogtijdagen van de platenbusiness meer voor. De bedongen voorwaarden waren wel heel bijzonder: het joch zou zijn platen zelf produceren en kreeg volledige creatieve vrijheid. Hij mocht bovendien zelf andere talenten gaan begeleiden. Iets wat hij later veelvuldig zou doen (denk aan artiesten als the Time, Sheila E. en Wendy & Lisa).

Slaaf van de industrie

Later, toen hij tot een van de grote sterren was uitgegroeid, voelde Prince zich alsnog een speeltje van de industrie. Hij bleek geen eigenaar te zijn van zijn eigen masterbanden en kon bijvoorbeeld niet zelf bepalen wanneer hij werk op de markt bracht. Het leidde tot een langdurige juridische strijd met zijn label, waarbij de artiest een tijdlang met het woord slave op zijn wang verscheen.

Greenman, eerder verantwoordelijk voor boeken met en over funkpionier George Clinton en drummer/producer Questlove, draaft soms wat door in zijn duiding. In een passage over de voorkeur van Prince voor paars wordt dan opeens verwezen naar de wetenschapper Herman Pleij en zijn boek ‘Van karmijn, purper en blauw. Over kleuren in de Middeleeuwen en daarna’. Ook de Nederlandse band Lois Lane wordt even genoemd, net als een aftershow in het Utrechtse Tivoli eind 1998, waarbij Prince een achteraf akelig profetische rap improviseerde: “Osama Bin Laden getting ready to bomb / 2001…America, you better watch out”.

Arrogant en nukkig

Greenmans fan-zijn zit hem niet in de weg. Over de geboorte van zijn hoofdpersoon op 7 juni 1958 schrijft hij in het begin van zijn boek: “In een leven gevuld met zoveel prestaties [...] waarin het lijkt alsof daar een leger voor nodig is of een mystiek wezen, zouden we moeten beginnen met eraan te denken dat die allemaal toebehoorden aan exact één persoon die op aarde arriveerde via de gewone kanalen in plaats van in onze wereld af te dalen vanuit een of ander ver hemelrijk.”

Die lachwekkend barokke en hagiografische toon verdwijnt daarna gelukkig. De auteur laat niet onvermeld dat Prince af en toe een behoorlijk arrogante en nukkige kwast kon zijn. Van muzikanten werd 24-uursbereikbaarheid geëist (elk moment wilde hij de studio in kunnen duiken), maar ze werden soms behoorlijk wreed aan de kant geschoven. Tegenover ’s mans weldadige ideeënrijkdom stond soms overproductie, drie- of zelfs vierdubbelaars van wisselende kwaliteit. Ook afzonderlijke nummers leden onder zijn geniale gekten: ze zaten te vol muzikale en tekstuele ideeën of waren zo ver doorgeproduceerd dat ze gepolijst gingen klinken.

Tegelijkertijd maakt Greenman de lezers ook enthousiast voor een hernieuwde duik in het oeuvre van Prince en nieuwsgierig naar een echte biografie. Al is het best mogelijk dat er in het bestaan van de workaholic uit Minneapolis niet eens zoveel ruimte was voor een levensverhaal naast de muziek.

Ben Greenman
'Dig if you will the picture'. De biografie van Prince.
Vert. Johan Bosveld. 
Unieboek/Het Spectrum; 318 blz. €25,-

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden