Het gif verdween, de bezorgdheid niet

Het heeft wat rampen gekost om de mens duidelijk te maken dat hij een verwoestende invloed heeft op zijn omgeving. Milieu is van actiepunt beleidsterrein geworden. In een serie artikelen blikt Hans Schmit terug op de vermaarde milieuproblemen waarmee die ontwikkeling begon. Aflevering 1: de stille lente

Hans Schmit

De lente wordt beangstigend stil, waarschuwde Rachel Carson in 1962. De Amerikaanse biologe en schrijfster verhaalt in haar boek Silent Spring (Stille Lente) gedetailleerd hoe een destijds nieuwe groep bestrijdingsmiddelen, met chloorkoolwaterstoffen en kwik, de voedselketen binnendrong, zich ophoopte in het vetweefsel van dieren en mensen en tot massale sterfte en terugloop van soorten leidde.

Zo werd eind jaren vijftig de populatie futen in het Clear Lake in Californië tot op enkele individuen na uitgeroeid omdat in het belang van het toerisme tegen muggen werd gespoten met een aan DDT verwante stof. Roodborstlijsters in Michigan stierven massaal na de toepassing van DDT tegen iepziekte. Die stof hoopte zich op in aardwormen, een belangrijke voedselbron van de vogels.

De effecten van het gebruik van bestrijdingsmiddelen met chloorkoolwaterstoffen op vogels en zoogdieren bleven ook in Nederland niet onopgemerkt, zegt de Wageningse toxicoloog prof.dr. Jan Koeman. ,,Vanaf 1962 was er sprake van massale sterfte van vogels. Zaaizaad werd ontsmet met chloorkoolwaterstoffen die via graaneters in roofvogels kwamen. De havik viel terug naar minder dan tien paren; de buizerd naar enkele tientallen. Ook onder visetende vogels vielen veel slachtoffers. In 1964 werd massale sterfte gemeld van grote sterns in de Waddenzee. De populatie viel terug van 40000 broedparen naar 600 paren in 1965. Ook eidereenden werden getroffen, zij het dat de populatie niet instortte zoals bij de grote stern. Die jaren vormen de zwaarste periode van milieuverontreiniging en vogelsterfte in Nederland.'

Tot 1964 werd in Nederland geen onderzoek gedaan naar de belasting van de fauna met chloorkoolwaterstoffen. Koeman, die bij de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht werkte, viel als onderzoeker precies in het schot: ,,Er was sprake van een bijzondere samenloop van omstandigheden. Er werden nieuwe bestrijdingsmiddelen gebruikt in de landbouw, er was sprake van ernstige effecten op de fauna en wij hadden als een van de eersten de beschikking over nieuwe apparatuur, de gaschromatograaf, waarmee deze stoffen konden worden aangetoond. Toen wij in dood gevonden dieren die stoffen inderdaad aantroffen, was de volgende vraag of de gevonden gehaltes verantwoordelijk waren voor de ziekteverschijnselen en voor de dood van de dieren. Wij hebben die vraag met een onweerlegbaar ja kunnen beantwoorden door laboratoriumproeven met kuikens en torenvalken. Dat mocht toen nog. Je kunt zeggen dat wij vijf torenvalken hebben gebruikt om de rest te redden.'

Bij analyse van de monsters van de dode vogels uit de Waddenzee vond Koeman naast dieldrin ook hoge concentraties telodrin. Koeman: ,,Dat was een grote verrassing want telodrin, dat tien keer giftiger is dan dieldrin, werd in Nederland niet gebruikt. Het werd echter wél geproduceerd in Nederland: in september 1961 had Shell in Pernis een fabriek geopend voor de productie van telodrin. Wij vonden het een spectaculaire ontdekking dat met afvalwater restanten telodrin vanuit Pernis in de Waddenzee kwamen en daar door vogels via de voedselketen werden opgenomen. In die dagen was dat echter geen aanleiding voor berichten in de pers.'

,,Wij, mijn promotor Herman van Genderen en ik, hebben toen direct contact met Shell opgenomen. Shell heeft mede op grond van deze informatie de telodrin-fabriek in september 1965 gesloten. Men had in de gaten dat men meer problemen zou krijgen met deze stof, onder meer in het arbeidsmilieu. Eind jaren zestig heeft de toenmalige minister van landbouw, Lardinois, de toepassingen van persistente bestrijdingsmiddelen als drins en DDT sterk teruggedrongen of verboden.'

In de gaschromatogrammen zagen Koeman en zijn mede-onderzoekers van meet af aan vreemde pieken. Koeman: ,,Een Zweedse publicatie in 1966 bracht duidelijkheid: het waren PCB's, die onder meer werden toegepast in transformatoren, isolatoren en als warmtegeleidingsvloeistof. Ook die stoffen zorgden voor problemen bij vogels en zoogdieren. Van de vogels hadden vooral de aalscholvers te lijden, terwijl de afname van zeehonden in de periode van 1955 tot in de jaren zeventig waarschijnlijk het gevolg is verminderde vruchtbaarheid door PCB's, zoals blijkt uit onderzoek van Peter Reijnders van het toenmalige RIN op Texel. In de jaren tachtig heeft Reijnders een experiment uitgevoerd waarin een groep zeehonden werd gevoerd met vis uit de Waddenzee en een andere groep vis uit het relatief schonere noordoostelijk deel van de Atlantische oceaan kreeg. Ook dat bevestigde dat PCB's effect hebben op de gezondheid van zeehonden.'

De jaren zestig vormen voor Koeman (van 1972 tot 2000 hoogleraar toxicologie aan de Universiteit van Wageningen en in de jaren negentig voorzitter van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen) toxicologisch een 'turning point'. Na de ernstige chemische vervuiling van het milieu is de toxicologie uitgegroeid tot een vakgebied dat een belangrijke bijdrage levert aan het oplossen van problemen, zoals de ongewenste neveneffecten van de industriële ontwikkeling, de aanwezigheid van contaminanten in voedsel, gezondheidsschade op de arbeidsplek en de achteruitgang van diersoorten.

Koeman: ,,Het is een stuk schoner geworden; kwalijke stoffen zijn geëlimineerd en vervangen door minder giftige stoffen die beter afbreekbaar zijn. Roofvogels herstellen zich in vrijwel alle westerse landen waar bestrijdingsmiddelen met chloorkoolwaterstoffen zijn gebruikt. Ondanks twee virusuitbraken is de zeehondenpopulatie in de Waddenzee sterk gegroeid. Het aantal broedparen van de grote stern is weer opgelopen tot 14500. Het stopzetten van de productie en het gebruik van de meeste chloorkoolwaterstof-bestrijdingsmiddelen en de PCB's weerspiegelt zich in een duidelijke afname van de gehalten van deze stoffen en ook van dioxinen in vis, zeevogels en zeehonden. Ondanks die dalende trend vind je in moedermelk nog steeds dioxinen en PCB's, maar ook daar zal de afname zich de komende jaren duidelijk gaan aftekenen.'

Die verbetering wil niet zeggen dat er niets is om bezorgd over te zijn. Koeman: ,,Er worden nog veel stoffen gebruikt waarvan toxicologisch te weinig bekend is om een betrouwbare schatting te kunnen maken van de mogelijke risico's voor de volksgezondheid. Van veel stoffen die in de wereld worden gebruikt, ook in de Europese Unie, zijn de toxicologische dossiers nog steeds zeer onvolledig. Dat betekent dat ook nu nog rekening moet worden gehouden met schadelijke effecten op het milieu.'

,,Ik maak me ook zorgen over het genetisch veranderen van gewassen die die daardoor resistent worden tegen herbiciden, zoals maïs. Je kunt nu alleen een middel tegen onkruid gebruiken voordat de maïs opkomt, omdat je anders ook de maïs dood spuit. De resistent gemaakte maïs kun je echter permanent bespuiten. Wat betekent dat voor de omgeving van die akkers? Natuurgebieden liggen er vaak vlak tegenaan. Wat betekent dat voor insekten die afhankelijk zijn van de vegetatie, zoals vlinders, zweefvliegen, kevers? Ik maak me daar echt zorgen over.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden