Het gezicht van de armoede

'Het rauwe gelaat van de armoede' wordt ze genoemd, noma, een infectieziekte die het gezicht van kinderen misvormt. Dat wil zeggen: in het 'gunstigste' geval. Veel vaker gaan ze er aan dood, ieder jaar minstens 110000. Noma ontstaat door ondervoeding en gebrek aan eiwit. Een aandoening die dus gemakkelijk te voorkomen valt. Alleen niet in de Derde Wereld. Trouw bezocht in Nigeria de enige kliniek ter wereld waar men zich serieus met dit vraagstuk bezighoudt.

Ogenschijnlijk is het een plaatje; een mooie, zwarte kleuter, half liggend op de linkerzij, de benen opgetrokken. Zijn rechter oor en zijn glanzende neusvleugel lijken het werk van een Afrikaanse kunstenaar. Op zijn wang zitten wat donzige haartjes. Welke moeder zou niet trots zijn op zo'n kind. Deze moeder dus! Al weken weigert ze hardnekkig de kleine te voeden. Het jongetje ligt nu aan het infuus en ademt stotend. ,,Die redt het waarschijnlijk niet'', oordeelt de dokter.

Als hij het kind optilt, komt de weigering van de vrouw, klein en bedeesd, abrupt in een ander licht te staan. De linker wang is één gapend gat, alsof ze is aangevreten door een beest. Ook een deel van de neus blijkt ernstig aangetast. ,,Noma'', zucht de arts.

Opnieuw heeft deze vreselijke infectieziekte een slachtoffer gemaakt. Jaarlijks sterven in Azië, Latijns-Amerika en vooral Afrika minstens 110000 kinderen aan noma. Degenen die het overleven hebben voortaan een gruwelijk misvormd gezicht. Hun aantal wordt wereldwijd op een kleine 800000 geschat. Het is echter heel goed mogelijk dat dit cijfer in werkelijkheid veel hoger ligt, want betrouwbare getallen ontbreken.

Veel noma-patiënten hebben last met eten, drinken en/of spreken. Hoewel een volwassene de aandoening eveneens kan krijgen is noma voor negentig procent een infectie die kinderen treft. Tussen het tweede en twaalfde jaar.

Het gangreen treedt overigens niet alleen op aan het gezicht. Al in 1838 besprak de Nederlandse arts L. Pruymboom in zijn dissertatie een geval van 'noma van de vulva'. Het is opvallend dat in de landen waar noma tegenwoordig opduikt nooit gevallen van genitaal gangreen worden gemeld. Komt het dan niet meer voor? Jawel, menen deskundigen, maar in die gebieden, met name de Sahel, is het waarschijnlijk zo'n taboe dat vrouwen er niet mee naar een arts durven te gaan.

Dat geldt overigens voor gezichtsnoma evenzeer. Hartwig Sauter constateert: ,,Onder bedelaartjes op straat tref je een enkele keer zelfs een kind met lepra aan, maar noma-slachtoffertjes zie je nooit. De gemeenschap stoot hen uit en hun ouders stoppen ze weg. Uit schaamte. Reden waarom we naar de dorpen gaan om die kinderen op te sporen''.

Sauter staat als geneesheer-directeur aan het hoofd van het Noma-kinderziekenhuis in Sokoto, een hete, stoffige stad in het noordwesten van Nigeria, hartje moslimland.

Het opvallend propere hospitaal, gebouwd in 1999 en omgeven door een hoge muur, is het enige ter wereld waar systematisch onderzoek naar de aandoening wordt gedaan. Men vangt er slachtoffers op en behandelt ze. Vier keer per jaar komen chirurgen uit Nederland en Duitsland - vrijwilligers- om hier plastische ingrepen te verrichten. Met vaak verbluffend resultaat. Zoals de jonge vrouw op zaal. Eerst had zij een monsterachtig voorkomen, nu kan ze, letterlijk, weer lachen en heeft uitzicht op een huwelijk.

.,,Het is prachtig werk'', vertelt hoofdzuster Hajia Mairiga uit Sokoto, ,,je speelt een beetje voor God''. En Sauter, Duits-evangelisch van huis uit, voelt zich bezield door het ideaal medemensen in nood te helpen.

Wie nog nooit van noma heeft gehoord hoeft zich niet te schamen. Veel Nederlandse artsen weten er ook amper wat van af. Begrijpelijk. Noma -van het Griekse woord nomè verteren, verslinden- komt in ons land al bijna anderhalve eeuw niet meer voor. Alleen in de hongerwinter van 1944-1945 werden weer enkele gevallen gemeld. En daarmee hebben we gelijk de simpele oorzaken te pakken: ondervoeding, verzwakking door bijkomende ziekten -malaria, mazelen, tyfus- en slechte mondhygiëne. Noma, om onbekende reden ook wel 'waterkanker' genoemd, is het rauwe gezicht van de armoede.

Sprekend over Midden- en Centraal-Afrika legt kinderarts Sauter uit: ,,Het tragische is dat men er genoeg proteïne-rijk voedsel heeft om noma voorgoed uit te bannen: aardnoten, bonen, eieren. Maar de plattelandsbevolking verkoopt dat op de markt en eet zelf eitwit-arme kost, zoals milet en mais.'' Hartwig Sauter weet waarover hij praat. Voor hij in september 1999 naar Sokoto kwam werkte de flegmatieke Duitser vijf jaar in Kameroen en Benin.

Er blijkt niet alleen sprake van eenzijdige voeding, maar ook van ondervoeding. Zo krijgt het gemiddelde kind in Nigeria hooguit negentig procent van de dagelijkse hoeveelheid calorieën die nodig is om gezond te leven. Eén op de zes kinderen haalt zijn vijfde verjaardag niet.

Camtan-ma -'mondontsteking als een galopperend paard' noemt men noma in Vietnam. Een treffende omschrijving, want het afbraakproces verloopt razendsnel. Binnen enkele weken is een voorheen gaaf kind voor het leven getekend.

De eerste vijf dagen valt de infectie die begint met een op het oog onschuldig paarsrood plekje aan de binnenkant van de mond, meestal op het tandvlees, te stuiten met antibiotica. Daarna is er geen redden meer aan en vreet de aandoening steeds dieper door, zodat delen van het aangezichtsskelet komen bloot te liggen. Ook wordt soms een oog aangetast. Later ontstaat littekenweefsel waarvan het samentrekken, mét de open gaten, leidt tot vaak ernstige misvormingen van het gelaat. Overigens overleeft amper een kwart van de patiënten de ziekte. De anderen sterven, meestal aan bloedvergiftiging.

Veroorzakers van al deze ellende zijn 'sluimerende' micro-organismen die in elke mond voorkomen, maar die bij kinderen met verminderd afweersysteem de kop opsteken. Sauter: ,,Waarom het ene ondervoede kind wel cancrum oris (medische term voor noma) krijgt en het andere niet? Eerlijk gezegd hebben we geen idee. Er is nog veel bacteriologisch onderzoek nodig. Alleen...dat kost geld''!

De directeur leidt ons rond in het ziekenhuis. Een deel van de 75 bedden is onbezet. Dat wordt, verzekert Sauter, anders als binnenkort weer een van de chirurgische teams arriveert. Daarvan maken overigens ook anesthesisten en verpleegkundigen deel uit.

Sauter: ,,Het is beter de patiëntjes hier te helpen dan ze, zoals een Zwitserse organisatie doet, naar Europa over te brengen. Op onze manier bespaar je hen een enorme cultuurshock én het is veel goedkoper: tweeduizend euro tegen anders ruim vijftigduizend''.

Sommige kinderen die we op onze rondgang treffen, kunnen binnenkort naar huis. Ze zien er zeer acceptabel uit, al blijft de schade zichtbaar. Anderen wacht nog één of meerdere nabehandelingen. Allen liggen of zitten letterlijk in de schaduw van hun moeder. Die wordt sterk bij het proces betrokken. Tot en met de verzorging toe.

Als de patiënten geholpen zijn gaan ze na verloop van tijd naar het revalidatiegedeelte van het hospitaal. Hier leert de moeder hoe ze gezonder eten moet bereiden en op welke manier de hygiëne thuis kan worden verbeterd. In het ziekenhuis is de voeding (en de behandeling) gratis.

Bij zijn rondgang heeft Sauter (42) voor elke patiënt een opbeurend woord. Hij beseft welke pijnlijke ingrepen vaak zijn vereist voordat de schade redelijk is hersteld. ,,Als dat echter lukt zie je hen opbloeien. Ze worden veel vrijer, hebben weer levenslust, krijgen zelfvertrouwen.''

De salarissen van het inheemse personeel worden voor het grootste deel betaald door de deelstaat Sokoto. De federale regering neemt het onderhoud van de gebouwen voor haar rekening. Dat loopt minder soepel dan het lijkt. Dit jaar heeft Sauter nog geen 'cent' ontvangen. ,,Men ziet weinig politiek gewin in een ziekte die alleen de allerarmsten en dan ook nog alleen hun kinderen treft. Dat wreekt zich.''

Het geld voor behandeling en voeding van de patiënten en voor medische apparatuur komt van westerse sponsoren. De belangrijkste daarvan is de AWD Stiftung Kinderhilfe in Hannover, op de voet gevolgd door de (Noord) Nederlandse Noma Stichting die tevens onderzoeken opzet en financiert.

Sauter: ,,We proberen goede contacten te onderhouden met de plaatselijke geestelijke leiders, de sultan voorop. Dat lukt niet altijd. Sommige imams waarschuwen: 'Breng je kind niet naar dat westerse ziekenhuis, daar willen ze het alleen maar bekeren'. Onzin natuurlijk. Wat ons parten speelt is dat hier geen artsen uit de regio werken''.

Ook kinderchirurg Hassan Abubakar komt niet uit dit deel van Nigeria. Al is ie wel moslim. Hij vult aan: ,,In dorpen waar men de resultaten van ons werk kent, staan de mensen positiever tegenover het ziekenhuis. Ze zien hoe behandelde patiëntjes doorgaans weer gewoon kunnen functioneren. Dat stimuleert andere ouders hun kind ook hier te brengen''.

Op de vraag wat hij bij zijn werk als de grootste ergernis ervaart antwoordt hij prompt: ,,het gebrek aan zelfstandig werkende verpleegsters. De meeste moet je alles voorkauwen en vervolgens controleren of ze het ook werkelijk doen. Je vraagt twee keer of ze een kind willen wegen en de derde keer blijkt dat het nog steeds niet is gebeurd. Van die dingen. Ook kunnen we nog wat gespecialiseerde artsen gebruiken, zoals een tandarts en een kaakchirurg''.

Als we het ziekenhuis verlaten zegt Sauter: ,,Ouders die met hun kind hier naar toe komen, hebben dagen lang gereisd en grote financiële offers gebracht. Toch komen er steeds meer. Zelfs uit het verre Lagos. Dat geeft de burger moed. En die moed kunnen we goed gebruiken, dat verzeker ik u''!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden