Het geweten van de wetenschap

Theologie is een academische studie, én verbonden met de kerk. Voor decaan Adelbert Denaux in Utrecht is dat vanzelfsprekend, net als het feit dat hij mede-wetenschappers iets te bieden heeft: integriteit.

Bij zijn aantreden als decaan van de Faculteit Katholieke Theologie trof Adelbert Denaux zes jaar geleden 'onrust, ontgoocheling en onvrede' aan, naar eigen zeggen.

Een zuivering, doorgevoerd onder leiding van de Nederlandse bisschoppen, had even daarvoor geleid tot het gedwongen vertrek van moraaltheoloog Frans Vosman en de opheffing van het vak vrouwenstudies theologie. "Zuivering is een groot woord", zegt Denaux, op zijn werkkamer in het hoge Van Unnikgebouw in Utrecht, waar hij vanaf de achtste verdieping uitkijkt over het Kromme Rijngebied. "Wel is er een selectie gemaakt. Niet zo vreemd, wanneer je twee instituten samenvoegt. Voor degenen die niet terechtkonden, is een galante oplossing gevonden."

De pijnlijke besluiten waren genomen voor hij als decaan werd aangesteld van de nieuwe faculteit, een samenvoeging van de Katholieke theologische opleidingen in Utrecht en Tilburg. "Bij mijn aantreden heb ik gezegd dat we vooral naar de toekomst moesten kijken en daar energie in moesten steken. Ik had begrip voor de pijn, maar je moet daarbij niet blijven stilstaan. Het ging erom de kansen op levensvatbaarheid van de faculteit te benutten, want het was wel een dubbeltje op zijn kant."

Zijn 74 jaar zijn Denaux niet aan te zien. Een kleine halve eeuw geleden ontving hij de priesterwijding. De Vlaming is een talenman, hij werd bijbelwetenschapper, met kennis van Germaanse filologie en Semitische talen. Hij was als hoogleraar Nieuwe Testament verbonden aan de universiteit in Leuven. Zijn loyaliteit lag net zo goed bij de kerk als bij de wetenschap. Begin jaren tachtig maakte hij serieus kans om bisschop van Brugge te worden. Dat Rome voor een ander koos en hij hier nu als wetenschapper zit, betreurt hij niet. "Als je bisschop bent, word je geleefd. Ik ben tevreden over hoe mijn leven is gegaan."

In plaats van Adelbert Denaux werd Roger Vangheluwe bisschop van Brugge. Denaux zwijgt en kijkt even weg, wanneer de naam van Vangheluwe valt. De bisschop bezorgde katholiek Vlaanderen een zwarte bladzij. In 2010 trad hij af als nadat hij had toegegeven een neef seksueel misbruikt te hebben.

Denaux werd dus geen bisschop, hij bleef wetenschapper. Als relatieve buitenstaander werd hij, op een leeftijd waarop in de burgermaatschappij het pensioen al enige tijd is ingegaan, decaan van die nieuwe samenvoeging, de Faculteit Katholieke Theologie. Een couveusekind, gezien de marginale plaats van kerk en theologie, en het slechte imago van de FKT na de valse start.

Bij zijn vertrek nu laat hij een faculteit achter die levensvatbaar is en die serieus genomen wordt door de andere theologische opleidingen. Het aantal eerstejaars (17) houdt niet over. Wel zijn er nu 150 studenten. Rome heeft de FKT definitief erkend, een externe visitatiecommissie heeft de kwaliteit van onderzoek gemeten, volgend jaar is de kwaliteit van het onderwijs aan de beurt. Denaux heeft alle vertrouwen in de uitkomst. "We hebben drie onderzoeksinstituten opgezet. Het Centrum voor Patristisch Onderzoek, het Centrum voor Justitiepastoraat en het Kardinaal Willebrands Research Centre."

De onderzoekscentra weerspiegelen het belang dat Denaux hecht aan samenwerking met andere religieuze richtingen. Door het contact met bijvoorbeeld de VU (voor patristisch onderzoek, oftewel onderzoek naar de kerkvaders) heeft Denaux de FKT een steviger basis bezorgd. Die basis is nodig, gezien de terugloop bij theologie. In 1970 werd in Nederland op elf plaatsen academische theologie bedreven, nu nog op vijf. Tien jaar geleden huisde in deze universitaire torenflat in Utrecht Nederlands grootste theologische faculteit.

En nu? "Het is verdampt en verschraald," constateert Denaux. Nu resteert in Utrecht alleen de FKT. Andere theologieopleidingen verdwenen, of ondergingen een metamorfose tot religiestudies, omdat faculteiten ervoor kozen religie van buitenaf te bestuderen. Denaux wil niet polariseren, en dat religiestudies bestaan, vindt hij prima en logisch, maar "het is belangrijk voor Nederland dat er ook een academische instelling is die voor de theologie gaat".

Academische theologie, betoogt Denaux in zijn afscheidsrede, is ook altijd verbonden met de kerk. "Als je dat contact verbreekt, zaag je de tak af waarop je zit." In de collegebanken van zijn eigen FKT zouden Nederlandse priesters hun opleiding moeten krijgen. Dat was tenminste ooit de opzet van de fusie, en een van de bestaansredenen van de faculteit. Vreemd genoeg maakte aartsbisschop Eijk dat onmogelijk, door twee jaar na oprichting van de FKT de Utrechtse priesteropleiding Ariënsconvikt op te heffen en de priesterstudenten die totdantoe hun colleges aan de FKT volgden, voortaan naar de Tiltenberg (bij Haarlem) te sturen. Een hbo-opleiding.

Denaux: "Rome wil graag dat alle seminaries in Nederland nauw verbonden zijn aan de FKT. Het is de vrijheid van de bisschop om anders te doen dan Rome graag heeft."

Denaux heeft in Rome goede contacten met pater Friedrich Bechina van de congregatie voor de opvoeding, dat geldt als het Romeinse ministerie van onderwijs.

"In Nederland zijn in 1967 de seminaries allemaal opgeheven en zijn er vijf katholieke faculteiten opgericht. Die waren in de ogen van de kerkleiders te kritisch ten opzichte van de kerk. Vandaar de afstand tussen kerk en faculteiten. Het vertrouwen moet groeien."

Toch is er wel samenwerking geweest tussen het Ariënsconvikt, de priesteropleiding in Utrecht en de toenmalige theologische faculteit. Die samenwerking is juist weer verbroken, toen eind 2009 aartsbisschop Eijk het convikt sloot.

Denaux: "Dat gebeurde omdat er te weinig studenten waren en om financiële redenen. Of dat de meest wijze beslissing was, is een andere kwestie. Aan het convikt studeerden ook priesterstudenten uit andere bisdommen. Had de aartsbisschop met deze bisschoppen overlegd, dan had het wel wat anders kunnen gaan." Ondanks dat kardinaal Eijk grootkanselier is van de FKT, en dus belast met het controleren ervan, heeft Denaux met hem geen contact over de kwestie dat de FKT op fietsafstand van het bestuurlijk centrum van het aartsbisdom ligt, maar toch geen priesterstudenten krijgt van het aartsbisdom. Denaux: "Dat contact laat de aartsbisschop over aan de hulpbisschop."

Naast zijn werk als decaan is Denaux altijd ook actief gebleven als wetenschapper. "Alleen dan kun je begrijpen wat je medewerkers doen." Hij is specialist in Bijbelstudies, en wil ook graag all-round theoloog zijn. Dat hangt samen met zijn visie op het nut van theologie. "Theologie moet altijd verbonden zijn met zowel de wetenschap als de kerk en de samenleving." Voor Denaux kan theologie geen wetenschap om de wetenschap zijn, er hoort altijd een maatschappelijke toepasbaarheid aan te zitten.

Zelfs heeft theologie de wetenschap iets unieks te bieden, vindt hij. Integriteit. "De affaire-Diederik Stapel heeft ons laten zien dat ook wetenschappers niet vrij zijn van corruptie en fraude. Die integriteit zou gewaarborgd moeten zijn door afspraken en codes, maar in de praktijk blijkt dat niet te volstaan."

Grenzeloze ambitie kan ertoe leiden dat de wetenschapper gebruik maakt van ongeoorloofde methoden. Om integer wetenschap te bedrijven, zijn volgens Denaux aspecten nodig die te vinden zijn in de deugdenleer. Hij somt op: "Nederigheid, inzage geven in je werk, dus je laten beoordelen, en het begrenzen van je ambitie."

Met een twinkeling: "Als wetenschapper moet je aanvaarden dat er andere wetenschappers zijn die misschien beter zijn. Het kan niet zo zijn dat je pas geslaagd bent als je iedereen van de troon hebt gestoten."

Denaux maakt nog net de verhuizing mee van de FKT naar de binnenstad van Utrecht. De opleiding trekt in een pand naast het Catharijneconvent. Opmerkelijk genoeg is het de oude pastorie, waar eerder studenten van het Ariënsconvikt zaten. Het pand is aangekocht door de Bonifatiusstichting, met geld van de jezuïeten.

De verhuizing is noodgedwongen, omdat de universitaire toren wegens groot onderhoud ontruimd moet worden.

Denaux is tevreden over de locatie: "We leven in een tijd van vergetelheid. Theologie is het culturele geheugen van de samenleving. Hoe kunnen we Bach begrijpen zonder de Bijbel te kennen? Daarom is het goed dat we naast het Catharijneconvent gaan zitten, het museum dat het christelijk erfgoed bewaart."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden