KLEIN VERSLAG

Het geweeklaag van de mariniers over Vlissingen, ik begreep het niet

Beeld Wim Boevin000

Ook in Vlissingen was het in die eerste meiweek licht zomers, met koele winden en hitte in de luwte. 

Ons hotel lag vlak achter de boulevard, in de buurt van de monumentale Leeuwentrap, waarlangs je de dijk beklom. En altijd weer die nomadische reflex om nieuwe plaatsen te verkennen op hun potentie om er langer te kunnen verblijven, er een seizoen lang je kamp op te kunnen slaan voor er verder getrokken wordt.

Vlissingen sprak me zeer aan.

Het geweeklaag van de mariniers die er vanuit Doorn met hun gezinnen naartoe zouden moeten verhuizen, begreep ik niet. Zeker, Vlissingen ligt aan de rand van het land, Doorn in het hart, maar wat een majestueuze rand is het, met die fonkelende zee en die zeearm van de Westerschelde, breed als de Bosporus.

Snelgeld-architectuur

Ik heb weleens met enig verdriet de schamele snelgeld-architectuur beschreven waarmee dit land de zee verwelkomt, en met weemoed gedacht aan bijvoorbeeld de Kaiserbäder van de Duitse Oostzee, maar het is ook zo dat kustplaatsen met een open vizier zwaar te lijden hebben gehad van die laatste wereldoorlog, zoals Zandvoort, maar ook Vlissingen. En de Noordzee is geen Oostzee.

Vlissingen kende aan het einde van de negentiende eeuw een heus Grand Hôtel des Bains, niet ver van die Leeuwentrap, een luxe hotel dat in 1924 werd omgedoopt in Grand Hotel Britannia (er was een directe zeeverbinding met Engeland). In 1944 volgde de verwoesting, en in 1955 werd een nieuw Britannia gebouwd, in modernistische stijl. Dat nieuwe hotel hield het vol tot 1992, toen volgde de sluiting en in 2010 werd het grotendeels gesloopt. Maar een betonnen rest staat er nog, daar bijna aan het einde van de Boulevard, en ik keek er met enige bevreemding naar: het was dichtgetimmerd en met graffiti beschilderd, maar er waren ook nog mooie mozaïeken te zien, met maritieme motieven.

Beeld Wim Boevin000

Aan de voet van de ruïne, aan de overzijde van de verkeersluwe Boulevard daal je af naar een stuk zandstrand dat dichter naar de havenstad toe overgaat in asfalt en een hoge balustrade - een vestingwerk tegen de zee.

Fluittonen

Ik wandelde verder in de richting van het duin, en de kop van de dijk, verzwaard met een Duitse bunker, waarop een windorgel was geplaatst van vijftig rechtopstaande bamboepalen. In de palen waren gaten gemaakt, zodat de wind kon zingen, in brommende of hoge loeiende fluittonen.

En omdat niets in deze contreien bestendig lijkt, was ook dit windorgel niet het eerste in zijn soort, maar al het derde, nadat twee eerdere exemplaren waren verwoest door storm en vandalisme. Het bamboe kwam intussen van diverse continenten, om te illustreren hoe internationaal de zeewegen zijn en de havens die eraan liggen.

Dat is één van de bijzonderheden van deze stad: dat aan zijn Boulevard grote zeeschepen voorbij varen, je kan er bijna naar toe zwemmen, vrachtvaarders en tankers met containers, met loodsboten op hun waterlijn, op weg naar de haven, of wat verderop op de Westerschelde in de richting van Antwerpen. Je kan vanuit de stad de dijk beklimmen en dan kan zich een monumentaal vergezicht voor je openen van blauwe glinstering met een armada erin; Vlissingen is alle provinciesteden ontstegen.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees hier meer van zijn columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden