Het gevaar van water

In Nederland overlijdt elke dag iemand door verdrinking. Het is de belangrijkste doodsoorzaak onder kinderen beneden de vier jaar. De Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij (KNRM), die morgen 175 jaar bestaat, vaart nog altijd 1500 keer per jaar uit.

Het is hem altijd bijgebleven, ook al is het meer dan vijftig jaar geleden. Jan Vos de Mooij was vier en kon nog niet zwemmen toen hij in de vijver van het Amsterdamse Bos raakte. Eén of twee keer kwam hij boven water. Vlak onder de waterspiegel zag hij hoe kinderen op de wal toekeken. ,,Ik weet nog goed hoe het water het beeld van die kinderen vervormde. Het moment dat een man zich bij die kinderen voegde zag ik ook nog.'' Daarna raakte hij buiten bewustzijn. Een seconde later sprong die man in het water en werd Vos de Mooij uit het water gehaald en op de kant gelegd. Omstanders pasten eerste hulp toe door hem op zijn rug te leggen en zijn armen heen en weer te bewegen teneinde het water uit zijn longen te krijgen.

Sinds mensenheugenis zijn er methodes bedacht om drenkelingen te redden. Soms werd slachtoffer op een regenton bevestigd om op die manier al rollend het water uit de longen te verwijderen. Ook werd geprobeerd een drenkeling bij kennis te brengen door in het oor 'ola!' te schreeuwen of te blazen op een trompet.

Het redden van drenkelingen hoort bij de vaderlandse geschiedenis. Toen op 14 oktober 1824 voor de kust bij Huisduinen een schip in de problemen raakte en drie opvarenden en zes redders daarbij het leven verloren was dat reden voor een aantal notabelen om een reddingsmaatschappij op te richten. Uit de opbrengst van giften werden 'de kusten der Provincien Zuid- en Noord-Holland van reddingsmiddelen voorzien'.

Volgens Esther Visser, medewerkster bij de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij (KNRM), gebeurt dat nog steeds. ,,Onze zevenduizend donateurs vormen een stabiele factor. Mensen zeggen niet gauw op. Wij hebben geen last van concurrentie'', vertelt Visser. ,,Gemiddeld wordt 1500 keer per jaar door de KNRM uitgevaren, waarbij zo'n 2500 mensen worden geholpen. De strandwachten zorgen voor de badgasten tot ongeveer een mijl uit de kust. Dan komen wij.'' De KNRM is een ambulance in de zee. Tussen Eemshaven in het noorden, Cadzand in Zeeland en het IJsselmeer zijn 37 stations van de KNRM gevestigd. De 550 vrijwilligers -waaronder twee vrouwen - moeten in geval van nood binnen tien minuten aanwezig kunnen zijn. Dag en nacht. In sommige families werken de mannen al generaties als redder.

Ron Zegers is in het dagelijks leven sportinstructeur en sinds tien jaar vrijwilliger bij reddingsstation Hoek van Holland. Zijn pieper ligt binnen handbereik. Altijd. Met een vaste ploeg van 12 vrijwilligers en de boot 'de kapiteins Hazewinkel' wordt in geval van nood uitgevaren. Sinds twee jaar is de reddingsmaatschappij in bezit van deze razendsnelle boot. Hij is geschonken door het echtpaar Hazewinkel dat 95 kapiteins in de familie heeft gehad. ,,De eerste maand hebben we er gelijk drie keer een mensenleven mee gered. Dat was met de oude boot niet gelukt'', vertelt Zegers.

De redders oefenen gemiddeld een keer per week en krijgen jaarlijks een training in Schotland. Ze moeten allemaal in staat zijn om de boot naar huis te brengen. Zegers is 'gepast trots' als een reddingsactie is geslaagd. Bang is hij nooit geweest. ,,Je bent aan elkaar verplicht om te zeggen als je iets niet kan. De groepsleden moeten van jou op aan kunnen.'' In vroeger tijden waren spierkracht, moed, wind en water de belangrijkste elementen om een mens van de verdrinkingsdood op zee te redden. Eén van de redders uit de Nederlandse geschiedenis, Adriaan van der Klooster, was kapitein op de reddingboot de Prins der Nederlanden uit Berghaven en betrokken bij het redden van meer dan tweehonderd zeelieden. Toen iemand hem vroeg wat hij dacht als hij weer eens moest uitvaren zei hij: ,,Niks meneer, we denken niet. Als we zouden denken dan zouden we niet gaan.''

Joost Bierens, anesthesioloog en intensivist is in 1996 gepromoveerd op het thema 'verdrinken in Nederland'. Hij geldt als een van de weinige specialisten op dit gebied en wordt regelmatig om advies gevraagd. Als student medicijnen werkte hij als strandwacht in Cadzand. Toen al viel hem op dat er geen eenduidige benadering is van verdrinkingsslachtoffers. ,,Lang niet altijd wordt een drenkeling naar het ziekenhuis gebracht, terwijl dat wel zou moeten. Een drenkeling moet altijd horizontaal uit het water worden gehaald om shock te vermijden. Het is voor omstanders vaak moeilijk te begrijpen dat een drenkeling op de wal volstrekt gezond lijkt te zijn en na een kwartier alsnog doodziek wordt. Er is geen sluitende verklaring te geven waarom sommige diep onderkoelde slachtoffers vele tientallen minuten onder water kunnen overleven. Men vermoedt dat de bloedsomloop zich geleidelijk aanpast aan de omstandigheden.'' Of iemand zich in zoet of zout water bevindt maakt volgens hem niet uit. Bierens: ,,In het algemeen mag je er van uit gaan dat de overlevingskansen goed zijn als iemand niet langer dan tien minuten onder water is geweest en dat een onderdompeling langer dan zestig minuten niet wordt overleefd. De eerste tien minuten na een verdrinking en het eerste half uur na de redding zijn uiterst belangrijk.''

De laatste jaren is het aantal slachtoffers in Nederland met een gemiddelde van één dode per dag gelijk gebleven. Het aantal allochtonen onder de verdrinkingsslachtoffers stijgt licht. Verdrinking is nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak onder kinderen beneden de vier jaar. Bierens: ,,Zij zijn zich van het gevaar van water niet bewust.'' Opmerkelijk is dat meer jongetjes dan meisjes overlijden. ,,Jongens gaan makkelijker op ontdekkingsreis.'' Blijkbaar zet die trend zich onder volwassenen voort want volgens cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek overlijden door verdrinking jaarlijks meer mannen dan vrouwen. Alleen in geval van zelfmoord door verdrinking sterven meer vrouwen. Ook Virginia Woolf koos ooit het water.

Uiteindelijk overlijden de meeste drenkelingen aan onderkoeling. Het lichaam verliest meer warmte dan het kan aanmaken. Een drenkeling kan door onderkoeling -afhankelijk van zijn conditie en gewicht- binnen een kwartier zijn bewustzijn verliezen. Langzaam maar zeker vallen de lichaamsfuncties uit. Zodra een onderkoeld slachtoffer uit het water is gehaald moet hij tegen verdere afkoeling beschermd worden en onmiddelijk naar het ziekenhuis vervoerd worden.

Het gebeurde op een koude winterochtend in 1984. Toneelschrijver Justus van Oel besloot naar zijn werk te schaatsen. ,,Heel Amsterdam was bevroren. Bij de sluizen van Carré zakte ik door het ijs. Nog nooit heb ik het zó snel zó koud gehad. Door de hoge sluismuren zag ik niemand. Ik gilde als een speenvarken, lag tussen de ijsschotsen, kon mij nergens aan vasthouden en probeerde al watertrappelend boven te blijven. Ineens werd ik heel rustig, voelde me op een prettige manier leeg. Ik was al aan het afscheid nemen toen ik plotseling een ladder zag die de sluiswachter had gehaald. Eenmaal op de kant werd ik door die man eerst -heel klassiek- verrot gescholden. Stond ik daar met een pikkie van drie millimeter en een deken om me heen. Door het ijs zakken is erg slecht voor je ego.''

Volgens Bierens is het belangrijk dat je als drenkeling rustig blijft. ,,Je maakt dan meer kans doordat je minder zuurstof verbruikt. Mensen die het kunnen navertellen zijn meestal rustig gebleven.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden