Het gevaar van eenheid

Nederland dreigt een seculiere eenheidsworst te worden, vindt Govert Buijs. Hij koestert de verscheidenheid en zoekt de grenzen ervan op: de SGP ging met haar vrouwenstandpunt te ver, halal slachten moet kunnen.

Het is de laatste maanden in Nederland - en daarbuiten - weer een beetje hommeles rond religie: de Eerste Kamer wendt nog net een verbod op ritueel slachten af, kleine levensbeschouwelijke omroepen raken hun zendtijd kwijt, 'smalende godslastering' blijft omstreden, 'weigerambtenaren' krijgen geen ruimte meer, de SGP moet haar kieslijst openen voor vrouwen, Youth for Christ mag in de Amsterdamse wijk De Baarsjes geen jeugdwerk organiseren en daags voor Kerst schaft de Tweede Kamer de Zondagswet af.

Om niet direct weg te zakken in het moeras van de Nederlandse polder, begin ik met een brede armzwaai: de geschiedenis van de mensheid heeft grofweg twee concepties opgeleverd van een goed functionerende politieke gemeenschap. Volgens de ene kan een politieke gemeenschap alleen goed functioneren als alle burgers ongeveer hetzelfde zijn: dezelfde taal, dezelfde gewoonten, dezelfde levensstijl, dezelfde kleding, dezelfde opvattingen. Het centrum van de eenheid is doorgaans een 'god', dissidenten heten 'goddelozen'.

Volgens de andere conceptie moet een politieke gemeenschap juist zoveel mogelijk vrijheid en verscheidenheid toelaten. Wie heel sterk de eenheid beklemtoont, schrijft een recept voor gewelddadigheid. Al wie eenheid zaait, oogst strijd; alleen wie pluraliteit toestaat, oogst eenheid. Daarom mag er ook geen 'god' zijn die de politieke gemeenschap samenbindt. De politiek moet seculier zijn.

Laten we de eerste groep 'unitariërs' noemen, de tweede 'pluralisten'. Ik geef een werkhypothese: diep in ons allemaal, in ons als mensen, huist een unitariër. Waarom? Misschien wel omdat we geneigd zijn de geborgenheid en eenheid van onze kinderjaren, het familieverband, als maatstaf te nemen voor het grotere verband waarin we later opereren.

Voor zover we kunnen terugkijken, hebben de unitariërs de oudste papieren: stamverbanden, koninkrijken en keizerrijken deden er alles aan om de politieke eenheid ook een religieuze, culturele eenheid te laten zijn. Die kwam uit in een publieke religie met rituelen, symbolen, een hele politieke cultus, een vlag, heldenverhalen, een goddelijke farao of keizer.

Daar kon je je eigenlijk niet aan onttrekken - of het moet al door middel van een grootschalige exodus zijn, de oorsprong van het volk Israël en het Jodendom. Maar zo'n algehele uittocht is een miraculeuze uitzondering.

Er zijn wel eerdere pluralistische aanzetten(Perzië, Athene), maar de eerste fundamentele stap in pluralistische richting zet het christendom. De weigering van christenen mee te doen aan de Romeinse keizercultus kwam hun op het predicaat 'goddelozen' te staan. Wat de christenen eigenlijk vroegen was een vrije ruimte, waarin ze volgens hun eigen overtuigingen konden leven en van waaruit ze de samenleving als geheel wilden dienen.

In het doordenken van hun situatie legden christelijke theologen de grondslagen voor een plurale politieke orde. Ze meenden dat een staat het geweten van mensen niet mag dwingen, ze vertolkten het idee van de absolute menselijke waardigheid en wilden een beperkte rol van de politiek, die alleen voor vrede, niet voor religieuze eenheid mocht zorgen.

Maar het unitarische bloed kruipt waar het niet gaan kan. Christenen gaan, eenmaal groot geworden, de ruimte die ze zelf kregen, aan anderen ontzeggen. In Europa wordt het corpus Christianum geboren, waarin de God van de christenen functioneert als de oude politieke rijksgoden. En opnieuw worden gewetens gedwongen. En toch, de eens gegeven argumenten blijven doorwerken. Vanaf diep in de Middeleeuwen, via de vroegmoderne tijd en de Reformatie, langs de Nederlandse onafhankelijkheidsoorlog, de Zwitserse stedenbond, de Engelse Glorious Revolution, de Amerikaanse Revolutie en uiteindelijk de Franse, vertoont de westerse geschiedenis het beeld van een lange, deinende, kolkende opeenvolging van hervormingen, reformaties en revoluties.

Het zijn allemaal pogingen tot een exodus, een uittocht uit het slavenhuis van een unitarische politieke orde. En steeds kwamen die oude, christelijke argumenten naar voren, hoe langer hoe meer ook in een seculiere vorm, vanaf de vrijlating van alle slaven in 1256 in Bologna, via de Unie van Utrecht (1579), via de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring die alle mensen endowed by the Creator with certain inalienable rights noemt, tot en met Martin Luther King en Barack Obama bij zijn tweede inauguratie.

De pluralisten hebben deze spannende tweestrijd gewonnen. Of is dat schijn? Want steeds steekt de unitariër die diep in ons zit, de kop op.

Maar is niet een bepaalde mate van 'unitarisme' nodig, juist ook voor een vrije, plurale samenleving? De Verenigde Staten: als sommigen onder onze burgers slaven willen houden en anderen niet - moeten we dan maar, heel pluralistisch, een oogje toeknijpen? Of Duitsland: als sommigen van mijn landgenoten bij de Joodse buren aanbellen en hen wegvoeren - wie weet waarheen - is dat dan niet gewoon een kwestie van afwijkende conventies, die je nu eenmaal in ruimdenkendheid tolereren moet - het raakt mij immers niet?

Dat kan natuurlijk niet. Een plurale orde heeft een unitarische grens: de ruimte voor ieder is ook echt een ruimte voor en van iedereen. Om deze grens scherp in beeld te krijgen (en onnodig unitarisme de pas af te snijden) is het goed om te onderscheiden tussen diverse typen overtuigingen.

Je hebt Type-1 overtuigingen: fundamentele rechtsbeginselen die van A tot Z beogen de pluraliteit te beschermen en te koesteren (Grondwet, Rechten van de mens). Daarnaast zijn er Type-2 overtuigingen, met de formule: ik vind het absoluut belachelijk dat jij anders bent dan ik, en als de wet het zou toestaan zou ik er een einde aan maken. Helaas staat de wet dat niet toe. Maar ik zet alles op alles om via de wet het jou zo lastig mogelijk te maken. Ik begin vandaag alvast met jou belachelijk te maken.

Daarnaast heb je Type-3 overtuigingen, van het type 'ik geloof echt dat dit de waarheid is, maar ik weersta elke aandrang om dit jou op te leggen'. Respect is essentieel voor mij, bij mijn overtuiging hoort ook wezenlijk een 'ethiek van het luisteren'. Ten slotte zijn er Type-4 overtuigingen: 'Hé wat leuk, of wat raar, dat jij hier anders over denkt, maar het zal mij niet deren. Van mij mag je.'

Het unitarische bloed kruipt waar het niet gaan kan. Mensen kunnen Type-2 overtuigingen aandikken tot Type-1, zodat ze zelfs tot wetgeving gaan leiden. Mensen kunnen zelfs Type-4 overtuigingen (die dicht in de buurt van een smaakoordeel zitten) aandikken tot Type-2 overtuigingen en ze daarmee steels in de wachtkamer voor wetgeving zetten. In het debat van multiculturalisme versus monoculturalisme is deze beweging regelmatig waar te nemen. Zoals bij de inburgeringscursus, die een vreemd Type-2 gehalte geeft aan een cadeautje meenemen als je bij buren op bezoek gaat, of aan handen geven. Dat hoort toch wel echt bij 'goed Nederlander zijn'.

Een pluralistische orde valt te verdedigen op grond van genoemde beginselen (zoals vrijheid van geweten). Er is ook een heel ander, pragmatischer argument voor te geven, te vinden bij John Stuart Mill in de negentiende en Karl Popper in de twintigste eeuw, maar ook bij Abraham Kuyper en zelfs al in een bepaalde vorm bij de apostel Paulus, 2000 jaar geleden.

Het argument gaat als volgt: je weet als samenleving nooit van te voren voor welke uitdagingen je gesteld wordt, technisch, economisch of moreel. Een samenleving waarin hetzij door een staatsmacht, hetzij door sociale druk, iedereen zich aansluit bij de mening van iedereen en dus alle diversiteit verdampt, maakt zich buitengewoon kwetsbaar. Je moet daarom met afwijkende argumenten omgaan zoals Mao Zedong ooit omging met Deng Xiao-ping, de latere Chinese leider: niet vermoorden maar in reserve houden.

Bij Abraham Kuyper loopt het argument iets anders: een staat kan helemaal niet beslissen over de ultieme waarheid, en daarom moet ze ruimte geven aan de diverse kandidaten die zich hier aandienen. Zie de samenleving als een arena van visies en draag zorg voor een level playing field en faire duels. Recentelijk is dit argument in andere bewoordingen herhaald door Jürgen Habermas. Het zou zomaar kunnen, aldus Habermas, dat we in de toekomst de argumenten juist ook van religieuze tradities hard nodig hebben voor de humaniteit - net als in het verleden.

Vanuit deze argumentatie wordt duidelijk dat pluraliteit actieve bescherming behoeft. Geef ruimte aan religieuze opvattingen evenzeer als aan niet-religieuze. Dat is het idee van 'inclusieve neutraliteit', in feite het beginsel van evenredige vertegenwoordiging (dat staat tegenover the winner takes all). Die inclusieve neutraliteit is ook een uitstekend uitgangspunt voor overheidsbeleid. De overheid is onpartijdig en geeft daarom juist aan heel verschillende visies de ruimte.

Hoewel Nederland zich er erg graag op laat voorstaan een pluralistisch land te zijn, is onze mentaliteit diepgaand door het unitarisme geïnfecteerd. Nederlanders zijn kuddedieren - maar dan ook altijd weer fanatieke kuddedieren. Zijn we religieus - dan zijn we het ook allemaal. Zijn we seculier - dan zijn we het ook allemaal en nog fanatiek ook. Zijn we 'neo-liberaal'? Dan zijn we het ook allemaal - en weer fanatiek. We schudden ideologische veren af, alsof het niets is. Zijn we technocratisch? Dan zijn we het allemaal. Alle organisaties, in zorg, onderwijs, woningbouw, politiek, bankensector, ze moeten er allemaal aan geloven. Alles wordt omgeturnd volgens de laatste managementfilosofie van de grootschaligheid, de benchmarking, de zorgminuten - noem maar op.

Dit is de nieuwe tijd.

We dienen ons hier wel steeds af te vragen met welk type overtuigingen we te maken hebben. Wanneer is eenheid een constitutionele vereiste, wanneer gaat het om een oprisping van onze unitaristische inborst?

Enkele casussen. Al in de vroege Middeleeuwen bouwde men geïnspireerd door de christelijke traditie een grote verscheidenheid aan zorginstellingen op: weeshuizen, ziekenhuizen, gemeenschapshuizen voor weduwen en alleenstaande vrouwen, opvanghuizen voor ouden van dagen. Ook ontstond er een baaierd aan onderwijsinstellingen.

Momenteel zijn we bezig alles wat herinnert aan, of zelfs maar zweemt naar een diepere inspiratie in de zorg of in het jeugdwerk, systematisch weg te organiseren. Als zich dan een jeugdzorgorganisatie meldt (Youth for Christ, in Amsterdam), die zich expliciet op deze eeuwenoude traditie baseert en daarmee ook nog eens volgens allerlei criteria uitstekende resultaten behaalt, zeggen we toch als seculieren: nee, goede resultaten tellen niet, want het is religieus! Daarmee vergetend dat in feite onze hele zorgsector tot in de kern uit deze religieuze traditie put.

Hier wordt duidelijk hoever de unitarische ideologie om zich heen grijpt. Op precies hetzelfde moment dat Amsterdammers majoor Alida Bosshardt verkozen tot 'grootste Amsterdammer aller tijden' verbood de Amsterdamse gemeenteraad effectief dat er ooit weer een nieuwe majoor Bosshardt zou kunnen opstaan. Wie het begrijpt, mag het zeggen.

Hoezeer de SGP'ers ook onderdeel vormen van een Nederlandse traditie en hoe sympathiek haar vertegenwoordigers ook zijn, volgens de door mij aangelegde toets kan hun (inmiddels aangepaste) vrouwenstandpunt niet door de beugel. Hier hebben we het echt over constitutional essentials.

Urgent was de zaak mijns inziens zeker niet, maar nu die eenmaal aanhangig is gemaakt, kun je niet anders concluderen dan dat diverse rechters en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens terecht hier een afwijzende uitspraak gedaan hebben. De pluraliteit geldt ook voor vrouwen. Zeker bij een politieke partij die constitutioneel deel uitmaakt van de wetgevende macht.

Anders ligt het bij het ritueel slachten door joden en moslims. Daar heeft de Eerste Kamer terecht een stokje gestoken voor het verbod dat de Tweede Kamer wilde uitvaardigen. Voor zo'n verbod op koosjer of halal slachten, en daarmee voor een beperking van de plurale vrijheid, lijkt me geen constitutioneel argument te geven.

Kennelijk zijn de unitarische tendensen ook binnen de wetenschap heel sterk. Nu vraagt men zich af: waar waren de kritische economen, de economen die wetenschap met moraal verbonden, die veel meer historische kennis hadden van crises? Die waren keurig afgeserveerd als 'ouwe lullen' die de nieuwe tijd niet begrepen en bovendien hun marktwaarde niet opleverden (omdat ze hun onderzoek niet door woekerwinstmakers lieten financieren en inhoudelijk bepalen). Vergelijkbare unitarische reflexen spelen op als mensen het wagen de thematiek 'religie en wetenschap' en daarmee verbonden de mogelijke begrensdheid van wetenschappelijke kennis überhaupt aan de orde te stellen.

Het is hoog tijd om ons pluralisme weer als een kracht naar voren te brengen. Zo dienen we pluralistisch om te gaan met het verleden: Nederland heeft christelijke wortels, maar heeft ook veel vrijdenkers voortgebracht en ruimte gegeven; er heeft steeds een interessante competitie en dialoog plaatsgevonden tussen orthodoxe en vrijzinniger vormen van geloof, agnosticisme en atheïsme. Hiervan ging vaak een wederzijds corrigerende werking uit.

Ook het heden verdient die pluralistische blik van inclusieve neutraliteit. Pluralisme vooronderstelt dat we de centrale domeinen van onze publieke infrastructuur de facto pluraal houden. Denk aan ons omroepbestel, denk aan ons onderwijsbestel, denk aan onze zorginstellingen, denk aan onze bankensector. Laten we alsjeblieft niet de fout maken om in al deze domeinen één, zogenaamd neutrale, maar in de praktijk vaak exclusief seculiere (en daarbinnen de exclusief technocratische of commerciële variant) het alleenrecht te geven. Het blijft altijd puzzelen hoe we dit precies vormgeven, maar hier zijn grote principiële en pragmatische voordelen in het geding.

Ten slotte zullen we ook pluralistisch moeten omgaan met de toekomst. In Nederland hebben we een unieke omgang met pluraliteit ontwikkeld, vooral op levensbeschouwelijk terrein. Deze infrastructuur geeft ook aan nieuwe groepen alle kansen om in de samenleving een eigen plaats in te nemen. Het domste wat we kunnen doen is dit nu op te geven en alsnog het unitarische pad op te gaan. Het lijkt mij heel belangrijk om een herwonnen pluralisme ook uit te venten.

Nederland gidsland, juist op dit punt - waarom niet?

Deze lezing hield Govert Buijs bij een debat over 'De kerk en de st(r)aat' op 28/1, georganiseerd door De Rode Hoed, Forum-C en Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden