Het gevaar van de helft plus één

Democratie is niet ’de helft plus één’, en dus moet de sharia niet worden ingevoerd als tweederde meerderheid dat wil, zoals Piet Hein Donner onlangs beweerde. Democratie is een heel pakket aan waarden. Dat wisten ook de oude Griekse filosofen al.

Het veroorzaakte flink wat ophef: de opmerking die de inmiddels vertrokken minister Piet Hein Donner maakte in het boek ‘Het land van haat en nijd’. Donner zegt in dit boek: „Voor mij staat vast: als tweederde van alle Nederlanders morgen de sharia zou willen invoeren, dan moet die mogelijkheid toch bestaan? Zoiets kun je wettelijk toch niet tegenhouden? Het zou ook een schande zijn om te zeggen: dat mag niet! De meerderheid telt. Dat is de essentie van democratie.’’

Leden van de Tweede Kamer hebben Donner, naar aanleiding van deze opmerking, aan de tand gevoeld. Donner probeerde toen de indruk weg te nemen alsof hij moslims aanmoedigde om langs democratische weg de Westerse democratie aan de kant te schuiven. Hij antwoordde op kritische vragen dat hij als minister van justitie heilig overtuigd was van het belang van de Nederlandse grondwet en de daarin vervatte democratische ‘kernwaarden’. Deze zou hij blijven verdedigen, ‘ongeacht meerderheden’. Na dit optreden in de Tweede Kamer is de opwinding langzaam weggestorven. En nu Donner vanwege een andere kwestie is opgestapt als minister van justitie, is de hele zaak geschiedenis geworden.

Toch zijn er door de affaire een aantal vragen opgeroepen over de democratie die actueel blijven. Zeker als je mensen die zelf onbekend zijn met de beginselen van de democratie zegt te willen integreren, kan het geen kwaad om de vraag te stellen wat er nu eigenlijk onder democratie wordt verstaan. De opmerking van Donner gaf voeding aan een reeds bestaand en wijdverbreid misverstand – vooral in het Midden-Oosten, maar niet alleen daar – dat democratie alleen te maken heeft met het regeren van de meerderheid, en niets met de beginselen van de democratische rechtsstaat, zoals het geweldsmonopolie van de staat, de grondwettelijke bescherming van minderheden, het handhaven van de scheiding der machten en het beschermen van de vrijheid van meningsuiting,

Wat is de essentie van de democratie? Een van de problemen aan Donners stelling is dat hij de macht van de meerderheid niet beperkt. De meerderheid zou in principe zelfs kunnen bepalen dat de meerderheid niet bepaalt, en dat in plaats daarvan bijvoorbeeld één man alle macht in handen zou moeten hebben. In dat geval zou de essentie van de democratie leiden tot het opheffen van de democratie.

Dan wordt het onduidelijk waarom de democratie door wijze mensen een groot goed is genoemd, of in ieder geval, de minst slechte van alle regeringsvormen. Want als democratie in essentie alleen zou neerkomen op het principe dat de meerderheid bepaalt, dan zou de meerderheid ook democratisch kunnen besluiten om een minderheid te martelen en te vermoorden. Toch vinden we het martelen en vermoorden van minderheden fundamenteel in strijd met democratie.

Hoe komt dat? Dat komt, omdat we democratie niet alleen beschouwen als een systeem dat draait rondom een procedure die iedere mogelijke uitkomst kan genereren, maar als een systeem dat een bepaalde visie op het goede leven uitdraagt. In deze democratische visie op het goede leven staat de bescherming van de vrijheid van ieder mens centraal. De essentie van wat wij doorgaans onder democratie verstaan is met andere woorden geen besluitvormingsprocedure, maar een stelsel waarin het gaat om waarden.

Veel politieke filosofen waren bevreesd dat de democratie zou ontaarden in wat in de negentiende eeuw ‘de tirannie van de meerderheid’ werd genoemd. John Stuart Mill heeft het hierover in zijn boek On Liberty (1859), en Alexis de Tocqueville heeft het erover in zijn boek Over de democratie in Amerika (1848). Tocqueville schrijft daarin dat wat hem het meest afstootte in Amerika niet de extreme vrijheid was die daar heerste, maar ‘het gebrek aan garanties tegen de tirannie’.

,,Wanneer een man of een partij onrechtvaardig behandeld wordt in de Verenigde Staten, waar moet deze dan naar toe? Naar de publieke opinie? Daardoor wordt de meerderheid gevormd. Naar de wetgevende macht? Die vertegenwoordigt de meerderheid en gehoorzaamt haar blind. Naar de uitvoerende macht? Deze wordt aangewezen door de meerderheid. Naar de politie? Zij zijn niets anders dan de gewapende arm van de meerderheid.’’

Is het dan helemaal niet mogelijk om je aan de dictatuur van de meerderheid te onttrekken? De oplossing van Tocqueville is dezelfde als die wordt aanbevolen in ‘The Federalist Papers’ (1788), de serie krantenartikelen die aan de basis staat van de Amerikaanse Grondwet. De macht van de meerderheid moet in bedwang worden gehouden door checks and balances, door tegenwicht en controle. ,,Ambitie moet gebruikt worden’’, schrijft Madison in nummer 51 van The Federalist Papers ,,om ambitie tegen te gaan’’. Democratie zou ook volgens Tocqueville de verschillende machten van elkaar moeten scheiden, zodat verzet tegen de macht van de meerderheid mogelijk blijft.

De democratie dient volgens deze denkers te voorkomen dat één partij alle macht naar zich toetrekt en deze macht gebruikt in haar eigen voordeel in plaats van in het voordeel van allen. Alle partijen – arm en rijk, gelovig en ongelovig, massa en elite – dienen een zekere toegang te hebben tot de macht zonder dat een van deze partijen erin slaagt alle macht naar zich toe te trekken. Het instandhouden van dit delicate machtsevenwicht is een van de grootste uitdagingen van de democratie. Wie democratie terugbrengt tot een procedure waarin de meerderheid beslist, brengt democratie volgens deze denkers terug tot de tirannie van de meerderheid.

Dat het in de politiek gaat om waarden en niet om procedures of om iets anders, was ook de opvatting van de Griekse filosoof Plato (428-348 voor Christus) en zijn leerling Aristoteles (384-322 voor Christus). Volgens Plato en Aristoteles gaat het in de politiek vooral om de vraag hoe te leven. Het antwoord op deze vraag is zowel bepalend voor het karakter van ieder individu, als voor het karakter van het politieke bestel als geheel. Als op staatsniveau bijvoorbeeld de rijken regeren, regeert op het niveau van het individu het verlangen naar rijkdom. In de democratie regeert het verlangen naar vrijheid. Het gevaar daaraan is volgens Plato dat op een gegeven moment niemand meer naar anderen wil luisteren, en dat er anarchie ontstaat die eindigt in dictatuur.

Plato en Aristoteles hadden veel kritiek op de democratie. Dat kwam ook doordat zij waren beïnvloed door de wijsgeer Socrates, die in de democratische stadstaat Athene ter dood was veroordeeld. Socrates had steeds duidelijk gemaakt dat er een verschil bestaat tussen datgene wat goed schijnt – en waar de meerderheid in gelooft – en datgene wat goed is - en dat alleen gekend kan worden door mensen die bereid zijn hun verstand te gebruiken. Socrates’ dood had laten zien dat de onnadenkende meerderheid in staat is om zich als een tiran te gedragen, met name wanneer de meerderheid oordeelt over mensen die de ‘democratische idealen van vrijheid, blijheid’ en ‘alles moet kunnen’ ter discussie stellen.

Democratie vraagt met andere woorden volgens Plato om mensen die zichzelf in de hand kunnen houden en zich niet laten meeslepen door hun verlangens naar steeds meer consumptie of status of vrijheid. Als mensen zichzelf kunnen beheersen, kunnen zij ook op een goede manier over anderen regeren. Naarmate mensen slechter worden in het regeren van zichzelf, neemt de kans op tirannie toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden