HET GENOOTSCHAP

"Ik ben Bommel niet!" , zei tekenaarschrijver Marten Toonder kort voor zijn tachtigste verjaardag op 2 mei. Hij werd geinterviewd door Myrle Tjoeng tijdens een bijeenkomst in de Amsterdamse Rode Hoed. Daar waren relaties en vrienden bijeengekomen om hun zegje te doen over zijn werk en uitgever Dolf Hamming de auteur het eerste exemplaar en eerste deel van zijn autobiografie te zien aanbieden.

Wie Marten Toonders werk kent, weet dat hij vaak relativeert. Ergens vindt hij dat onze menselijke geschiedenis kort is. Het boek heet dan ook 'Vroeger was de aarde plat'.

De mensen dachten dat je er afviel als je te ver weg van je vertrouwde omgeving ging - lichtte hij toe. "Vreemd eigenlijk, want als je op zee een schip ontmoet duikt aan de einder eerst de mast op, en geleidelijk het hele vaartuig." Dat kan alleen als er sprake is van een zekere ronding, waar het schip eerst achter verborgen was.

Die ervaring deed hij vroeg op tijdens een reis met het schip, waar zijn vader kapitein op de grote vaart was. Omdat die kapitein vaak van huis was, bleef hij lang een soort vreemdeling voor de kleine Marten. Het duurde een tijd om hem beter te leren begrijpen. Daar komt bij dat zijn ouders nogal verschillende mensen waren: de kapitein leefde in een harde wereld en je krijgt de indruk dat de opvoeding van Marten en zijn jongere broer Jan Gerhard met een zachte hand werd gedaan, door zijn moeder. De schrijver zegt dat zijn broer en hij niet leden onder het verschil tussen hun ouders: "omdat we een fantasiewereld hadden geschapen, die echter was dan het alledaagse leven."

Uit die wereld kwamen ook de verhalen voort, die uitmondden in heer Bommel, Tom Poes en al die anderen. In het begin zal de vader zeggen dat ze niet echt zijn en dus niet waar. Later stelt hij zijn opinie bij en de twee groeien steeds verder naar elkaar toe.

Strips

De kleine Marten begint al vroeg met tekenen en hij krijgt een soort injectie als zijn vader op 25 maart 1918 - in het laatste oorlogsjaar - na een lange afwezigheid thuiskomt. Hij brengt kisten vol levensmiddelen mee en . . . een bundeltje Weekly comics - stripbijvoegsels van Amerikaanse zondagsbladen. Ze zullen een groot deel van zijn loopbaan bepalen, want "met rode oortjes en hartkloppingen" zat hij naar Bringing up father, Barney Google en Crazy Cat te kijken. Verhalen die je ook zonder tekst begreep en spannender dan Voor het jonge volkje uit die tijd. Felix the Cat werd zijn favoriet.

In de jaren daarna ging hij zelf vervolgverhalen vertellen, als hij en zijn broer 's avonds in bed lagen. Overdag werden die als spelen op de grond opgevoerd - eerst met tinnen soldaatjes, al gauw met getekende, op karton geplakte karakters. Zijn broer had er een eigen aandeel in.

Verdere inspiratie leverde Martens vader, die een keer De lotgevallen van Abraham ging tekenen en dichten. Een figuur in een rafelig hemd, met lange haren, een ruige baard, een hoge hoed en een kuiken, dat hij had uitgebroed en dat precies op hem leek. Abraham keek olijk uit zijn ogen.

Anatomie

Toonders vader probeert hem af te houden om tekenen als beroep te kiezen: je kunt er je brood niet mee verdienen. Maar als dat niet helpt houdt zijn verzet op en neemt hij zijn zoon op negentienjarige leeftijd - na zijn eindexamen HBS - mee op een reis naar Argentinie.

Zijn ontmoeting daar met de Amerikaanse tekenaar Davis en later met de Brit Wilson en het werk van Dante Quinterno gaven een krachtige wending aan zijn koers. Hij leerde de anatomie van de stripfiguren grondiger en hoe je ze tot actie brengt.

Police line

En dan is er de zogenaamde police line - de onderlinge verhoudingen van de figuren. Hoe breng je die in balans - hoe krijg je een harmonisch geheel met een poes, een beer, een haan, een olifant, een nijlpaard enz.?

In de bijzondere wereld, waar ze optreden - zij het in strip of film - moeten ze met elkaar in een bruikbare verhouding staan.

Het totstandkomen van de grote tekenfilm Als je begrijpt wat ik bedoel gaf me hier kijk op in de Toonders studio's op kasteel Nederhorst den Berg - een soort Bommelstein.

Qua hoogte zijn er twee gemiddelden: Tom Poes en juffrouw Doddel komen ongeveer aan de laagste lijn, journalist Argus zit er iets onder, burgemeester Dickerdak en Dorknoper zitten er iets boven. Heer Bommel, commissaris Bulle Bas en dagblad-directeur Phant zitten bij de bovenste lijn of iets verder.

Verscheidene figuren zijn ook geevolueerd in de loop van vele jaren. Het sterkst valt dat op bij heer Bommel en bij Tom Poes. De laatste is in zijn jeugd een erg wollig beest, maar wordt in de loop der jaren gestroomlijnder - eleganter. Heer Bommel zie je geleidelijk van zijn jeugd naar de middelbare leeftijd groeien: zijn eerst minder expressief gelaat wordt gewoon uitgebreider, uitdrukkingsvoller. Die evolutie manifesteert zich rond de jaren zestig tot rond de jaren zeventig. In die laatste periode (1973) gaf de Bezige Bij een boek met drie Bommelverhalen uit op het formaat 36 x 30 cm - de ware grootte die Toonder voor zijn tekeningen gebruikte. Hij was er blij mee, want in de krant komen ze veel kleiner. Eigenlijk heeft hij daarnaast bezwaar tegen de uitvoering in pocketboek-formaat: de teksten komen tot hun recht, maar de tekeningen zijn weer te klein.

Filosofisch

Marten Toonder is geroemd om zijn originele taalgebruik. De Nederlandse vereniging van letterkundigen bood hem daarom al in 1953 het lidmaatschap aan. In april is zijn talent erkend door toekenning van de Tollensprijs, die ook verleend is aan mensen als Louis Couperus, Arthur van Schendel, Bertus Aafjes en andere prominenten.

"Ik wist niet, dat ik het in me had" , is een veelgebruikte uitdrukking van Bommel (door Toonder). Hij zegt Bommel niet te zijn, maar bekent dat die een deel van hem is: "Alles, dat je maakt is een deel van jezelf - al die figuren en zo. Bommel is zeker degene, die de meeste brokken maakt. Ik denk dat hij daardoor aanspreekt. Mensen zetten graag maskers op en doen flink. In hun hart zijn ze vaak onhandig. Bommel zet het masker op van iemand, die alles kan. Hij is een heer, geslaagd in het leven, woont mooi, eet lekker. Een benijdenswaardige figuur. In zijn hart is hij heel onhandig. Hij staat eigenlijk vaak onbeholpen tegenover iedereen, die hij tegenkomt en maakt brokken. Dat is een overeenkomst met mezelf: je maakt brokken, zelfs al doe je je best. Aan de andere kant kun je nooit iets maken, wat je helemaal niet in je hebt. Eigenlijk ben ik een schizofreen. Maar ik geloof in het woord: daar zit magie in. De poppetjes van de tekeningen zijn primitief, hoewel ze het woord dragen. Ik heb geprobeerd beide dingen te combineren."

Hans Ykema

VIER VINGERS VAN TOM POES

Zoals iedereen kan vaststellen hebben Mickey Mouse en Donald Duck vier vingers in plaats van de gebruikelijke vijf. Nu kan men het op zich al vreemd vinden dat muizen en eenden uberhaupt met vingers zijn uitgemonsterd, maar juist handen en voeten van stripdieren vormen, naast hun recht opgaande gang, de voornaamste fysieke bewijzen van hun antropomorfe bedoelingen.

Over het waarom van deze in stripkringen algemeen gerespecteerde regel der viervingerigheid onder dieren met menselijke eigenschappen heerst consensus onder striptekenaars en cartoonisten. Voor vijf afzonderlijke vingers is de modale striphand te klein, terwijl men in tekeningen met een vinger minder net zoveel kan uitrichten als met de gewone vijf. Nog een wonder dus dat Disney's Sneeuwwitje en Assepoester als menselijke stripbewoonsters wel in het bezit zijn van complete handen. Het geeft ze een ongemerkt surplus aan elegance.

Ook heer Bommel, Tom Poes en alle andere leden der Toonder-gemeenschap (inclusief de menselijken: Terpen Tijn, Priwytkofski, Kwetal) hebben tegenwoordig viervingerige knuisten. Maar dit is niet altijd zo geweest. Wie hun directe voorgangers in de jaren veertig inspecteert, ziet regelmatig handen met vijf vingers. Zo blijkt de dwerg Pikkin tussen 1941 en 1962 een vinger te hebben verloren. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld Professor Sickbock, Terpen Tijn en Bulle Bas. De vroege Heer Bommel zelf had nu eens vier vingers, dan weer vijf, al naar gelang, terwijl Bul Super en Hiep Hieper reeds in 1944 onmiskenbaar viervingerig waren (wellicht ter indicatie van hun broodwinning? Vingers verloren bij het zakkenrollen?)

Welke van de vijf vingers gesneuveld is, valt moeilijk te zeggen. De duim is steeds intact gebleven en in Disney-kringen gaat men er, vanwege de gelijkvormigheid der resterende vingers, vanuit dat de pink is geamputeerd. Dat zou ook voor de Toonder-figuurtjes kunnen gelden, ware het niet dat daar soms bij het theedrinken plots een duidelijke pink wordt opgestoken.

Overigens, viervingerigheid mag dan voor antropomorfe dieren in strips de regel zijn, het is zeker geen universele cartoonwet. Zo zijn Charles Schultz' menselijke The Peanuts inderdaad onmiskenbaar viervingerig, maar hebben alle eveneens menselijke figuren uit de Asterixstrips weer handen met vijf vingers.

Voor de voeten gelden weer andere regels. Heer Bommel en Tom Poes hebben, als enige chronisch ongeschoeiden in hun biotoop, al sinds de grondvesting hunner wereld drie tenen, terwijl Asterix en kornuiten er gewoon vijf hebben. Donald Duck heeft geen vleugels, wel zwemvliezen, Mickey Mouse omzeilt daarentegen het probleem door schoenen te dragen zoals de overgrote meerderheid der stripfiguren.

Rob Schouten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden