Het gematigd islamitisch alternatief voor Indonesie

JAKARTA - Zijn beweging - die van de islamitische Nahdatul Ulama (NU) - omvat een vijfde deel van de 200 miljoen sterke Indonesische bevolking. Wie hem ziet zou niet verwachten dat hij zo'n charisma heeft. 'Gus Dur' is zijn koosnaam.

NU-voorzitter Abdurrachman Wahid - 52 jaar, corpulent, een bril met glazen zo sterk dat zijn ogen extreem verkleind lijken - is een fenomeen. Hij is vijand van het fundamentalisme, noemt de islam een aanvullende waarde en nimmer een overheersende, en volgt liever het Japanse voorbeeld dan het Algerijnse.

Welvaart graag, maar niet al te materialistisch. De Japanners zijn toch ook brave boeddhisten en shintosten? Hij is er te oud voor en te weinig stads, maar Gus Dur is bijna zoiets als een islam-yuppie. Regelmatig gaat hij op reis, vaak ook naar Nederland, waar hij logeert bij een neef 'ergens in de buurt van het Amsterdamse metrostation Lelylaan'. Ooit liet hij zich interviewen in een Indonesisch mannenblad. Paginagroot stond hij op een kleurenfoto, voor een oerhollands tableau gehuld in Volendamse klederdracht, op klompen en met een stenen pijp in de hand.

Formeel staat hij buiten de politiek. De Nahdatul Ulama, opgericht in 1926 als de organisatie die bij uitstek de belangen van de schriftgeleerden (ulama's) en leiders van de islamscholen vertegenwoordigt, scheidde zich in 1984 van de islamitische PPP, de partij met wie zij eerder (in 1973) gedwongen was zich te fuseren. De breuk met de PPP betekende het einde van de NU als politieke partij.

Wahid ziet de NU liever als een sociaal-religieuse beweging en vindt haar als zodanig ook veel effectiever. Om van zijn activiteiten een idee te krijgen: juist die ochtend heeft Wahid een spoedvergadering met de leiding van de Indonesische Staatsbank voor de redding van een in financiele moeilijkheden geraakte plattelandsbank, die kredieten verstrekt aan kleine boeren en middenstanders in een programma dat door de NU wordt georganiseerd. Op de vraag of eigenlijk ook nietmoslims aan dit programma mee kunnen doen antwoordt hij fel: "Natuurlijk! Wij maken geen onderscheid in religie!"

Om zijn persoon gonst het van de geruchten, maar dat is aan de vooravond van de verkiezingen op 9 juni in Indonesie niet ongebruikelijk. In kranten en tijdschriften is gesuggereerd dat hij het ambt van vice-president zou nastreven (hetgeen gezien Suharto's leeftijd en mogelijk tussentijds terugtreden, als politiek uiterst gewichtig wordt gezien), anderen beweren zelfs dat hij een ingenieus plan voorbereidt om Suharto ten val te brengen.

Beiden ontkent hij heftig. "Ik heb in het geheel geen belangstelling voor een politieke functie. De enige uitzondering die ik wil maken is wanneer in een periode van machtsovergang en onder dreiging van instabiliteit op mij een beroep gedaan zou worden. In zo'n geval ben ik bereid politieke verantwoordelijkheid te dragen."

Is dit Javaans voor een sollicitatie naar het hoogste ambt? Wahid laat zich verleiden tot een analyse van Suharto's positie. Hij spreekt over de afbrokkelende steun van het leger, de fractionalisering van de strijdkrachten. Oud-generaal en minister van binnenlandse zaken Rudini heeft een eigen fractie binnen het leger al is die te klein voor een coup. Benny Moerdani, de minister van defensie en ex-stafchef heeft zijn eigen machtsbasis.

En dan is er nog de wegens de Diliaffaire in ongenade gevallen stafchef Try Sutrisno, die voor velen de perfecte opvolger van Suharto zou zijn. Als een politieke zet zijn ze alle drie door de kleine PDI-oppositie als mogelijke kandidaten voor de vicepresidentschap voorgedragen.

"Try Sutrisno rommelt met vrouwen" , zegt Abdurrachman Wahid met een malicieuze twinkeling achter de brilleglazen, "net als Moerdiono, Suharto's machtige kabinetschef. Moerdiono verblijft zelfs meestentijds in hotels om aan zijn gerief te komen."

Ernstiger wordt hij als we over het islam-fundamentalisme in Indonesie komen te spreken. Dat - ook binnen zijn beweging - steeds meer meisjes hoofddoekjes gaan dragen, beschouwt hij niet als een teken van toenemende onverdraagzaamheid, maar als de uiting van 'een behoefte aan een eigen identiteit'. Maar Abdurrachman Wahid maakt zich wel zorgen, zozeer zelfs dat hij Suharto onlangs een persoonlijke brief schreef waarin hij waarschuwde voor de dreigende desintegratie van de Indonesische samenleving.

"In mijn ogen," zegt de NU-leider, "hangt de opkomst van het fundamentalisme samen met de snelle verstedelijking. In 1970 woonde acht procent van de Indonesiers in de stad. In de jaren tachtig groeide dat naar 24 procent en sinds 1990 is het percentage naar meer dan dertig procent opgelopen."

"Met die snelle urbanisatie gaan ook traditionele waarden verloren. Jongeren nemen idealen van buiten over en hierin vindt het fundamentalisme zijn voedingsbodem. We horen slogans die het verlangen uitspreken om terug te keren naar de Eeuw van de Profeet, terug naar een nieuwe zuiverheid."

Wahid wilde begin maart in Jakarta een massademonstratie houden voor twee miljoen NU-leden: daarmee wilde Wahid een mandaat verkrijgen voor zijn leiderschap: een tegenwicht vormen tegen het fundamentalisme. Het werd geen succes. Dat wil zeggen, de demonstratie kwam er, maar niet meer dan tweehonderdduizend aanhangers verzamelden zich, slechts een tiende van wat was beoogd.

Volgens Wahid hebben de autoriteiten een grotere bijeenkomst verhinderd door bussen vol NU-leden aan de stadsgrenzen tegen te houden of naar verkeerde locaties te leiden. De regering, zo luidt de impliciete klacht, vreest de macht die Wahid kan genereren kennelijk nog meer dan die van de fundamentalisten.

Hij ziet het als een grote fout van de huidige machthebbers (lees: Suharto) dat ze hem en de NU niet de gelegenheid geven de fundamentalisten van repliek te dienen. En betekenisvol voegt Wahid eraan toe: "Ik weet dat het leger achter me staat."

Indonesie is een ideaal land voor complottheorien, maar deze is wel heel mooi. Keert de NU met steun van het leger terug in de politiek (met het dreigend fundamentalisme als voorwendsel?) als een wereldse, vooruitstrevende islampartij en komt daarmee aan de geleide democratie en het nepotisme van het Suharto-regime een einde? Voor de huidige moslimpartij van de PPP heeft Wahid weinig goede woorden over. "Binnen die kringen," zegt hij smalend, "debatteren ze of ze als goede moslims wel kerstkaarten mogen versturen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden