Het geluk van de zelfweerlegging

De Duitse schrijver Martin Walser wekte in oktober 1998 beroering met een rede waarin hij zich verzette tegen de geritualiseerde Duitse herdenkingscultuur. In die rede in de Paulskirche in Frankfurt hekelde hij de 'instrumentalisering van onze schande voor actuele, altijd goede, eerzame doeleinden'. ,,Auschwitz,'' zei Walser, ,,leent zich niet als routinedreigement, als een intimidatiemiddel dat op elk moment ingezet kan worden, als een morele knuppel.'' Hij vertelde hoe hij het hoofd afwendde als op tv weer de ergste beelden van de concentratiekampen werden vertoond. Duitsers zouden die krampachtigheid in de omgang met hun verleden moeten verliezen, maar ,,in welke verdenking komt men te staan als men zegt dat de Duitsers een normaal volk zijn, een gewone samenleving''.

We deden, ook in Letter & Geest, onder de titel 'Bevend geweten' op 28 november 1998 verslag van de woede die Walsers rede had opgewekt, vooral bij Ignatz Bubis, de inmiddels overleden voorzitter van de centrale raad voor de joden in Duitsland, die Walser latent antisemitisme verweet.

In Letter & Geest van 6 februari 1999 nam de Duitse literatuurwetenschapper Dieter Borchmeyer vorig jaar Walser in bescherming: ,,Vaag en onduidelijk zou Walsers taal in zijn rede zijn geweest, niet helder en onomwonden zou hij hebben gezegd wat hij eigenlijk bedoelde, aldus zijn critici. Maar het is precies deze verwachting van ondubbelzinnigheid die Walsers literaire rede poogt te doorkruisen. Wie een schrijver voor een rede uitnodigt, kan niet verwachten dat hij praat als een tandarts - of als een politicus, die volgens Thomas Mann nou juist niet stereoscopisch moet spreken zoals de schrijver, maar monoscopisch. Niet de 'geleende' taal van de informatie wilde Walser spreken, maar de hem eigen literaire taal.''

Die taal is de enige taal die niet te commanderen valt, je kunt er niets mee verkopen. Dus ook geen mening. Walser heeft nu gepoogd bij zichzelf na te gaan welke taal hem drijft. Met dit zelfonderzoek hoopt hij de afstand tussen de innerlijke taal, de taal van het zelfgesprek, en de publieke taal, de 'adresseertaal' te verkleinen. ,,Als er iets is dat ik teweeg zou willen brengen, is het het geluk van de zelfweerlegging. Publiekelijk. In het parlement. In de krant.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden