Review

Het geluk ligt steevast aan de overkant

Serge van Duijnhoven: De overkant en het geluk. Prometheus, Amsterdam; 202 blz. - ¿ 29,90.

Anders dan hun profeten, de Maximalen bestaat hun aanwezigheid niet zozeer uit revolutionaire kreten en pamfletten alswel uit dadendrang en literatuur. Ze schrijven of ze het al jaren doen en alsof de duivel ze op de hielen zit. Ieder jaar een boek, liefst twee.

Natuurlijk is het even wennen voor de gevestigde garde, die hen met soms ietwat paternalistische kritieken aan banden probeert te leggen: de gunstigste, trouwens ook de afgunstigste recensies krijgen ze dan ook uit eigen kring, waar hun voornaamste onderwerp, de jongerencultuur van de jaren negentig, vanzelfsprekend het best herkend wordt. Literair gesproken hebben de meesten trouwens niet zo veel gemeen, Gipharts werk bijvoorbeeld doet me vooral denken aan het neorealisme van de jaren zeventig, terwijl iemand als Erkelens zich eerder aan grote goden als Trakl en Joyce optrekt. Wat ze voornamelijk bindt is dat ze tot dezelfde generatie behoren, ze zijn het kroost van het in de jaren zestig ontzuilde geslacht. Bij hun geboorte stond de televisie aan.

Veel plezier schijnen ze aan hun afkomst niet te beleven. Studenten van me, die tot dezelfde generatie behoren, verklaarden onlangs tegen mij dat ze hun ouders verweten dat ze alleen de Disneycultuur hadden meegekregen om zich tegen af te zetten.

Of er intussen ook werkelijk van een soort literair verzet tegen de vorige generatie sprake is, waag ik te betwijfelen. Het enige wat ik zie is dat men zich op diverse manieren aan de praktijk van het precieze, verantwoorde, filosofisch-diepzinnige proza probeert te onttrekken en onbezwaard het eigen leven, de eigen omgeving op het programma zet.

Neem nu Serge van Duijnhoven. Een dichtbundel en twee prozawerken binnen twee jaar, plus een eigen periodiek. Schrijven kan hij; in zijn prozadebuut 'Dichters dansen niet', dat het ietwat illusieloze leven van hedendaagse twintigers onder de loep neemt, geeft hij een aardig doorkijkje in de Amsterdamse cultuur. Maar wat drijft hem nou eigenlijk meer dan het kundig schilderen van portretten uit eigen kring?

Misschien is het een vraag die je niet moet stellen, gaat het bij Duijnhoven en bentgenoten meer om de drang tot schrijven dan om de eventuele strekking. Ik bespeur iets irrationeels in die collectieve drift om het eigen wereldje hoe dan ook in kaart te brengen, iets dat me vooral doet denken aan het werk van de 'Beat generation', Jack Kerouac.

In de verhalenbundel 'De overkant en het geluk' speelt het Amerikaanse 'on the road'-gevoel niet toevallig een belangrijke rol. Drie van de vier geschiedenissen voltrekken zich in ietwat troosteloze contreien van de Verenigde Staten. Alle hoofdpersonen dragen een duister verleden met zich mee maar worden pas geportretteerd als ze aan het eind van hun bestaan zijn gekomen. Hun intrigerend geheim blijft zodoende bestaan: “Het verleden zat in ons. in ons lichaam, onze genen. Het was er met geen stok nog uit te krijgen en was gedoemd zich eindeloos te herhalen. Was dat soms de 'eeuwige wederkeer' waarover gesproken werd? De genen in ons lichaam die ons, tegen wil en dank, bleven confronteren met het karakter van onze ouders?”

Er steekt iets sombers en fatalistisch in Duijnhovens verhalen. Door het oog van de verteller vernauwen alle personages zich tot half mislukte slachtoffers van het bestaan die hun geheimen niet prijsgeven: de Brabantse grijsaard met het misdadig verleden, het Newyorkse junk-meisje dat zelfmoord pleegt, de opstandige priester die in een Amerikaans gat sterft, de oude schrijver Freeman, auteur van een even omvangrijk als onbekend oeuvre die, als Van Duijnhoven hem komt interviewen, verlamd en sprakeloos in een rolstoel blijkt te zitten.

Typerend in dat laatste verhaal, bijna een novelle qua omvang, is dat we over het wezen van Freemans werk weinig aan de weet komen. Het lijkt Van Duijnhoven vooral te gaan om de symboolwaarde van zo'n man, een 'loner' die zich van de buitenwereld niet veel heeft aangetrokken. Het verslag van het bezoek aan de onverstaanbare grijsaard wordt gecontrapunteerd door de geschiedenis van een verloren jeugdliefde; Van Duijnhoven trekt neukend en ruziënd door Amerika met zijn vriendin, een ongehuwd moedertje en haar zoontje. Over beide, zowel de stervende schrijver met zijn onaffe oeuvre als de almaar gedeprimeerder rakende vriendin, hangt dat merkwaardige waas van doelloosheid.

Onmiskenbaar beschrijft Van Duijnhoven iets als de menselijke desillusie, maar een nieuw licht werpt hij er niet op, het blijft bij treffende atmosferische beschrijvingen: “Het viel me in Shamrock pas goed op hoe ruw Maren haar zoontje behandelde. Ze deed haar plicht als een chagrijnige au pair, met minachting en knorrige afstandelijkheid. Toen de smekende huilbuien van een duidelijk door hitte gekwelde Tommy haar 's middags in Texas te erg werden, lengde ze op advies van haar oom de fles babymelk aan met een flinke scheut whisky. Dit recept werkte en Maren bleef er gedurende de rest van de reis gebruik van maken. Tommy werd er voornamelijk sloom van en bracht de dagen versuft door als een koalabeertje dat zich stoned had gekauwd aan eucalyptusbladeren.”

Merkwaardig genoeg doet zijn werk me behalve aan de 'on the road'-literatuur ook in de verte denken aan dat van schrijvers als Graham Greene en Ernest Hemingway, nogal uit de mode geraakte grootheden. Van Duijnhoven wil net als zij eerst en vooral vertellen. Even opmerkelijk is dat de figuur van de verteller er zelf bekaaid vanaf komt; als een passief museumbezoeker zwalkt hij tussen zijn personages, schijnbaar willoos overgeleverd aan de afmattende realiteit, die weldra zal stollen tot een verleden waaruit hij meer moed put: “Ik hield van tweede kansen, van wraak op het verleden, het voorbijgaan van de tijd. Wat was het dat ik dan terug probeerde te halen? Wat was het dat ik hier achter had gelaten?”

Over zulke onbeantwoordde en onbeantwoordbare vragen gaat 'De overkant en het geluk', waarin het geluk steevast aan de overkant lijkt te liggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden