Het geloof van de prairie

Bij tegenslagen wordt er in de VS gerouwd om wat verloren ging, maar verzet men zich tegelijk tegen een verlammende berusting in het lot. Juist wanneer het bestaan, wanneer Amerika zelf bedreigd wordt, komt de natie bijeen in gebed. Maar dat geloof in 'the land of the free and home of the brave' kwetst degenen die het níet hebben gemaakt.

Miljoenen mensen over de gehele wereld zullen op televisie de indrukwekkende herdenkingsdienst in Washington hebben gezien. Wat opvalt is hoe zo'n dienst als vol strekt vanzelfsprekend wordt ervaren. Ook hoe zo'n dienst iedereen tezamen brengt. Van oud-presidenten als Jimmy Carter en Bill Clinton tot en met de huidige politieke top en die van de strijdkrachten - iedereen was aanwezig.

Toch zullen ook veel Nederlanders zich wat verlegen hebben gevoeld onder het gemak waarmee president Bush Gods naam gebruikte en zijn toespraak met God bless America besloot. Zulk godsdienstig vertoon kan, zo meent menig verlichte vaderlander, haast niets anders zijn dan een huichelachtige expressie van sentimentele schijnheiligheid. Hoe kan men in zo'n economisch en technologisch geavanceerd land als de Verenigde Staten nog geloven in God, serieus bidden om hulp en bescherming? Is dit niet showbusiness in optima forma?

Anders dan men misschien op grond van de Nederlandse ervaring zou denken, is Amerika nog steeds een zeer religieus land. Rond de negentig procent van de Amerikanen is lid van een kerk, synagoge of moskee en het kerkbezoek is er hoog, ook al loopt het de laatste jaren iets terug. Om de betekenis van de godsdienst in Amerika te peilen is het goed enkele karakteristieken ervan bloot te leggen.

Een eerste opvallend kenmerk is de functie die de godsdienst vervult in het stichten van gemeenschap. Communiteit is een wezenlijk effect van het geheel van religieuze activiteiten. Meer dan in de meeste andere kerken is de Amerikaanse religie een sociaal fenomeen. Niet alleen de zondagse kerkdienst is er belangrijk maar ook in de loop van de week zijn er tal van kringen en diensten waarin de gemeenteleden zijn betrokken. In het zo sterk geïndividualiseerde land is de kerk nog steeds een van de belangrijkste instituties die samenbindt en mensen verenigt rond gedeelde waarden en normen.

De Amerikaanse religie is ook instrumenteel. Ofschoon er een grote verscheidenheid is aan denominaties en allerlei producten van eigen merk en fabrikaat op de religieuze markt worden gebracht - ook op het terrein van de religie blijven Amerikanen ondernemers - is een belangrijke trek van het gehele godsdienstig leven in de Verenigde Staten de overtuiging dat religie nuttig is. Geloof helpt om de problemen van alledag beter te lijf te kunnen gaan. Religie stelt de doorsnee Amerikaan in staat de eigen verantwoordelijkheid te nemen en vooruit te komen in de wereld zonder zich in overdreven almachtsgevoelens te verliezen. Het Amerikaanse evangelie is positief, maakt mensen krachtig, geeft hoop en is, naar het onderscheid dat de beroemde godsdienstpsycholoog en filosoof William James in het begin van de vorige eeuw al maakte, typisch een religie voor en van de healthy minded, meer dan van de sick souls.

Maar deze twee kenmerken - communiteit en instrumentaliteit - schieten te kort om de betekenis van het geloof in deze voor het Amerikaanse bestaan zo existentiële crisis volledig te begrijpen. Daartoe is het van belang een derde karakteristiek van de Amerikaanse godsdienst naar voren te brengen: identiteit. In deze zo gevarieerde natie was de religie vaak de enige basis om in het vreemde land iets van eigenheid overeind te houden voor de velen die het eigen vaderland achter zich hadden gelaten en met al hun, veelal schamele, bezittingen op weg waren gegaan in de hoop op een beter leven. Kerken vormden in de nieuwe wereld de veilige haven waar Italianen en Ieren, Zweden en Duitsers, Engelsen en Nederlanders zichzelf konden zijn en waar ook nu weer de nieuwere immigranten uit Latijns-Amerika een schuilplaats vinden.

Een laatste onderscheidend kenmerk van de Amerikaanse religiositeit is dat de godsdienst in Amerika, zoals de hele Amerikaanse cultuur, een masculien karakter heeft. Amerikanen zijn zelfbewust, fier op eigen overtuigingen, zeker van hun zaak, wetend van wraak en vergelding. Juist biddend maakt Amerika zich sterk. De Nederlandse beschaving is feminien: zorgend, verzoenend, geneigd verschillen toe te dekken, zoekend naar een compromis, polderachtig, paars. In onze cultuur wordt het opkomen voor eigen overtuiging al snel als te confronterend beschouwd en past men zich liever aan bij wat de grootste gemene deler lijkt te zijn. Vanuit zo'n benauwd en schaamtevol perspectief worden de schijnbare tegenstellingen in de Amerikaanse cultuur

- vooruitstrevend en modern maar toch ook gelovig - voor onmogelijk gehouden en verwijt de spraakmakende gemeente het religieus zo vreemde Amerika maar al te gauw onechtheid en schijnheiligheid.

Religie was echter niet alleen een conservatieve factor die de eigen nationale tradities in de Nieuwe Wereld liet voortbestaan. In zekere zin transformeerde de religie huns ondanks al die vreemdelingen ook tot nieuwe mensen, tot Amerikanen. Bepalend voor die transformatie was de trek naar het westen, het openleggen van het onbekende land. Aan de grens, geconfronteerd met de overweldigende natuur, met de uitdaging van het onbekende dat zich achter de wijkende horizon verborg, werden de pioniers bijgestaan door een voor de Amerikaanse samenleving nog steeds kenmerkende drieslag.

De sheriff zorgde voor enige orde en rechtszekerheid. In de saloons - de prototypische vermenging van showbusiness en supermarkt - vond men aardse ontspanning voor een eenzaam en hard bestaan. Maar bij dit alles wees de immer aanwezige priester of predikant - representanten van de Allerhoogste die juist daar in het vreemde en bedreigende land zo nabij was - op de betrekkelijkheid en afhankelijkheid van het leven. Zij verkondigden dat slechts de waarheid vrijmaakt. Die confrontatie met de grens, een religieuze ervaring bij uitstek, heeft de Amerikaanse godsdienst in belangrijke mate gestempeld.

Strijdend met eigen zwakheden en teleurstellingen, met de onverzettelijkheid van bergen en rivieren, met de onwrikbaarheid van wouden en woestijnen, de onmetelijke ruimte van de prairies en de oceaan, met de oorspronkelijke Indiaanse bewoners, werd Amerika tot het land dat door de mens zelf was geschapen, terwijl in die schepping de vreemdeling zichzelf herschiep tot inwoner, tot Amerikaan. Net als de Joden na hun vertrek uit Egypte, zo verstonden ook de Amerikanen zich als uitverkoren voor het beloofde land, een land van melk en honing. Onder Gods leiding lag het aardse paradijs binnen handbereik.

Het meest kenmerkend voor de Amerikaanse religie is deze frontier mentality. Bij tegenslagen en dreiging wordt er gerouwd om wat verloren ging maar verzet men zich tegelijk tegen een verlammende berusting in het lot waardoor men is getroffen. Juist dan wanneer het bestaan, wanneer Amerika zelf bedreigd wordt, komt de natie bijeen in gebed. Dan wordt er gesproken en gezongen. Dan zingen de leden van congres en senaat op de trappen van het Capitool: God bless America, my home, sweet home. Dan wordt nadat de president voorgegaan is in de rouwdienst in de National Cathedral de Battle Hymn of the Republic aangeheven. Dan kan zelfs in een commentaar in The Wall Street Journal (September 13) een psalm (psalm 73) worden geciteerd.

De catastrofe in New York en Wash ington stelt plotseling en onverwacht Amerika voor een nieuwe grens, confronteert het land met de onzekerheid van het onverhoopte en nooit vermoede. Dan klaagt Amerika haar nood. Maar in die klacht hervindt het, zoals steeds, de kracht en het vertrouwen in eigen kunnen. Dan roept het volk om een leider en luistert het naar zijn president die als een oudtestamentische profeet het beloofde land van vijanden en dreiging zal bevrijden.

Toch is zo'n religie niet alleen maar winst. De zekerheid van het geloof, dat vooral ook een geloof is in eigen kunnen en kracht, een geloof in het maakbare Amerika als land of the free and home of the brave, kwetst degenen die het in dat land niet hebben gemaakt, is aanstootgevend voor allen die menen dat de vrijheid misbruikt wordt voor louter eigen gewin en is zelfs bedreigend voor hen die de verleiding vrezen van zo'n machtig geloof. Zo worden de Verenigde Staten geconfronteerd met de paradox dat daar waar hun kracht ligt tegelijkertijd hun grootste zwakheid wordt gevonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden