Het geloof in de goede koning

Terwijl premier Kok zich in bochten wringt om de monarchie een eigentijdse plaats te geven, heeft zich in de Arabische wereld in Saoedi-Arabië en in Jordanië het koningschap moeiteloos gehandhaafd. Met het aantreden van de nieuwe koning Mohammed de zesde ontwikkelde het koningschap in Marokko zich de afgelopen maanden zelfs tot een instrument, waarmee vernieuwing kan worden afgedwongen, onder meer ten gunste van de positie van de vrouw. In Oman staat sultan Kaboes (Quaboos) al dertig jaar lang aan kop van een vernieuwingsproces dat van zijn land een moderne staat moet maken. Een verhaal over het onuitroeibare geloof in de goede koning.

Ter gelegenheid van het twaalfenhalfjarig ambtsjubileum van koningin Beatrix in 1992 maakte de vice-voorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, toen voorzitter van de Eerste Kamer, een prikkelende balans op over de gezagsverhoudingen binnen de Nederlandse staat. Hij constateerde, misschien wel tot zijn eigen verbazing, dat in die twaalfenhalf jaar de wetgever aan geloofwaardigheid had ingeboet, maar de rechter aan vertrouwen had gewonnen. Bovendien was in die periode het gezag van politieke instellingen en partijen aangetast, maar het gezag van de koningin gegroeid.

,,Koningin en rechter; de een erfelijk aangewezen, de ander voor het leven benoemd. Is dat niet vreemd in een parlementaire democratie waarin toch de legitimatie door verkiezingen zo op de voorgrond staat?'' Aldus de PvdA- senator.

Inmiddels zijn we bijna tien jaar verder. Het gezag van de koning is nog altijd boven iedere twijfel verheven, al zien sommigen zo langzamerhand reikhalzend uit naar het avontuur van een nieuwe koning met een koningin aan zijn zijde. Noem het een sprookje, of desnoods literatuur die we koesteren en waar we verder niet overdreven over hoeven te doen. Maar, om met Tjeenk Willink te spreken, het is een sprookje dat het nodige gezag afdwingt en dat vermoedelijk ook nog een zekere macht vertegenwoordigt. Waarom anders zouden er binnen de PvdA telkens weer stemmen opgaan het koningschap in Nederland terug te brengen tot uitsluitend zijn symbolische betekenis, zoals in Zweden en Noorwegen?

Je zou het ook anders kunnen zeggen: ook in deze 21ste eeuw is het geloof in de goede koning nog altijd onuitroeibaar. Pogingen er alleen maar een sprookje van te maken, zoals de PvdA wil, zijn gedoemd te mislukken. En zelfs in landen die geen monarchie zijn, zoals Frankrijk, vertoont het presidentschap alle trekjes van een monarchie. Trouw-columnist en Frankrijkkenner bij uitstek, Sylvain Ephimenco, spotte onlangs nog dat de daadwerkelijke invoering van een monarchie in dat land een hele vooruitgang zou zijn.

Het Engelse adagium the king can do no wrong, of de Nederlandse variant, de koning is onschendbaar, heeft een diepere achtergrond dan alleen maar een formule om de verantwoordelijkheid en daarmee de macht voor honderd procent bij de ministers te leggen. Het geloof in een boven de partijen staande, erfelijke monarch als onmisbaar instrument om de boel bij elkaar te kunnen houden, heeft een reële dimensie, ook al zijn we geneigd daar lacherig over te doen als gold het zoiets als het geloof in Sinterklaas.

Mede om die reden ben ik zo'n tien jaar geleden al eens naar Oman afgereisd, om te zien hoe de monarchie in onversneden vorm wordt uitgeoefend en wel in de persoon van sultan Kaboes. Deze sultan, koning zouden wij zeggen, staat in de lijn van de Al Busaidi dynastie, waarvoor Ahmad bin Said in 1744 de grondslag legde. Ahmad was een bekwaam leider, die toen hij ook tot imam was gekozen, uitgroeide tot een sultan, die de Perzen verjoeg uit Basra en de basis legde voor een periode van welvaart. Oman bezat kolonies in Afrika (Zanzibar) en zijn handelsschepen bevoeren zelfs de Chinese zee.

Toen Kaboes in 1970 de macht overnam was er van de vroegere glorie weinig over. De hoofdstad Muscat had nog geen elektrisch licht en bij zonsondergang gingen de poorten van de stad op slot. Kaboes stelde zich ten doel zijn land mede dankzij de gevonden olierijkdommen van de grond af aan op te bouwen en de moderne tijd in te loodsen. En inderdaad, tien jaar geleden was er van het oude Oman weinig meer te herkennen en nu in de nieuwe eeuw is Muscat en wijde omgeving uitgegroeid tot een moderne agglomeratie, zij het één die opvalt door zijn fraaie, traditionele vormgeving. De sultan hecht eraan niet alleen in de kleding, maar ook in de gebouwen tot uitdrukking te brengen dat Oman een Arabisch land is met een rijke traditie.

Diezelfde combinatie van traditie en moderniteit is ook terug te vinden in de instituties die in hoog tempo werden ingesteld, zoals een leger, departementen, colleges van staat, moderne rechtbanken, Kamers van Koophandel en zelfs een volksvertegenwoordiging, de Majlis al-Shura. Kaboes zag kans rivaliserende clans tot samenwerking te bewegen, stabiliteit te verzekeren en voorzover je dat als buitenstaander kunt peilen, van hoog tot laag respect af te dwingen, zonder met de knoet te hoeven wapperen. Hoe speelt een monarch dat klaar?

Voor de minister van informatie, Abdul Aziz bin Mohammed al Rowas ligt dat voor de hand. Voor een gelovige islamiet geldt het adagium: gehoorzaam God en de profeet en gehoorzaam je leider. Wat hem betreft is dat ook niet zo moeilijk. Strikt genomen heeft de gelovige alleen te maken met de soevereiniteit van God. Alleen de relatie God en schepper legt echt gewicht in de schaal, de soevereiniteit van de leider is 'slechts' van deze aarde. Maar het is ook de 'bestemming' van de mens de leider te gehoorzamen, want zonder dat rest anarchie, burgeroorlog, de vernietiging van alles dat is opgebouwd. Aziz: ,,Hij is onze leider, die zich wel voedt met en luistert naar wat er onder het volk leeft, maar die zelf geen onderdeel is van het debat. Hij staat boven de partijen. Hij maakt dat de dingen gebeuren. Zonder hem zou Oman nooit de moderne staat zijn geworden, die het nu is.''

VERVOLG OP PAGINA 19

Het geloof in de goede koning

VERVOLG VAN PAGINA 17

In deze uiteenzetting beluister je met gemak de vroeger zo vertrouwde trits: God, Nederland en Oranje. In Oman ligt daar een nog zwaarder accent op omdat de sultan tegelijk ook de geestelijk leider is, de imam. Tijdens het Offerfeest dit jaar in maart ging hij in de moskee ook voor in gebed. Aziz twijfelt er niet aan dat ook onder de jeugd godsdienst een belangrijke rol zal blijven spelen. ,,Misschien gaan de jongeren niet alle dagen meer naar de moskee. Maar ook voor hen geldt dat God een deel is van hun leven. God is binnen ons.'' En kijkend naar de vele werkkrachten van buiten Oman -uit India, Pakistan, de Philippijnen- die het land helpen opbouwen: zijn andere godsdiensten ook welkom? Assiz: ,,Geen probleem. In Muscat staan ook kerken. En waarom ook niet. Toen aartsvader Abraham eens een vreemdeling een maaltijd weigerde omdat hij zo eerlijk was op te biechten een andere godsdienst te belijden, riep de aartsengel Gabriël hem prompt tot de orde: ,,God heeft deze man veertig jaar te eten gegeven en onderdak geboden. Zou jij hem dan die ene maaltijd willen weigeren?''

Met trots vertelt Assiz hoe de sultan het leiderschap heeft waargemaakt. Niet alleen met het leggen van de grondslagen voor een moderne staat, en door leiding te geven aan het team van kabinetsleden. Maar ook door in 1971 af te kondigen de nationale klederdracht in ere te houden. Daarmee maakte hij duidelijk dat traditie en moderniteit hand in hand dienen te gaan. En de sultan treedt ook op tegen stemmingmakerij: ,,Op een keer werden we als kabinet al om zes uur bijeengeroepen. Ik dacht meteen aan crisis. Maar de sultan vertelde: vandaag geen kabinetsberaad, maar een rechtszitting. Deze burger hier beklaagt zich over die minister. Hij zou ten onrechte een familielid op een hoge post hebben benoemd. Is dat waar? Dat bleek niet het geval. De benoemde persoon had wel de familienaam, maar was geen familie. Gelukkig maar.''

Hoe verhoudt deze monarchie zich tot de democratie? Positief, lijkt het. De Oranjes konden ten tijde van de republiek meestal rekenen op steun van het volk en zijn ook nu nog onverminderd populair. Op soortgelijke wijze ziet ook Kaboes kans het volk aan zich te binden. Niet alleen door oog te hebben voor traditie, waarmee hij het gevaar bezweert van fundamentalisme; een fout die de te moderne sjah van Perzië duur is komen te staan. Maar tegelijk ook door voorzichtig op het gaspedaal te drukken. Het belangrijkste is misschien wel, dat de sultan stap voor stap bezig is een tegenmacht te organiseren in de vorm van een vooralsnog raadgevend parlement, de Majlis al-Shura.

Daarmee slaat hij twee vliegen in één klap: in de Majlis beschikt hij over een permanente vertegenwoordiging van het volk bij het hof, zoals ooit vroeger bij ons het parlement was opgezet. Tevens kan hij met die stem zijn ministers in het gareel te houden. Het gevaar bestaat dat zij teveel macht verzamelen, zeker nu een aantal van hen al langer dan twintig jaar op hun post zit.

Het parlement is in 1993 opgericht. Bij de verkiezingen in 1997 op basis van een districtenstelsel mochten vijftigduizend Omanieten een stem uitbrengen, ruim vijf procent van het electoraat. Dit jaar nog zal het aantal stemgerechtigden verdubbeld worden tot honderdduizend of een achtste van het electoraat. Mevrouw Shukoor al Ghamarry, één van de twee vrouwelijke parlementsleden, is tevreden over de invloed van de Majlis. Ze vertelt hoe moeilijk het aanvankelijk was om als vrouw geaccepteerd te worden. Veel collega's wilden haar zelfs niet de hand schudden. Maar gaandeweg dwong ze respect af en inmiddels is ze in het presidum van de Majlis gekozen: ,,Niet omdat ik vrouw ben, maar gewoon omdat ik soms betere ideeën heb''.

De Majlis houdt zich bezig met relevante zaken, zoals de werkloosheid onder jongeren. Voor dertig procent is geen geschikte baan voorhanden. Shukoor: ,,Dan wordt wel eens gezegd dat ze geen zin hebben om te werken en het handwerk graag overlaten aan Pakistanen of Indiërs. Maar dat is onzin. Timmeren is ook een vak. Dat moet geleerd worden, maar er zijn gewoon te weinig scholingsmogelijkheden. Daar hameren we als Majlis op.''

En minstens zo actueel is het privatiseringsprogramma. Oman wil een plaats veroveren op de internationale markt en wil daarom de eigen samenleving, inclusief de overheidsdiensten, vergaand privatiseren. Maar op sommige punten ligt de Majlis dwars. Zo vindt het parlement dat het niet aangaat elektriciteitsbedrijven te privatiseren als dat betekent dat de aansluitingskosten van geïsoleerde woningen te duur worden. ,,Iedere Omaniet moet voor dezelfde prijs over elektriciteit kunnen beschikken'', vindt mevrouw Shukoor. Het zijn herkenbare problemen en zij twijfelt er niet aan dat die in Oman op een democratische manier opgelost zullen worden. Zoals zij de logica van de democratie samenvat: 'God heeft mensen hersenen gegeven, het zou fout zijn om te zeggen dat we die niet zouden mogen gebruiken''.

Kortom, je zou de stelling kunnen verdedigen dat de monarchie in Oman bewijst dat deze staatsvorm in een islamitisch land bij uitstek geschikt is om de aansluiting mogelijk te maken met de moderne wereld, zonder met de eigen bevolking in problemen te komen, zoals in veel islamitische landen met andere staatsvormen wel het geval is. De prijs die daarvoor betaald moet worden is overigens dat je niet voluit van een democratie kunt spreken. Maar dat maakt op de historicus en politicoloog dr. Isam al Rawas geen indruk. Hij legt er de volle nadruk op dat ook een democratie het niet zonder leiderschap kan stellen. Wat hem betreft is een land meestal beter af met een erfelijk, dan met een gekozen leider, dan met iemand 'die zomaar van straat geplukt is. Daar kun je meestal alleen maar ellende van verwachten'.

Oman wordt bedreigd door twee reële problemen, de babyboom en de troonopvolging. Oman telt op het ogenblik dik twee miljoen inwoners, maar de aanwas van onderop is enorm. Hoe komen al die jongeren aan een baan? Staatssecretaris Malik al Hinnai van economische zaken is optimistisch. Het land beschikt slechts over beperkte olievoorraden en heeft zich daarom al jaren geleden breder georganiseerd.

De troonopvolging is een delicater probleem. Kaboes heeft geen nazaten en in de koninklijke familie dient zich ook geen voor de hand liggende opvolger aan, zodat een machtsstrijd bij zijn terugtreden niet uitgesloten lijkt. Maar daar heeft de sultan inmiddels ook iets op gevonden. Oman kent sinds enkele jaren een grondwet (basic law genoemd, omdat alleen de Koran als grondslag van de natie geldt) waarin staat dat de koninklijke familie het unaniem eens moet zien te worden over een opvolger. Zo niet dan zal er een gesloten enveloppe worden geopend waarin Kaboes de opvolger aanwijst en aan wie het leger zich op voorhand heeft gecommitteerd. Zo lijkt ook de toekomst van de monarchie verzekerd: de koning is dood, leve de koning.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden