Het gelijk van Hilda

De vergrijzing ligt als een 'tikkende tijdbom' onder de Nederlandse samenleving. Maar die is te demonteren, concludeert sociologe Hilda Verwey-Jonker (91). Meer kinderen en een langere carrière moeten Nederland redden. ,,En waarom zouden rijke ouderen níet aan de AOW kunnen meebetalen?''

Op de zevende verdieping van haar eigen flat kijkt Hilda Verwey-Jonker uit op het Middeleeuwse kruis van Utrechtse kerken. Alleen al voor dit vergezicht is ze hier gaan wonen. Ze is relatief gezond - haar gehoor neemt wat af en de rug speelt parten - en gaat nog elke ochtend zelf naar beneden om de post te halen. Die stopt ze dan in de katoenen tas om haar nek, zodat ze op de terugweg toch beide handen kan gebruiken.

Een goed pensioen (,,Een dubbel zelfs.'') geeft haar ook financieel de zelfstandigheid die zij zo wenst. Haar vier kinderen, negen kleinkinderen en een hele club vrienden assisteren wanneer nodig, vooral op de momenten dat Verwey-Jonker afstanden moet afleggen. Zo zal haar zoon haar op 8 maart naar Groningen rijden, waar Verwey-Jonker de Aletta Jacobsprijs 2000 van de Rijksuniversiteit Groningen krijgt uitgereikt omdat de sociologe zich sinds de jaren twintig heeft ingezet voor de verbetering van de positie van de vrouw. Het proefschrift van de eerste studente sociologie in Amsterdam ('Lage inkomens') speelde indertijd een belangrijke rol bij de totstandkoming van de noodwet Drees en de AOW.

Verwey-Jonker leeft op dit moment het leven waarvoor de ouderen van straks zouden willen tekenen. Want het is de vraag of deze zelfstandigheid en kwaliteit van zorg straks op de piek van de vergrijzing nog wel voor iedereen is weggelegd. Het Westen blijkt slecht voorbereid op de dramatisch snelle vergrijzing die binnen twintig tot dertig jaar genadeloos zal toeslaan. De zorg in Nederland, gekenmerkt door een recordaantal bejaardentehuizen is 'onbetaalbaar' en 'overdreven'. De AOW als omslagsysteem zal onhoudbaar worden.

De bovenstaande voorspelling is niet afkomstig uit het rapport 'Generatiebewust beleid' van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat deze week uitkwam, maar is de conclusie van de Wereldconferentie over het ouder worden die de Verenigde Naties in Wenen hielden, in 1982. Het WRR-rapport van professor C. Schuyt is gelijkluidend. Het lijkt alsof er in de tussenliggende achttien jaar politiek niets is gebeurd.

,,Politiek is er amper gevolg aan deze vaststelling gegeven'', zegt Verwey-Jonker, die voor de PvdA in de Eerste Kamer zat en lid was van de Sociaal Economische Raad (Ser). ,,Maar misschien kán de politiek er ook niet veel aan doen. De problemen worden vooral veroorzaakt door de demografische scheefgroei. Ik heb altijd gewaarschuwd dat we in Nederland te weinig kinderen kregen.'' Eind jaren zestig, begin jaren zeventig, toen de rooms-katholieken juist de geboorteregeling door anti-conceptie ontdekten, en iedereen het had over kinderbeperking, riep zij juist: 'Nee, stop, we hebben er juist te weinig!' ,,Maar ik heb alleen verontwaardiging geoogst.''

Haar boodschap kwam natuurlijk op een moeilijk moment, beseft Verwey-Jonker. ,,Al die mensen die waren opgevoed in grote gezinnen, hadden net een draai gemaakt. En toen kwam ik met mijn 'er zijn juist te weinig kinderen'. Nóg een draai zat er blijkbaar niet in. Ik weet nog goed dat ik in een NCRV-radio-uitzending zat met veertien tegenstanders. 'U wilt zeker weer de pastoor aan de deur!', werd er gezegd. Men goochelde met cijfers. Net toen ik van repliek wilde dienen, was de uitzending plots afgelopen. Ik ben boos weggelopen.''

,,Ik las net in de courant dat professor Anton Kuijsten is gestorven, de demograaf van Amsterdam. Die heeft in diezelfde periode ook sterk voor de vergrijzing gewaarschuwd. Je moet namelijk niet kijken naar de geboortecijfers, want die waren in die tijd wel vrij hoog, maar naar de vruchtbaarheidscijfers (het aantal kinderen per vrouw, red). Deze waren heel duidelijk aan het dalen, niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. En ze zijn nog heel laag.''

Er is gewoonweg geen vervanging van de oudere generatie, zegt Verwey-Jonker, ondanks dat geboortegolfje dat het Centraal bureau voor de Statistiek deze week meldde. Verleden jaar zijn in Nederland 200 000 kinderen geboren. Het is voor het eerst sinds 1972 dat er in een jaar tijd zoveel baby's ter wereld kwamen. Toch blijven we achteruit lopen. Of, zoals juriste Hieke Snijders-Borst ooit voorspelde: 'Nederland wordt een bejaardenland, en als er straks nog eens een kind langskomt, kijken de oudjes het na.'

,,Die scheve verhouding betekent dat er straks geen jongeren zijn om voor de ouderen te zorgen'', zegt Verwey-Jonker. Niet alleen financieel, maar ook letterlijk. Er is straks geen personeel meer voor verzorgingshuizen en verpleeghuizen. Dat probleem is nu al zichtbaar, en zal nog veel erger worden. We moeten de Nederlandse bevolking op peil houden, vervangen. Er is een wisseling van de wacht nodig, vooral als Nederland niet te veel buitenlanders wil opnemen. Met de eenwording van Europa gaan de grenzen natuurlijk open en we zullen meer door elkaar gaan wonen, maar wil je een stabiele samenleving behouden, dan moet er aanwas zijn. Willen we die Nederlandse cultuur in een Europese gemeenschap behouden, dan zullen we daarvoor zelf moeten zorgen.''

De demografische problematiek is niet op korte termijn op te lossen, daarom pleitte Verwey-Jonkers in 1994 in een essay over de verzorgingstaat voor een uitbreiding van het pensioenstelsel. 'Er moet onderzoek plaatsvinden naar de mogelijkheden om de groep van 'gevers' te vergroten en die van de 'ontvangers' te verkleinen', schreef ze. 'We kunnen de vut afschaffen en de pensioneringsleeftijd verhogen. Maar de beste kansen liggen in een verzekeringsstelsel van iedereen en voor iedereen. Dat komt neer op een uitbreiding van ons pensioenstelsel en een terugdringen van de AOW tot een 'aanvullend' pensioen. We moeten van de verzorgingsstaat naar een door de overheid gecontroleerd verzekeringssysteem.'

Ook nu weer onderstreept Verwey-Jonker dat Nederland volgens haar te vroeg met pensioen gaat. ,,De vut moet afgeschaft, het pensioen uitgesteld en de AOW-grens worden verhoogd naar 67 jaar. Dat kan best hoor. Er zijn heel wat mensen van die leeftijd die nog zo actief zijn als ik-weet-niet-wat. Mijn huishoudelijke hulp is ook al 67, en die kruipt nog gewoon over de vloer. Je hoeft niet meer met pensioen om daarna lange reizen te kunnen maken, want dat doen we tegenwoordig al na ons eindexamen.''

,,Het is belangrijk dat mensen die nog iets kunnen, erbij worden gehouden. Huisvrouwen hebben ook geen pensioen, die werken gewoon door. Ik heb zelf nooit het gevoel gehad dat ik op mijn 65ste moest ophouden. Maar Nederlanders zijn te lui, de samenleving is verlui-d. We zijn consumenten geworden, we willen pret maken.'' Maar dat kan straks eenvoudigweg niet meer, zegt Verwey-Jonker.

Het voorstel van de WRR, ouderen via een fiscale maatregel te laten meebetalen aan de instandhouding van de AOW, vindt Verwey-Jonkers 'niet onbillijk'. ,,Ik heb natuurlijk makkelijk praten, ik ben een rijke bejaarde. Wij hoeven niet vrijgesteld te zijn. Ik denk ook dat die solidariteit er ís in de groep van ouderen.'' Haar opinie staat haaks op die van de ouderenbonden die furieus zijn over het WRR-voorstel. Verwey-Jonker kan zich vinden in de kwalificatie 'groepsegoïsme' die Schuyt in de mond heeft genomen. ,,De ouderbonden vertegenwoordigen voornamelijk de rijkere ouderen en middengroepen. En de leiding is niet meer zoals vroeger afkomstig uit de vakbeweging, deze bestaat uit meneren met een titel. Ik kan me het standpunt van de bonden best voorstellen, maar ik deel hem niet. Als een oudere boven de ziekenfondsgrens zit, mag hij best meebetalen.''

Er wordt in de discussie over de vergrijzing gewaarschuwd voor een oorlog tussen generaties, een strijd tussen ouderen en jongeren. Dat is wat fors uitgedrukt, toch ziet Verwey-Jonker daar tekenen van: ,,Mijn eigen kinderen hebben een andere mening over mijn toekomst dan ikzelf. Zij zouden mij graag naar een bejaardentehuis sturen omdat dit voor hen gemakkelijker is. Ik wil dat niet, en wij ouderen worden steeds zelfstandiger en mondiger, én financieel zelfstandiger. Als ze over een wachtlijst beginnen, zeg ik dat ik daar niet over denk. Ik weet niet hoe zulke geschillen in een volgende generatie gaan spelen - als de nood hoog wordt - maar ik kan me er wel iets bij voorstellen.''

Nu hééft Verwey-Jonker ook de mogelijkheid voorstellen waarmee ze het niet eens is te weigeren. Ze is onafhankelijk en kan rekenen op een netwerk van familie en vrienden. Ze waarschuwt voor de kwetsbare positie van ouderen, ongehuwd en zonder kinderen, zonder hechte vriendenkring. ,,Ik was laatst met vriendin in het bronnenbad en ik vraag: 'Als je verdrinkt, wie moet ik dan eigenlijk bellen?' Zegt zij: 'Ik zou niet weten wie.' In mijn generatie zijn er veel alleenstaande vrouwen, en dat fenomeen steekt opnieuw de kop.''

Neem de jonge vrouwen van nu. Ze hebben alleen relaties op het werk, wisselende partners, geen kinderen, verhuizen vaak en settelen zich niet. ,,Maar als zij gepensioneerd zijn en geen goed netwerk van vrienden hebben, ontbreekt het sociale verband. Dat is een reëel gevaar'', waarschuwt Verwey-Jonker, ,,zeker in een vergrijzende samenleving waarin de banden losser worden. Het krijgen van kinderen zorgt in dit verband niet alleen voor een stabiele samenleving en de natuurlijke verversing daarvan, je kunt ze ook zien als een persoonlijke verzekering.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden