'Het geleefde leven is terug'

interview | Willem Otterspeer vertelt over het maken van de biografie van Willem Frederik Hermans. Deel 6 in de serie 'De Schepping', waarin een kunstenaar toelicht hoe zijn werk tot stand komt.

864 pagina's W.F. Hermans, en dan hebben we het nog maar over deel 1 van de biografie over de grote schrijver. Maar het is voltooid, het is gelukt, het ligt klaar, hij is af. 'De mislukkingskunstenaar', over de levensjaren van Willem Frederik Hermans in de periode 1921-1952 verschijnt overmorgen. Het bijna twee vuisten dikke naslagwerk moet voor Willem Otterspeer een allesomvattend en toch ook slopend project zijn geweest. Het is de biograaf niet aan te zien. Als we hem spreken, vertelt hij vol vuur over de held die Hermans voor hem is. "Er gaat een immense energie van Hermans uit."

Wanneer en hoe is dit project in gang gezet?

"Dan krijg je een Kees van Kooten-antwoord: Ik ben gevraagd. Door Robbert Ammerlaan, de vorige directeur-uitgever van De Bezige Bij. Dat was in 2000, toen Ammerlaan daar net in dienst was getreden.

"De eerste brief die ik als directeur van De Bezige Bij ga schrijven, had Ammerlaan altijd gezegd, gaat naar Willem Otterspeer met de vraag: Wil jij de biografie van Willem Frederik Hermans schrijven? En hoewel ik nooit gedacht had dat ik ooit zijn biograaf zou worden, heb ik er nog geen seconde over hoeven nadenken. Natuurlijk wilde ik dat. Ik wilde niets liever. Toen ik eraan begon, was het verschijnsel biografie uit de mode. Nu is het geleefde leven weer terug.

"Ik kreeg één dag in de week vrij van de Universiteit Leiden, fantastisch vond ik dat. De eerste jaren dat ik aan 'De mislukkingskunstenaar' werkte, was ik drie dagen in de week met Hermans bezig: anderhalve dag dook ik in zijn archief, en anderhalve dag herlas ik zijn complete oeuvre. Ik zat elke vrijdag in het Letterkundig Museum."

Wie dat doet, moet een wel heel bijzondere voorliefde voor zijn onderwerp hebben.

"Ik heb natuurlijk ja gezegd omdat ik een bewonderaar van Hermans ben. Ik was aanvankelijk idolaat van Menno ter Braak. Maar ja, toen kwam Hermans en die heeft Ter Braak vermoord. Dat gebeurde weliswaar postuum (Ter Braak pleegde zelfmoord in 1940, red.) maar dat doet er niet toe. Hermans heeft Ter Braak literair vermoord.

"Toen hij merkte dat de literaire lakens in Nederland na de oorlog werden uitgedeeld door de volgelingen van Ter Braak en dat er daardoor geen ruimte was voor zijn opvatting van de literatuur, heeft hij eerst die volgelingen bestreden. En toen dat niet hielp, heeft hij het 'kwaad' postuum bij de wortel aangepakt, in een groot polemisch artikel - opgenomen in 'Mandarijnen op zwavelzuur' - en in een autobiografisch verhaal - 'Het grote medelijden'. Daarin brak hij Ter Braak zelf af, zo ruw en meedogenloos dat er door vrijwel iedereen schande van werd gesproken.

"Het nettoresultaat van deze biografie is dat ik tijdens de rit alleen maar meer bewondering voor Hermans heb gekregen. Ik geloof niet dat er één schrijver in Nederland is geweest die literatuur zo serieus nam als Hermans dat deed.

"Zijn twee kanten intrigeren me mateloos. Dat heel ruwe en gevoelige aan de ene kant en dat mechanische aan de andere kant. Een Zwitsers uurwerk en tegelijkertijd een vuisthamer, dat is de schrijver Hermans. Die tweeledigheid zie je ook bij hem als persoon. Hermans heeft zijn verlegenheid omgezet in agressie. Je raakt in een flow als je met zo'n grote klus bezig bent. Ik joeg nachten door, ik droom van die man."

Wat droomt u dan?

"In één van die dromen spreekt hij me toe. Ik hoor hem dan tegen mij zeggen: Ach, Otterspeer, het komt allemaal wel goed want ik schrijf het boek toch zelf."

Hij had het gezegd kunnen hebben, toch?

"Het is helemaal Hermans. Een perfectionist die onhaalbare eisen aan zichzelf stelde. Bij alles wat hij deed, het maakte niet uit wat. Voor wie alles wil, is 'bijna alles' niets waard, dat was zijn lijfspreuk."

Kende u hem persoonlijk?

"Nee, ik kende hem niet. Ik heb hem wel eens aangesproken bij een lezing."

Als een soort groupie.

"Als een soort groupie, ja. Hij reageerde zoals ik had verwacht: scherp en cynisch. Ik vond hem toch ook wel aardig. Vaak zijn mensen over wie een biografie verschijnt al heel lang dood en zijn heel belangrijke, alledaagse eigenschappen verwaterd, niet bekend. Het is heerlijk voor een biograaf om te weten hoe hij liep, hoe hij sprak, hoe hij deed, hoe hij bewoog. Ik kan mij niet met Hermans vereenzelvigen, maar door wat je van hem weet in een artistiek verband te zetten, ga je met je lezers een verbond aan. Het is wel een voorrecht, hoor, om zo lang om te mogen gaan met het werk en het materiaal van zo'n briljante genie."

Botst uw bewondering voor Hermans niet met de kritische distantie die ook nodig is voor een biograaf?

"Ik doorliep verschillende stadia: van afkeer en van bewondering. Bij het opschrijven van een geleefd leven leg je je per woord, per zin, per alinea vast. Het schrijven zelf is het uiteindelijke construeren van Hermans. Daaruit kunnen verschillende beelden van hem ontstaan. De mijne is die van een mislukkingskunstenaar, maar er zijn meerdere beelden van te maken, al zijn die ook weer niet eindeloos."

De meest gevreesde vijand van de biograaf is vaak de weduwe. 'Kill the widow' zouden de Britten gekscherend adviseren. Had u nog last van dwarsliggende nabestaanden?

"In het geheel niet. Alles was goed geregeld. Hermans was een tegendraadse man en keerde zich aanvankelijk ook wel eens tegen het fenomeen biografie, maar hij wist heel goed dat hij ooit zelf onderwerp van zo'n naslagwerk over zijn leven zou zijn. Daarom hield hij een enorm uitgebreid en gedetailleerd archief over zichzelf bij. Over zijn schrijverschap, zijn leven. Echt enorm, kasten en laden vol. De erven van Hermans hebben dat archief afgestaan aan de Hermans Stichting, die het hebben ondergebracht bij het Letterkundig Museum, waar ik het in mocht kijken."

"En kill the widow? In mijn geval zeker niet! Ik heb juist veel met Emmy gesproken (Emmy Meurs, de weduwe van Hermans, overleed op 14 mei 2008, red.) en ik was erg verknocht aan haar geraakt. Bovendien kon ze koken als een engel."

W.F. Hermans overleed in 1995. U kon uw onderwerp niet meer zelf bevragen en aanhoren. Hoe betrouwbaar zijn mondelinge getuigenissen van derden?

"Het heeft allemaal met plausibiliteit te maken. Ik merkte dat bijvoorbeeld heel sterk bij het interview dat ik ter voorbereiding hield met kunstenaar Toer van Schayk. Ik dacht: dit moét zo zijn gegaan. Dit is zo precies, wat hij vertelt, zo essentieel, dit kan ik met een gerust hart voor waar aannemen. Er is wel levens- ervaring nodig om te kunnen aanvoelen welke informatie wel en welke informatie niet van belang is. Je moet er een zekere leeftijd voor hebben. Biograaf zijn is een beroep voor oude mannen en vrouwen."

Waarom is een biografie eigenlijk van belang?

"Om twee redenen. Ten eerste omdat het archief de mogelijkheid bood een verband te leggen tussen leven en werk. Het archief is als het ware een laboratorium, waarin je Hermans kunt waarnemen, of beter: het is zijn hersenpan, je kunt er de creativiteit in actie zien.

"Door de biografie begrijp je z'n werk beter. Maar je begrijpt natuurlijk ook die geheimzinnige man achter dat werk beter, die combinatie van grote gevoeligheid en ziedende paranoia, van angst en agressie, van eenzaamheid en de hartstocht om te schrijven."

Wanneer komt deel 2?

"Deel 2 zal bestaan uit de periodes Groningen (1952-1973) en Parijs (1973-1991) en dan nog een stukje Brussel. Groningen heb ik af, Parijs half. Het tweede deel zal eind volgend jaar klaar zijn en misschien dan al in de boekwinkels liggen. Het zal ongeveer dezelfde omvang hebben als dit eerste deel en dus wederom de prachtigste fragmenten uit brieven bevatten, de heftigste ruzies beschrijven en de wildste avonturen."

Bent u eerder bevestigd in wie en hoe Hermans was of bent u eerder verrast?

"Ik had me niet kunnen voorstellen hoe intens het geleefde leven van Hermans was. Wie voor het eerst de ondergrondse in New York uitkomt, wordt blootgesteld aan een soort energie die doet duizelen. Dat is ook het effect van Hermans.

"Eigenlijk is de beste vergelijking die met een vulkaan. Hermans hield van vulkanen. Hij vertaalde het fascinerende boek van Taziëff, 'Kraters in lichterlaaie'. Die Taziëff kroop in de muil van erupterende vulkanen. Dat idee heb je als biograaf ook. Hermans was een vulkaan in uitbarsting."

Wanneer (of hoe) zag u dat uw schepping ging lukken? Of werkt het niet zo?

"Op het moment dat ik de gedachte van de mislukking als leidraad kreeg. Dat idee was mij natuurlijk door Hermans zelf, in zijn brieven en verhalen, aan de hand gedaan. Maar hij is een geiser van ideeën, dus je moet kiezen. Ik koos de mislukking en het bleek een lichtend pad te zijn."

Willem Otterspeer: Mislukkingskunstenaar Willem Frederik Hermans, biografie deel 1 (1921-1952). Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam. 864 blz. Prijs euro 39,95.

Scherpe kritiek op het werk van Otterspeer
'De mislukkingskunstenaar' is nog niet eens officieel verschenen of Otterspeer kreeg al twee aanvallen op zijn levenswerk te verduren. Columnist Max Pam schreef in een opiniestuk in de Volkskrant dat hij de biografie onjuist en onvolledig vond en hij had kritiek op de titel: 'Wat een rare titel voor de succesvolste schrijver van de 20ste eeuw'.

Otterspeer maakte daar in een repliek weer gehakt van. Een paar dagen later volgde een nieuwe aanval, deze keer van Raymond Benders, de oprichter van het W.F. Hermans Instituut.

Benders noemde Otterspeers biografie onder meer een 'halffabricaat' en vond dat de biograaf 'individualistisch' te werk was gegaan. Kritiek hoort bij een biografie, of niet? Otterspeer: "Ik weet niet of het hoort, wel dat het bij Hermans te verwachten viel. Het werk van Hermans is een beetje als het Nederlands elftal: iedereen weet het beter dan de trainer. Dat is niet erg, dat is juist mooi: Hermans is niet dood, hij leeft. Bovendien: Hermans was zeer geïnteresseerd in het ontstaan van waandenkbeelden, van systemen waarin alle zelfkritiek wegvalt en de gelovige altijd gelijk krijgt. Van die gelovigen zijn er nogal wat onder de lezers van Hermans. Hermans had de ambitie als een tumor door te dringen in de hersens van zijn lezers. Men ontkomt niet aan de indruk dat hem dit in bepaalde gevallen gelukt is."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden