Het geheim van Marseille

Olympique de Marseille bindt de verschillende groepen in de stad. (FOTO AFP ) Beeld AFP
Olympique de Marseille bindt de verschillende groepen in de stad. (FOTO AFP )Beeld AFP

De recente rellen in Grenoble laten zien hoe explosief de Franse voorsteden nog altijd zijn. Ook Marseille kent zo zijn sociale spanningen. Toch bleef de havenstad een stadsguerrilla à la Grenoble of Parijs tot dusver bespaard. Hoe valt dat te verklaren? Wat fungeert als bindmiddel van de bouillabaisse marseillaise?

Hoog bezoek in L’Espace Velten. Vergezeld door een zwikje medewerkers komt Caroline Pozmentier een kijkje nemen in het buurthuis in de Arabische wijk Belsunce in het centrum van Marseille.

De ongeveer twintig aanwezige jongeren tonen zich niet onder de indruk. Onverstoorbaar blijven ze naar de tv kijken wanneer de wethouder aanschuift. Onder hen twee jongens van een jaar of zestien. Ze dragen een shirt met de tekst ’Les modérateurs’. Een ideetje van Pozmentier: jongeren uit de buurt kunnen 50 euro verdienen als ze de boel op avonden als deze een beetje in de gaten houden.

Jeugdwerker Raymond Robert (35) maakt een minzaam gebaar zodra de delegatie is vertrokken. „Een lege huls”, zegt hij, al moet hij erkennen dat er ook positieve kanten aan het experiment zitten. „Het geeft die jongens een soort werkervaring die weer van pas komt als ze straks solliciteren bij een beveiligingsbedrijf.”

Het experiment komt voort uit de incidenten na afloop van de voetbalwedstrijd Egypte-Algerije (0-1) in november vorig jaar. In Belsunce raakten toen zo’n honderd jongeren van Algerijnse afkomst slaags met de politie. Straatmeubilair werd gesloopt en een aantal winkels werd geplunderd.

Toen voetbalclub Olympique de Marseille dit voorjaar landskampioen werd, liep het feest opnieuw uit de hand. De ordepolitie moest met traangas ingrijpen en een gigantische papieren giraffe – een eerbetoon aan Zarafa, de giraffe die de Egyptische vorst Mohammed Ali aan de Franse koning Charles X schonk en die in 1826 voet aan wal zette in de haven in Marseille – ging in vlammen op. Robert vindt het bezwaarlijk, dat de Algerijnse gemeenschap door de rellen in de hoek werd gezet. „Alsof voetbalwedstrijden alleen maar uit de hand lopen wanneer het Algerijnse voetbalelftal heeft gespeeld. Ga eens bij Paris Saint-Germain kijken, daar is het iedere week raak”.

Het voetbalvandalisme is zorgwekkend, zeker. Maar het staat in geen verhouding tot de recente gebeurtenissen in Grenoble. In deze stad braken onlangs rellen uit in de wijk La Villeneuve nadat een overvaller, afkomstig uit de wijk, na een wilde achtervolging omkwam in een vuurgevecht met de politie. Rellende jongeren trokken slopend door de straten en – verontrustender – schoten met scherp op de politie. Het toont aan dat de situatie in de Franse voorsteden onverminderd explosief is. Vijf jaar geleden is het inmiddels dat in de Parijse voorstad Clichy-sous-Bois rellen uitbraken die naar heel Frankrijk oversloegen. In Marseille bleef het toen rustig. Opvallend, want de stad heeft op het eerste oog alle ingrediënten voor een vergelijkbare stadsguerrilla. Zo telt de stad een hoge werkloosheid, vooral onder de nakomelingen van de talrijke Arabische en Afrikaanse immigranten. Vaak leven ze in woonkazernes die wat aftandsheid betreft niet onderdoen voor die in de banlieues van Parijs. De drugshandel tiert er welig, al dan niet gecoördineerd door la haute-pègre, de traditionele benaming voor de grote maffiabazen die in de onderwereld van Marseille de scepter zwaaien.

Wat dat betreft mag het een wonder heten dat het tot dusver bij wat voetbalgeweld gebleven is. Daarmee bevestigt de tweede stad van Frankrijk opnieuw dat voor Marseille niet per se geldt wat voor de rest van het land opgaat. Dingen gaan er anders, al was het maar omdat de stad de blik niet landinwaarts, maar op de zee heeft gericht. Niet alleen liggen steden als Napels, Barcelona en Algiers dichter bij dan Parijs, hun invloed doet zich – via handel en immigratie – ook cultureel duidelijk voelen. Marseille heeft de rug naar Frankrijk gekeerd, zijn noordelijke horizon beperkt door de heuvels die het zicht op het achterland benemen.

Deze heuvels vormen de kom waarin Marseille 2.600 jaar geleden werd gesticht en volgens Jean-Claude Gaudin is het voor een belangrijk deel aan deze kom te danken dat heftige rellen uitbleven, zoals die in de rest van Frankrijk de norm lijken te zijn geworden. De burgemeester van Marseille houdt audiëntie op de zevende etage van Le Silo d’Arenc, een onlangs tot cultureel centrum getransformeerd graanpakhuis op de kop van de industriële haven. Het panoramische uitzicht maakt duidelijk wat Gaudin bedoelt.

Dat uitzicht is gerust spectaculair te noemen: in de blauwe zee trekken veerboten witte sporen door de golven. Beneden in de haven schrobben Amerikaanse matrozen ondertussen het dek van het bezoekende vliegdekschip USS Truman. Daarachter doemt het naburige visserdorpje L’Estaque op, vereeuwigd in de schilderijen van Matisse. Aan de overzijde van de jachthaven Vieux Port schittert het gouden Mariabeeld van de Notre-Dame de la Garde ongenaakbaar op zijn heuvel. Onderlangs loopt de Avenue du Prado, de majestueuze weg die de stad doorkruist om tenslotte de heuvels in te kronkelen richting Cassis.

„Je kunt in één blik de stad overzien”, zegt Gaudin, al is het hem niet alleen om spectaculaire vergezichten te doen. Hij wil het hebben over de stad beneden. Over Belsunce en Le Panier – de oude volkswijk die op zijn initiatief gerenoveerd werd. „Anders dan andere Franse steden is Marseille een stad waar de arbeiders nog steeds in het centrum wonen. Natuurlijk, ook Marseille kent de woonkazernes die in de jaren zestig en zeventig her en der in het land uit de grond werden gestampt”, zegt Gaudin, wijzend op de grijze kolossen die in de verte tegen de heuvels oprijzen. „Maar anders dan de banlieues van Parijs zijn het geen getto’s op 15 kilometer afstand van het centrum. Ze vormen nog steeds een integraal onderdeel van de stad.”

Gevoelens van uitsluiting en vervreemding, volgens analisten een van de belangrijkste drijfveren achter de rellen van 2005, krijgen op die manier minder snel een kans, zo is de redenering. „Dat is hét grote verschil met een stad als Parijs”, benadrukt ook Robert van het buurthuis. „De ligging van de stad zorgt ervoor dat iedereen zich ’Marseillais’ kan voelen, heel anders dan in de Parijse voorsteden, waar eerder sprake is van identificatie met de wijk of met het departement.”

In haar kantoortje, op een steenworp afstand van de haven, tempert Mireille Biancotto dit enthousiasme. Op een stadsplattegrond gaat de journaliste van Radio Dialogue met haar vinger één voor één de wijken af. „In Endoume zitten de Corsicanen, in La Castellane de Comorianen, in Belsunce en het noorden de Arabieren, in St. Tronc de Joden et cetera.” Volgens Biancotto verschuilt men zich nog steeds al te gemakkelijk binnen de eigen groep. „Maar het moet gezegd: er zijn nog steeds doorgangetjes, plaatsen waar men elkaar ontmoet.” Het strand en de boulevard met name. „Ook daar zit men weliswaar bij elkaar te hokken, maar men kruist elkaars pad daar wél.”

Abderahmane Ghoul, de energieke voorzitter van de regionale moslimraad, spreekt liever van een „bouillabaisse Marseillais” – naar de vissoep waar de stad beroemd om is. „Je kunt er van alles ingooien en nog steeds blijft hij op smaak”, zo zegt hij in een eethuis nabij het nieuwe TGV-station Saint-Charles. De kom van Marseille als de pan, de uiteenlopende immigrantengroepen als de ingrediënten. Het klinkt verleidelijk, maar wat houdt de boel in Marseille bij elkaar? Om maar in Ghouls metafoor te blijven: wat fungeert als bindmiddel van deze bouillabaisse?

Behalve de ligging van de stad, wijzen alle ondervraagden op het fijnmazige netwerk van organisaties, scholen, lokale radiozenders en interreligieuze overlegorganen dat de stad rijk is. Raymond Robert: „Wij gaan in teams in de straat op en knopen het gesprek aan met jongeren die op school in de problemen dreigen te komen. Dat zijn er overigens nog al wat, want ieder jongen wil hier voetballer of rapper worden en school heeft hen weinig te bieden.”

Ghoul maakt gewag van Marseille-Esperance, een door Gaudin voorgezeten overleg waarbij vertegenwoordigers van alle religieuze gemeenschappen in de stad aanzitten. „We praten daar niet over religie, maar over hoe we sociale spanningen kunnen ontzenuwen als die dreigen te onstaan.” Het orgaan heeft geen beslissingsbevoegheid, maar volgens Ghoul gaat er desondanks een ’zeer krachtig signaal’ vanuit.

Volgens Michel Péraldi fungeert de veelheid van organisaties als een soort ’huid’ en vormen ze een van de belangrijkste samenbindende elementen in Marseille. Péraldi, auteur van het boek ’Gouverner Marseille’ (2006) en tegenwoordig hoogleraar sociologie in Parijs, woonde en werkte ruim twintig jaar in Marseille. „Zo’n netwerk zorgt ervoor dat conflicten – en reken maar dat die er zijn – in een vroegtijdig stadium worden gesmoord. Niet in de laatste plaats omdat de jongeren om wie het gaat vaak op een of andere manier bij die organisaties betrokken zijn.”

Een geval apart is Olympique de Marseille. Het blauw-witte logo van de voetbalclub tref je aan in iedere uithoek van de stad, van de deftige wijken rond de Notre-Dame de la Garde tot de probleembuurten in het noorden. Volgens velen schuilt daarin het werkelijke geheim van de sociale cohesie in Marseille. Mireille Biancotto: „Op de tribune van het Stade Vélodrome worden etnische, religieuze en culturele identiteiten ingeruild voor één gedeelde identiteit: die van supporter van ’OM’”.

De club floreert. Dit jaar werd OM voor het eerst sinds zeventien jaar weer landskampioen, onderhandelingen met het gemeentebestuur over een overkapping van het winderige stadion werden onlangs afgerond. De binding met de stad is sterk, al was het maar omdat het volkse en rebelse imago gevormd is naar het beeld van Marseille. Dat imago wordt overigens stevig bewaakt. „Een noodzaak”, zegt Cédric Dufoix, secretaris-generaal van Olympique de Marseille op een terrasje aan de Vieux Port. Dit jaar zijn we kampioen, maar hiervoor was het jarenlang tobben en moesten we het hebben van de verkoop van T-shirtjes en dergelijke. Zoiets kan alleen als je de gewone man weet te begeesteren.”

Tegelijk toont de voetbalclub zich bewust van haar sociale functie. „Zodra je bij ons op de tribune zit, ben je geen immigrant, moslim, linkse revolutionair of nationalist”, aldus Dufoix. „Dan ’ben’ je OM en praat je over voetbal.” Volgens hem ziet de club er scherp op toe dat de diverse supportersclubs steeds binnen het kader van het voetbal blijven en geen religieus, etnisch of politiek karakter aannemen. „Als we dat merken, bijvoorbeeld als er opeens een schimmige ’vice-president’ in een supportersclub naar voren treedt, of wanneer seizoenskaarten selectief worden doorverkocht, grijpen we in.”

„Een mythe”, noemt Péraldi de veronderstelling dat OM sociale spanningen zou kunnen neutraliseren. Volgens de socioloog is dat minstens even bedrieglijk als het beeld van de bouillabaisse, waarin uiteenlopende ingrediënten probleemloos samengaan of zelfs smaakversterkend werken. Michel Péraldi: „Je kunt heel goed samen naar een voetbalwedstrijd kijken en een dag later de boel kort en klein slaan. Het wantrouwen tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Marseille is enorm, op het paranoïde af. Vergeet niet dat het Front National bij de laatste verkiezingen bijna een kwart van de stemmen ophaalde.”

Dat de boel niet explodeert, is volgens Péraldi vooral te danken aan de heersende politieke cultuur van cliëntelisme. „Dat is geen cultuur van confrontatie, maar van onderhandelen en arrangementen. Als je een probleem hebt, ga je daarmee naar een lokale chef en die regelt de zaak dan voor je. Dat mag een noorderling vreemd in de oren klinken, maar in het zuiden werkt het nu eenmaal op die manier.”

In Grenoble braken onlangs rellen uit in Villeneuve, toen een overvaller uit die wijk omkwam in een vuurgevecht met de politie. (FOTO AFP) Beeld AFP
In Grenoble braken onlangs rellen uit in Villeneuve, toen een overvaller uit die wijk omkwam in een vuurgevecht met de politie. (FOTO AFP)Beeld AFP
null Beeld
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden