Het geheim van krekelknieën en sprinkhaankaken

Hoe gaat het met de grauwe klauwier? Om daar achter te komen, is onderzoek naar het voedsel van deze vogel onontbeerlijk. Marten Geertsma duikt graag in de insectenresten.

Buiten loop je er zo aan voorbij, binnen pak je stoffer en blik. Dode insecten vallen niet op, laat staan hun 'onderdelen'. Voor Marten Geertsma ligt dat anders. Uit een bergje piepkleine zwarte scherfjes ontrafelt hij een vogelmenu. "Ik heb graag een paar friemelinsecten om te slopen. Dat maakt het een stuk makkelijker om pootjes of kaakjes op soort te herkennen. Of de gewrichtjes van veldsprinkhanen. Die zijn best moeilijk. Ik heb ze nog steeds niet allemaal onder de knie."

Geertsma zit temidden van honderden potjes vol insectenskeletten en schaaltjes met onduidelijke glimmende stukjes. "Ja, dat moet dan toch het halsschild van de bronzen glimmer glanskopkever zijn. En kijk. Dat is een stukje van het dekschild van een gegroefde haarwatertor. Die herken jij toch ook wel?"

Echt gangbaar kun je zijn bezigheid niet noemen, het determineren van insectenfragmenten, maar voor deze bioloog is het heel vanzelfsprekend. "Ik ben eigenlijk een vogelman en vogels eten insecten. Dan rol je daar vanzelf een beetje in. En ja, dat is lichtjes uit de hand gelopen."

Het begon allemaal gewoon als werk. Geertsma werkt bij de Stichting Bargerveen en deed daar onderzoek naar de grauwe klauwier, een vogel die onder meer in hoogvenen, duinen en natte heidegebieden voorkomt. Het ging begin jaren negentig bergafwaarts met de grauwe klauwieren. De dieren leven van grote insecten en vermoed werd dat door de aantasting van het landschap hieraan een tekort was. Onderzoek wees uit dat er door prooitekort te weinig jongen groot werden. Meer inzicht in de voeding van de jongen was dus nodig. Weken achtereen bivakkeerden Geertsma en zijn collega's om toerbeurt in een tentje bij de nesten, zorgvuldig noterend welk insecten werden gevoerd.

"Dat gaf onvoldoende informatie. Van een afstand kun je bijvoorbeeld niet herkennen welke van de vele soorten kevers in de snavels verdwenen."

Insecten hebben een uitwendig skelet dat bestaat uit onverteerbaar chitine (een soort nagel). Ook de gewrichten en kaken lossen niet op in de vogelmaag. "Die vind je dus terug in braakballen."

Braaksels van volwassen dieren zijn echter moeilijk te vinden. De kleine balletjes van één tot twee centimeter liggen tussen gras en struiken, ze worden door bodemdieren aangevreten en vallen - zeker bij regen - makkelijk uit elkaar.

"Maar toen wees iemand me op oude nesten', vertelt Geertsma, terwijl hij een stoffig bouwseltje van takjes, grasjes en stukjes mos tevoorschijn haalt. "De jongen produceren ook braakballen en die worden lang niet allemaal door de ouders opgeruimd. Die balletjes worden wel helemaal vertrapt tot gruis." Tussen de sprietjes van het nest glinsteren tientallen zoniet honderden piepkleine donkere schilfertjes; insectenresten. "Een schat aan informatie natuurlijk. Dat begreep ik meteen al wel. Maar ik wist destijds vrijwel niets van insecten."

Een lange weg van 'kleine beestjes' verzamelen en uit elkaar peuteren begon. "Grauwe klauwieren eten honderden verschillende insecten en van al die dieren moet je wel stukjes dekschild, poten, gewrichtjes en kaken kunnen onderscheiden. Je vindt immers vrijwel nooit een heel insect in zo'n bal."

Gebrek aan opdrachten noopte zijn werkgever het voedselonderzoek tijdelijk te staken, maar de insectenman ging door, nu als hobby. Tientallen insecten peuterde hij uit elkaar. Geertsma raakte steeds meer verslingerd aan kaak, gewricht en halsschild. Hij verzamelt jaarlijks na het broedseizoen oude nesten, laat thuis eerst de levende oorwormen, pissebedden en andere 'parasieten' eruit lopen en bekijkt vervolgens weken achtereen glazen schaaltjes vol insectensplinters onder de microscoop. "Vooral met slecht weer mag ik graag een nest of wat braakballetjes pakken. Het is af en toe ontzettend spannend. Een tijdje geleden vond ik steeds kleine kopjes met een extra paar ogen. Maanden achtereen ben ik aan het piekeren geweest wat die zouden kunnen zijn. Nou wist ik dat klauwieren ook hagehelden, nachtvlinders, eten maar ja; die kopjes zijn behaard en die in de bal niet. Pas toen ik van een intact exemplaar de piepkleine haartjes eraf schraapte, herkende ik ze. Fantastisch toch."

Die balletjes zijn schatkistjes, vindt Geertsma. "Moet je de schoonheid van die fragmenten zien. Dit is een hoekje van het dekschild van een goudrandloopkever. Mijn absolute favoriet. Zie je die kleuren?" Hij wijst naar een onooglijk frutsel van nog geen vierkante millimeter groot.

Een ware natuurvorser zou al meer dan trots en tevreden zijn als hij in zo'n bal de restanten van de diverse kevers zou kunnen herkennen, maar Geertsma gaat nog verder. "Ik wil weten hoevéél insecten ze hebben gegeten. Het gaat immers uiteindelijk om de klauwier. Om het aantal vast te stellen moet je uitzoeken welke stukjes bij elkaar horen. Als ik een braakbal bijvoorbeeld drie rechtervoorpootjes van een kever ontdek en vier halsschildjes, kun je niet zomaar zeggen dat hij drie of drie kevers gegeten heeft. Er kan bijvoorbeeld een schildje verloren zijn, of achtergebleven in een maagplooi van de klauwier. Je moet dus nog kijken of ze passen."

Hij schuift wat met een naald in een glazen schaaltje vol piepkleine restanten en zet het schaaltje onder de microscoop. "Kijk. Dit is het scharnier tussen de dekschilden van een groene zandloopkever en zijn hals. Het past precies in de uitsparing van dit rechterschildje. Die twee tellen dus samen als één insect."

Tientallen lange winterdagen brengt hij door temidden van zijn minuscule lijkjes, noemt het bijna een vorm van meditatie. "Natuurlijk kan ik als bioloog niet wachten tot ik weer naar buiten kan voor klauwieren, insecten en andere beesten. Ik zie dit gewoon als mijn winterveldwerk. Er is eigenlijk maar één probleem. Je moet erg uitkijken als je verkouden bent. Één keer niezen en de hele kamer ligt vol insecten."

Nesten ontrafelen
Het onderzoek naar grauwe klauwieren gaat niet allleen over voedsel. Ook de invloed van milieufactoren als fosfaat en nitraat op de vegetatie en daarmee op de insecten is bijvoorbeeld bekeken. Door geldgebrek heeft de Stichting Bargerveen dit onderzoek tijdelijk moeten stopzetten. Geertsma hoopt de resultaten van zijn 'eigen' insectenonderzoek wel te kunnen publiceren. De provincie Limburg heeft onlangs aan Stichting Bargerveen opdracht gegeven de insectenwereld van twaalf Limburgse grauwe-klauwiernesten te ontrafelen. Voor Geertsma geen straf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden