'Het geheim van Katwijk

De logger KW 171 Noordzee V kiest begin augustus 1915 zee vanuit IJmuiden. De Katwijkse vissers hebben kort daarvoor al zes weken met elkaar gevaren. Matroos Arie, een krachtige man met priemende ogen, is op de tocht onbetwist de gangmaker. Belangrijkste gespreksonderwerp aan boord is het geloof, zoals gebruikelijk in de visserij. Op de tweede tocht is Arie eerst wat stilletjes, maar naarmate de reis vordert neemt hij steeds meer het heft in handen. Niet de goedige schipper, maar híj neemt de leiding bij de godsdienstoefeningen, de gebeden en gezangen, en ook bij de dagelijkse werkzaamheden.

De vierde week op zee gebeuren er wonderlijke dingen. Arie toont de bemanning een bijbel die in schuine stand overeind blijft staan. Zelfs de sterkste man kan het boekwerk niet omkrijgen. Arie heeft nog meer bovenmatige krachten, houdt een speerreep van uitstaande netten (een gewicht tussen de duizend en drieduizend kilo) zo strak dat deze bijna breekt. Spirituele sessies krijgen de overhand op de KW 171, het haringvissen wordt verwaarloosd. Op zaterdag 4 september gaan de netten voor het laatst uit.

Een deel van de dertienkoppige bemanning begint tekenen van geestverwarring te vertonen, gaat geloven in Arie's bewering dat de wereld is vergaan. Sommigen zien verschijningen aan boord, een veertiende bemanningslid of een bijbelheilige. Ze hakken de duivel in mootjes, die in de vorm van een haai is verschenen.

Arie vertelt de schipper op zondag 5 september dat hij de heilige geest heeft ontvangen. Jezus aan het kruis had de geest gegeven en gezegd: 'Het is volbracht.' Arie is daarop opnieuw geboren. De bemanning lijkt zijn woorden te geloven. Het fraaie zomerweer op zee werkt ook mee. De schipper en de kok horen net als Arie bazuingeschal uit de hemel. Het klonk 'zacht en schoon', zeggen ze. Een wit schip met de naam De Hoop zal komen om hen naar het eeuwige Jeruzalem te brengen. De zonsopgang is prachtig. De vissers ontwaren kleurrijke luchtverschijnselen met torens en gebouwen.

Matroos Klaas vindt het maar bedrog en doet niet mee aan de godsdienstoefeningen. Arie geeft Klaas opdracht schuld te belijden en hem te gehoorzamen. Klaas weigert, waarop Arie hem zijn kracht zal bewijzen en hem laat dansen. Klaas beweegt zich vervolgens 'als een wilde' op het dek. Het bewijs van zijn duivelse eigenschappen is zo geleverd. Klaas gaat achter slot en grendel. Deze Satan moet verdelgd worden, orakelt Arie. De bemanning gooit Klaas daarop overboord. En Arie op zijn beurt wordt plechtig gewassen om rein te worden.

Een dag later komt een schip in zicht, een witte Katwijkse logger met de naam De Hoop. Aries voorspelling komt uit. De bemanning van De Hoop krijgt te horen dat de wereld is vergaan. Zij moet eveneens naar Jeruzalem varen, maar de schipper van De Hoop is niet onder de indruk en vervolgt zijn eigen weg.

Bemanningslid Piet geeft die avond te kennen dat hij niet meer in Arie gelooft. Deze dreigt met onmiddellijk verderf en slaat driemaal hard op tafel, die daardoor barst. De lamp gaat uit en Piet krijgt plots het uiterlijk van een duivel. Met een schop, een kuipersdissel en een bijl wordt hij vervolgens aan stukken gehakt. 'De duivel heb harde poten', zegt Arie bij het afhakken van de ledematen.

Een derde bemanningslid, Jacob, begint Arie tegen te spreken. Met één klap komt daarop de kap van het vooronder naar beneden, de omslag van een boekje dwarrelt door de lucht. Arie vraagt iedereen voor hem te knielen. Jacob voldoet na grote aarzelingen aan Arie's gebod. Om te bewijzen dat hij in God gelooft, moet hij in het water springen, dan zal hij niet verdrinken. Jacob weigert, vlucht naar zijn kooi. Maar de anderen sleuren hem eruit, slaan zijn duivelse schedel stuk en gooien hem overboord.

Arie gelast alle losse voorwerpen in zee te werpen. Netten, blokken, de reddingsboot, alles verdwijnt in het water. De 'gekkenlogger' drijft zonder licht als wrak verder en zou bij een woestere zee zeker zijn vergaan. Op 11 september ziet de bemanning van een Noors vrachtschip de Katwijkse logger dobberen en haalt de vissers van boord. De Noren nemen de KW 171 op sleeptouw naar de haven Grimsby en leveren de Katwijkers uit aan het Britse gezag. Arie en andere bemanningsleden worden naar het huis van bewaring in Den Haag en vervolgens naar het Rijkskrankzinnigengesticht Medemblik overgebracht. Later verhuist Arie naar de inrichting Endegeest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden