'Het geheim is gewoon waarnemen'

Interview | Eckhart Tolle toert door Europa met zijn bestseller 'De kracht van het nu'. Mensen zijn te veel bezig met het verleden en de toekomst, betoogt hij. Ze negeren het nu en juist daar gebeurt het.

Hij is op sloffen. In een luxe kuuroordhotel in Assisi, een voormalig klooster, hebben net meer dan vijfhonderd man de vijfdaagse retraite bijgewoond van goeroe Eckhart Tolle. De deur van zijn hotelkamer gaat open: er komt een kleine gestalte achter vandaan, in spencer en kenmerkende beige broek.

Tolle (1948) is auteur van de bestseller 'De kracht van het nu'. Hij toert door Europa: vanavond doet hij de Doelen in Rotterdam aan voor een lezing. Oorspronkelijk is hij Duits. Na een tijd in Engeland te hebben gewoond, verhuisde hij naar Canada. Daar woont hij nog, met zijn partner Kim Eng, die haar eigen yoga-bedrijf heeft. Tolle geeft het Amerikaanse optimisme een Duitse grondigheid mee. En: hij citeert Jezus en Boeddha in een adem.

Voor Tolle begint te spreken laat hij eerst een stilte vallen. Daar heeft hij Oprah Winfrey - een van zijn uitgesproken bewonderaars - eens op live-televisie mee verrast. Net als de stilte ongemakkelijk wordt, begint het hard te regenen. Hij ziet het glimlachend aan. "Ik hou van die buien."

Door het raam kijk je uit over het prachtige Italiaanse stadje. Aan de muur van de riante hotelkamer prijkt een originele fresco. Achteroverleunend in zijn armstoel analyseert Tolle het probleem van de mensheid. Of wat hij het probleem van de mensheid noemt. Volgens Tolle dat we geneigd zijn 'het nu' te negeren. "We maken onszelf wijs dat er altijd een punt in de toekomst is dat onze aandacht nodig heeft. Door in gedachten bij je volgende afspraak te zijn, of bij het moment dat je werk af moet zijn, leef je voor een deel in de toekomst. Dat levert stress op." Met zijn handen gebaart hij naar een punt rechts van hem. "Je bent hier." Dan gebaart hij links van hem. "Maar je wilt hier zijn. Ergens anders in ruimte of tijd. Je loopt het gevaar je hele leven te missen. Want je hele leven - alles wat je ervaart, denkt, voelt, meemaakt - gebeurt in het nu. Dat is de enige werkelijkheid."

Er was een tijd dat het leven Tolle niet echt beviel. Nog in Duitsland stopte hij op z'n veertiende met school. Als twintiger ging hij pas weer studeren. "Ik sliep slecht, had maagpijn, huidproblemen. Angst was het eigenlijk, angst voor alles, voor het leven. Om het niet te maken in deze wereld."

Hij werkte aan zijn studie talen en geschiedenis aan de Universiteit van Londen. "Zo hard dat ik ruimschoots slaagde. Twee weken was ik blij. Ik dacht dat ik het gemaakt had. Toen kwam de oude angst terug." Hij lacht nog wat verlegen. "Het lukte ook niet om een meisje te krijgen."

Op 29-jarige leeftijd sloeg alles om. Tolle had een openbaring. Zittend op de bedrand kon hij niet meer met zichzelf leven. Maar dat denkend, zag hij in: als 'ik' niet meer met 'mijzelf' kan leven, zijn er kennelijk twee van mij. En misschien is er maar een van de twee echt. Hij besloot het 'zelf' tot zwijgen te brengen. "Ik moest een stilte in mezelf zien te vinden. Angst valt weg als je stopt met denken, stopt met praten in je hoofd. Want verplaats je jezelf in een moment in de toekomst, dan denk je vanzelf aan wat er mis zou kunnen gaan: niet zo gek, want je bent daar nu niet, en hebt er geen controle over. Het lawaai in je hoofd gaat eindeloos door."

Zo erg is dat toch niet, denken?

"Jij bent nog jong, maar als je die stem in je hoofd erg lang hebt, en je bent een paar jaar verder, dan zal het je langzaam neerhalen, en word je ongelukkig. Nu zie je er nog stralend uit, maar als je dertig jaar naar het lawaai in je hoofd luistert, ga je het zien aan je gezicht, al het onnodige denken. Op den duur wordt het een last. Het is namelijk meer dan een stem. Het is een hele identiteit die voortkomt uit het denken, een namaak-zelf: niets meer dan een geheugen van dingen die je geest toevallig verzameld heeft. En het wordt in leven gehouden door onophoudelijk denken."

Bent u zelf nog wel eens buiten het 'nu'?

"Ik ben altijd aanwezig. Dat heeft met mijn openbaring te maken: ik ben als het ware in de stilte gevallen. Maar er zijn geheime poorten naar het nu. Een daarvan is: je meer bewust worden van je zintuiglijke waarnemingen. Zien, horen, ruiken, aanraken, proeven. Zo verleg je je aandacht van denken naar waarnemen. Ik heb die oefening zelf niet meer nodig, maar jij kunt het nu meteen proberen. Kijk eens naar de simpele dingen, de vloer. Het geheim is: gewoon waarnemen, zonder te benoemen. Dat is op zichzelf al een spirituele oefening."

Hij wacht een paar minuten. "Zie je? Het brengt vrede. Luister naar de regen. Erg kalmerend. Prachtig."

Soms weegt Tolle zijn woorden even, maar dan volgen er al gauw weer veel zinnen. Op de retraite heeft hij zeven of acht keer gesproken, steeds zo'n twee uur lang. Hij bereidt niets voor, zegt hij. "Nooit. Ik loop het podium op, word stil, en dan begint het praten. Ik kan niet eens zeggen dat ik begin; de stroom begint gewoon, en soms stop ik niet meer. Het komt voort uit de stilte. Het is bijna alsof ik er dan niet meer ben als persoon. Alleen maar bewustzijn dat doorkomt.

"Dat is waarom mensen zich tot hem aangetrokken voelen", denkt Tolle. "Net als bij een hond: als je die in de ogen kijkt, voel je zijn bestaan heel diep. Het schijnt als het ware door. Daarom stoppen volslagen vreemden vaak om een hond te aaien. Ik heb dit van mijn eigen hond Mia geleerd. Tot op zekere hoogte geldt dit voor alle dieren, maar honden hebben een erg hoog ontwikkeld bewustzijn."

"Ik kan je wel een foto laten zien van Mia?" Tolle staat op uit zijn armstoel, klimt de trap op naar de vide, en komt terug met zijn smartphone. Twee grote bruine ogen staren me aan. "Kijk. Genomen een paar maanden voor ze overleed. Zie je het, in haar ogen?"

Het is een erg schattig hondje. Het lijkt een beetje verdrietig.

"Ja, er is een gevoeligheid. Je merkt dat er een bewustzijn achter zit. Geen menselijk bewustzijn, maar het ene soort bewustzijn dat alle levensvormen kan doordringen. Dat schijnt door de ogen. En als je dus een hond in de ogen kijkt, voel je je eigen bewustzijn. Zo werkt het bij mij dus ook. Er is meer dan de persoon waar ze naar kijken. Wat ik beantwoord in hen is al in hen. Ik weerspiegel de mensen zelf terug. Dat kan omdat we een bewustzijn delen. Als je dat deelt, het meest wezenlijke, voel je liefde. Geen romantiek, maar ware liefde: je herkent de ander als jezelf. Jezus noemde dat: Hou van je naaste als jezelf. Dat mensen mij volgen komt dus niet door mij. Het is vanwege de afwezigheid van het persoonlijke."

U wordt bejubeld om uw bescheidenheid. Is dat niet ingewikkeld?

"Ik moet heel voorzichtig zijn me niet te laten bepalen door beelden die mensen van me hebben. Sommigen denken dat ik een groot spiritueel leraar ben. Anderen vinden me een vreselijke charlatan. Ik trek me daar niets van aan. Sinds mijn openbaring heb ik geen ego meer. En daarvoor was ik lange tijd niemand. Later, toen mijn boek uitkwam, en ik een carrière kreeg, veranderde dat. Ik moet erg alert zijn. Ik weet dat ik op een bepaald niveau een persoon ben, maar ik ervaar het meer als een bewustzijn. Ik heb geen mening meer over mezelf. Ik bekritiseer mezelf niet."

Maar hoe corrigeer je jezelf dan nog?

"Jezelf bekritiseren helpt niet bij corrigeren. Het is alleen een gedachtenpatroon: resultaat heeft dat niet. Natuurlijk kan ik fouten maken. Ik zeg wel eens iets verkeerds tegen iemand, dat gebeurt. Maar ik merk het op, en dan laat ik het los. Ik hang niet aan herinneringen. Ik denk bijna nooit terug aan 'mijn' verleden. Dat heeft niets te maken met wie ik in het nu ben."

Waarom zou het helpen om te beseffen dat we in het nu zijn? Voor sommige mensen is het nu erg donker en leeg.

"Ik krijg vaak brieven vanuit de gevangenis. Op een of andere manier hebben gedetineerden dan een exemplaar van mijn boek bemachtigd. Zij zeggen: mijn leven is van binnenuit veranderd. Aan de buitenkant gaat er voorlopig niets veranderen, maar er is in mij iets diepers dan welke omstandigheden dan ook. Dat is inherent vredig en vreugdevol. Anderen ontdekken dat wanneer ze iets heel slechts overkomt. Iemand plotseling verliezen, bijvoorbeeld. Soms is dat eerst erg pijnlijk, en dan wil je niet aanwezig zijn in het nu. Maar als je kunt accepteren dat dit gebeurd is, kan het je plotseling naar een diepe plek brengen. Omdat, wanneer iets veel voor je betekende weggenomen wordt, het een lege plek achterlaat. Dat kan een toegangspoort zijn tot een spirituele dimensie."

Vindt u de opdracht om verlies te accepteren niet wat hard?

"Het kan natuurlijk zwaar zijn. Maar als je dat niet doet... iedereen sterft, vroeg of laat. Het enige wat je kunt doen is dat aanvaarden. Dan volgt er vrede."

Dat is precies waarom dat woord zo naar is. Of je het nu accepteert of niet, dat maakt niet uit, de dood is onomkeerbaar.

"Woody Allen is eens gevraagd: 'Wat vind je van de dood?' Hij zei: 'Ik ben er tegen.' Iedereen is er tegen, maar het is overal om ons heen. Ik zeg nooit: je schept je eigen werkelijkheid. Ik zeg: probeer dit moment te accepteren alsof je het zelf hebt gekozen.

"Ook als je iemand verliest kan dat. Ik heb best wat mensen begeleid op hun sterfbed. Ik merkte dat ze, door mijn complete acceptatie van hun omstandigheden, dat ook leerden aanvaarden. De dood kan een kans zijn om in te zien wie je werkelijk bent. Maar jammer genoeg ziet onze maatschappij de dood als volledig negatief. We verstoppen stervenden, doen alsof er geen dood is.

"Misschien weet je dat boeddhistische monniken soms mediteren bij de dode lichamen. Ze zitten daar, en mediteren om zich niet meer te identificeren met hun eigen lichamen. En dieper naar binnen te gaan zodat ze hun eigen bewustzijn tegenkomen. De Boeddha noemt dat: je ontmoet het dodeloze in jezelf. Jezus had het daar ook over, hij noemde het 'eeuwig leven'. Hetzelfde, maar andere woorden."

Naar voorbeeld van de boeddhistische monniken gaat Tolle geregeld naar begraafplaatsen. "Ze zijn erg vredig. Al die namen op de grafstenen, meestal met de geboortedatum en de sterfdag. En daartussen een streepje. Dat is een heel leven. Teruggebracht tot dat streepje. Terwijl, die mensen waren hun leven lang angstig en bezorgd. Alles leek zo echt, en verschrikkelijk belangrijk. En nu, plotseling, zjoef! Is het allemaal opgelost. Dus wat je ook denkt, erg belangrijk is het niet. De Boeddha leerde om vergankelijkheid onder ogen te zien; alles is vluchtig. Dat proberen te beseffen is een meditatie op zich, die je dieper brengt, naar iets dat niet te raken is door eindigheid."

Afgelopen jaar stierf Tolle's hondje Mia. De hond leed zo erg dat ze hem een injectie moesten geven. "We huilden. Van tevoren hadden we een tijdje gemediteerd. Het was erg vredig, maar toch waren we verdrietig. De as zit nu in een mooie pot. Ik heb nog geen nieuwe hond. Er moet eerst wat tijd overheen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden