Het geduld van Plaatjes en Van Vlaanderen

STUTTGART - Zelfbeheersing gaf de doorslag in de zware overlevingstochten die de WKmarathons van Stuttgart waren. Het is een kwaliteit die Mark Plaatjes al een atletiekleven lang noodgedwongen opbrengt; bij Bert van Vlaanderen komt zij voort uit bescheidenheid. Eindeloos geduld voerde beiden zaterdag vanuit een schier hopeloze positie naar internationaal aanzien.

Twaalf jaar had Plaatjes moeten wachten op het moment van gloreren. Zijn reputatie als kwaliteitsvolle marathonloper vestigde hij al meer dan een decennium geleden, maar als Zuidafrikaan konden zijn benen nog zoveel snelheid ontwikkelen, de sportieve boycot tegen zijn land stond erkenning in de weg. Als nonwhite (zijn grootmoeder was een Zulu die met een Portugees trouwde) werd hij bovendien extra getroffen door de apartheid, min of meer als speelbal tussen twee tegenstrijdige belangen. De onmenselijkheid in zijn land werd Plaatjes in 1988 te veel en hij vluchtte met zijn gezin naar de Verenigde Staten. Vijf jaar lang duurde het alvorens hij zich de Amerikaanse nationaliteit verwierf, pas vanaf 24 juli dit jaar was hij startgerechtigd. Als statenloos burger verbeet de atleet zich vorig jaar voor de televisie, toen hij de voor Zuid-Afrika opengestelde Spelen in Barcelona moest missen.

Rond de Spaanse Olympus toonde Bert van Vlaanderen destijds al hoe hij zich met zijn relatief bescheiden mogelijkheden behoorlijk binnen een internationaal gezelschap kan handhaven. Ook in Barcelona nodigden de moordende weersomstandigheden niet uit tot opportunisme, al zijn er velen die een van de basisregels van de marathon nimmer uit het hoofd geleerd krijgen. John Vermeule bijvoorbeeld. Hoe fantastisch voelde hij zich zaterdag niet, totdat hij na 25 kilometer leegliep als een klapband. Klagend dat het water op de verversingsposten net zo warm was als de buitentemperatuur. “Met dat bijsmaakje kreeg ik het niet door mijn keel.”

Wie zijn vochtvoorraden niet op peil houdt, is bij voorbaat reddeloos verloren.

Zoals Anne van Schuppen een dag later diverse drankjes miste. Maar zij voelde al na drie kilometer de aandrang er maar mee te kappen. Ze volhardde nog dertig kilometer en stapte vervolgens gedesillusioneerd uit. Nimmer had ze zulke extreme (vooral benauwde) omstandigheden meegemaakt, waarin met name de iele Japansen Asari (eerste) en Abe (derde) floreerden.

Ziekenwagens

Vanuit de bezemwagen zag Vermeule de gevolgen van de temperatuur van 25 graden in combinatie met de hoge vochtigheidsgraad van 63 procent. Van uitputting tegen de grond gesmakte deelnemers, mensen aan het infuus en afgevoerden in ziekenwagens. Uiteindelijk zouden bij de mannen 27 van de zeventig deelnemers de barre tocht niet voltooien, onder wie velen van de overmoedigen uit de beginfase. “Als je ziet wat er allemaal aan de kant ligt, denk je, dit is spotten met je leven”, aldus Vermeule.

Het zijn zaken waarover je slechts hen hoort die boven hun mogelijkheden grijpen of andere fouten begaan met inderdaad desastreuze gevolgen. Bert van Vlaanderen hield zichzelf slechts voor te ontspannen en pas na 39 kilometer, toen hij amper kon geloven dat hij in derde positie rechtstreeks het erepodium opliep, voelde hij hoe zwaar de benen werden. “Maar dan draagt het publiek je naar de finish.” Slechts even kende hij twijfels en terstond straalde zijn gelaat de angst uit van hen die weten met open ogen in een val te lopen. Het was op het moment van een tempoversnelling na zo'n twaalf kilometer, toen de omvangrijke kopgroep in tweeen uiteenviel en de Nederlander zich even als een jojo voelde. Als het tempo zou stokken moest hij vooraan zijn, maar de aanval bleek serieus en hij liet zich net zoals Plaatjes voorlopig terugvallen in de club der bescheidenen.

Die terughoudendheid, het is niet de enige overeenkomst tussen de nieuwe wereldkampioen en de winnaar van brons. De twee kennen elkaar van de trainingsstages op hoogte die Van Vlaanderen in het verleden in het Amerikaanse Boulder doormaakte. Boulder, de plaats waar Plaatjes een bloeiende praktijk fysiotherapie beheert. Dat kost hem naast het lopen lange werkdagen, zoals Van Vlaanderen ook zijn maatschappelijke positie niet wenst op te geven voor het onzekere bestaan van atletieknomade. Vreemd genoeg liepen de voorbereidingen op Stuttgart van de twee ver uiteen, waar toch Van Vlaanderens manager Michel Lukkien in die van beiden een bindende rol had. Van Vlaanderen is de eerste Nederlandse marathonloper die met succes het zuurstofverrijkende effect van een hoogtetraining (drie weken in Sankt Moritz) beproefde. Pas de dag voor de marathon daalde hij af naar Stuttgart. Plaatjes trok bij Lukkien in om zich twee weken in Nederland op zeeniveau te prepareren. Bang als hij was om met een ontregelde biologische klok in Stuttgart te verschijnen, daar zijn Amerikaanse collega's pas een week voor het evenement naar Europa afreisden.

Van Vlaanderen en Plaatjes kregen in Stuttgart vleugels tijdens hun enorme opmars, die de wereldkampioen als eerste inzette. Waar Van Vlaanderen zijn geduld lijkt te halen uit het onderkoelen van ambities (“Een evenaring van mijn vijftiende plaats in Barcelona zou al prachtig zijn, hier kon ik slechts van dromen”), daar liep Plaatjes lange tijd wel degelijk met onrust in zijn lijf. Links en rechts zag hij mensen van zich weglopen en hij twijfelde aan zijn vorm, maar niet aan zijn dadendrang. “Niemand was zo gemotiveerd als ik.

Op deze wedstrijd heb ik twaalf jaar gewacht.” Maar ook voor hem was de ontknoping dramatisch. Hij moest weerzin van zich afzetten, toen hij na zijn lange inhaaltocht de even eenzame als verrassende frontsoldaat Lucketz Swartbooi in het vizier kreeg. Moest hij uit solidariteit met de Namibier samen oplopen, of meteen de genadestoot geven? “Het was vreselijk toen ik hem passeerde. Hij vernietigde het veld, hij was zo dapper. Maar ik ben 32 jaar oud, hij 26 en heeft dus nog vele kampioenschappen in het vooruitzicht.”

Dergelijke gevoelens kent Bert van Vlaanderen niet. Hij zal ze althans niet tonen. Waarom vallen er tranen tijdens huldigingsceremonies, waar er slechts reden is tot lachen, vraagt hij zich vaak af. Champagne? hij vindt het niet eens lekker, met jus d'orange heeft hij net zoveel plezier van zijn succes. Om het brons te vieren tracteert hij zichzelf en vriendin lekker op een dagje Fantasialand, een weekje vakantie en dan weer gewoon aan het werk. “Er zal wel het een en ander veranderen, maar dat zie ik wel. De aanbiedingen zullen als warme broodjes binnenkomen, maar ik loop toch maar twee marathons per jaar. En bovendien wil ik naast het lopen gewoon blijven werken.”

Van Vlaanderen zei zich na de huldiging nauwelijks te realiseren wat hem was overkomen. Dat hij brons had, geloofde hij pas werkelijk toen Plaatjes hem na de finish om de nek vloog. En ergens kon ook de Amerikaan in zijn emoties nauwelijks geloven waartoe de vlucht uit de Zuidafrikaanse ellende hem uiteindelijk had gebracht. Bij binnenkomst in het stadion wist hij niet welke richting in te slaan, op de finishlijn twijfelde hij of er nog een slotronde moest volgen. Waarna later in de interviewtent het onthutsende verhaal van zijn verleden volgde.

Wreedheden

Om het lopen was hij destijds niet uitgeweken, dat was slechts bijzaak. Hij was afgeknapt op de wreedheden van de apartheid. Een van zijn beste vrienden werd op een trottoir door een truck aangereden. Een 'blanke' ziekenwagen liet het slachtoffer liggen, waarna 'zwarte' hulp te laat kwam. Een andere metgezel werd tijdens een training op straat in het been geschoten. Eenmaal zelfs moesten Plaatjes en een trainingsgenoot letterlijk lopen voor hun leven, toen zij door stakers bij een fabriek werden aangezien voor werkwillenden. Een lugubere omkransing met brandende autobanden vormde de bedreiging. Zoals het hardlopen op zich al een dilemma vormde. De verbondenheid met de blanke atletiekbond werd door de zwarte bevolking uitgelegd als verraad.

Ofschoon Plaatjes zijn wereldtitel een stimulans noemt voor het al jaren fel bekritiseerde lange afstandslopen in de VS, voelt hij zich niet afgesloten van zijn thuisland. Toen hij twee jaar geleden samen met zijn dochter een vakantie doorbracht in Zuid-Afrika, wilde het kind ironisch genoeg niet mee terug omdat ze ervan genoot met kinderen van haar eigen huidskleur naar school te kunnen.

“Als ik nu de keuze zou moeten maken”, aldus Plaatjes, “dan zou ik niet weggegaan omdat ik een bijdrage zou kunnen leveren aan de opbouw van het veranderingsproces. Definitief scheiden van mijn geboorteland, dat zou niet kunnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden