Het gedroomde leven van junks

Ook junks hadden ooit toekomstdromen. Fotojournaliste Wilma Breunissen zette acht verslaafden en bekende Nederlanders met het wensberoep van de drugsgebruikers samen op de foto.

EDWIN KREULEN

'Als je niet verslaafd was, wat had je dan willen doen?" Die vraag stelde fotojournaliste Wilma Breunissen (32) toen ze na weken eindelijk het vertrouwen had gewonnen van Frans (47). Hij is al jaren aan de drugs - cocaïne en heroïne. Een onbewaakt ogenblik met zijn spuiten leverde hem ook nog eens een hiv-besmetting op.

Die verslaving, die is zo dominant, dat het antwoord op de vraag 'wat had je willen doen?' ver weg is, merkte Breunissen. "Wat hun kern is, dat weten chronisch verslaafden als Frans allang niet meer. Om daarbij te komen moet je schil voor schil afpellen." Frans vertelde zijn levensverhaal en tussen aardig wat ellende kwam ook naar voren dat hij ooit kleermaker had willen worden. Hij begon zelfs aan een opleiding daarvoor, maar het rauwe leven trok toch te veel aan hem.

Breunissen honoreerde de wens van verslaafde Frans en regelde voor hem een fotosessie met zijn naamgenoot, couturier Frans Molenaar. En zo poseerden beiden in de studio van Molenaar in vrijwel identieke outfit - het ontbreekt de verslaafde enkel nog aan de karakteristieke bril van de couturier.

"Toen ik Frans ontmoette was hij uitgeblust, levensmoe leek hij wel", zegt Breunissen. Eenmaal terug van de fotosessie haalde hij zijn doodskleed van de kast en borg het op: "Zo", zei hij, "die heb ik de komende twintig jaar niet meer nodig." Stoppen zal Frans waarschijnlijk niet meer, zei hij tegen Breunissen: "Van de drugs kom ik nooit meer af." Sterker nog, hij zegt in de weekeinden niet meer te gebruiken. "Dus ik vind dat ik mijn leven weer aardig op de rails heb."

Het ontbreekt chronisch verslaafden wel vaker aan de motivatie om te stoppen, merkte Breunissen. 'Alleen de liefde kan mij nog redden', werd er vaak geroepen. "Maar het is ook vaak de liefde die dit mede heeft veroorzaakt" bemerkte Breunissen. Ook Frans stopte zijn opleiding om te kiezen voor een vrouw - een relatie die niet goed afliep.

Breunissen volgde acht Utrechtse verslaafden die allen verblijven in twee hostels van het Leger des Heils en de Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht. De hostels bestaan tien jaar en dat leek beide organisaties een goed moment om een fotoboek uit te brengen. Door het succes van de hostels zijn in Utrecht de dakloze verslaafden voor een groot deel uit het straatbeeld verdwenen waardoor het gevoel van veiligheid in de stad is toegenomen. De verslaafden dreigen een vergeten groep te worden.

"Ik kende ze ook alleen maar als straatkrantverkoper", zegt Breunissen. "Veel mensen lopen toch met een boog om hen heen, bang dat ze iets van je willen als je een gesprek begint." Dat laatste bleek niet onterecht, ontdekte de fotografe toen ze eenmaal aan de slag ging. "Dan kreeg ik te horen: heb jij een auto? Dan kun je me mooi even naar mijn dealer brengen. En dat deed ik dan, zo won ik het vertrouwen. Natuurlijk stel je wel grenzen. Ik deelde wel sigaretten en shag uit, maar ik gaf geen geld."

Het was ook zeker niet altijd koek en ei tussen de fotojournaliste en haar onderwerp. "Bijna allemaal stelden ze me wel de vraag: hoeveel is jouw camera ongeveer waard? Het gebeurde zelfs dat het werd gevraagd en een ander zei 'maar dat heb ik al gevraagd bij de lommerd, en niemand wil die camera hebben'." Het kostte soms best moeite om het verhaal uit de verslaafden te krijgen, want de drugs en de zoektocht ernaar gingen altijd voor. Herinneringen waren niet altijd even betrouwbaar, soms bleken de verslaafden te lenen uit elkaars verhalen.

Net als aan Frans vroeg Breunissen ook aan de andere geportretteerden wat ze graag hadden willen doen als ze niet verslaafd waren. Het leverde dubbelportretten op van verslaafden met onder meer muzikant Hans Dulfer, dj Jean en de presentatoren van Voetbal International. Die beelden worden afgewisseld met vaak rauwe beelden uit het dagelijks leven van de verslaafden. "Die foto's met Bekende Nederlanders geven niet alleen weer wat de wensen van de verslaafden zijn, maar laten ook het contrast zien: dat leven zullen zij nooit bereiken."

Breunissen trok vijf maanden met de verslaafden op - bijna elke dag, vanaf tien uur in de ochtend tot middernacht of daarna. "Cocaïne namen ze via de waterpijp, daar kreeg ik vast ongevraagd genoeg van mee." Of het nou daardoor kwam, of dat ze het voorbeeld van de verslaafden ging volgen: ze nam een deel van het gedrag over. "In mijn omgeving zei men: wat praat je vaag, je luistert nauwelijks. Ik heb geen medelijden met deze groep. Ze zijn vaak slim genoeg om aan hun middelen te komen. Ik denk niet dat verslaving een ziekte is. Verslaving sluipt erin. Langzaam maar gericht. Maar grenzen stellen aan gebruik vergt motivatie, kracht en een goed zelfbeeld. En daar schort het dan ook vaak aan."

Breunissen: "Ik dacht vooraf dat je verslaafd raakt na bijvoorbeeld een heftige gebeurtenis, maar zo zit het helemaal niet. De een gebruikt de drugs van haar man, de ander neemt cocaïne om niet in slaap te vallen en scherp te blijven. Vaak gaat het om mensen met een klein sociale vangnet. Maar toch denk ik dat zoiets iedereen kan overkomen."

Wilma Breunissen, 'Van de straat. Acht verslaafden in woord en beeld', Nieuw Amsterdam, 24,95 euro.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden