Klein verslag

Het gedicht dat een diep verlangen uitdrukt om verlost te zijn

Het eerste deel van Ida Gerhardts gedicht Onvervreemdbaar, aangebracht op een gevel in Zutphen.Beeld Wim Boevink

Onvervreemdbaar

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.
Zij waren het van kinds af aan.
Hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen, voortbestaan.
Tot wie wij kleinen mogen gaan;
de enigen die ons nooit verstoten.

Deze week citeerde ik het eerste deel van Ida Gerhardts gedicht, zoals ik tegen een gevel in Zutphen had zien staan, en het is passend om het nu in zijn schitterend geheel te tonen.

Passend omdat ik een foto van dat gevelgedicht deelde op Twitter, waar ik een bescheiden account voer, en tot mijn verbazing merkte hoe gretig het beeld werd aangenomen, gulzig bijna, alsof men hongerde naar goede poëzie. Na twee dagen was de foto meer dan vijftigduizend keer gezien en honderden keren geretweet en van een hartje voorzien.

Wat was hier gaande?

Zeker, het is een fijn gedicht, het is klein en intiem, en het spreekt door die zwevende tussenregel het kind in de lezer aan.

Kind was iedereen, en de kindertijd ging vergezeld van de eerste (voor)leeservaringen, ademloos bij spanning, geroerd bij verdriet; ik heb duimzuigers even stil zien vallen, ogen groter zien worden, kinderhoofden onder dekens zien verdwijnen. Monsters, reuzen, helden, tovenaars, 'ver van de dagelijksheid vandaan'.

Dat laatste treft denk ik een kern. Ik geloof niet dat het om een terugverlangen gaat naar de kindertijd, maar om een voortzetting van een essentie ervan; ook nu nog te kunnen ontsnappen aan de dagelijksheid door ademloos het blad om te slaan.

Voor een deel verklaar ik de grote toeloop bij dit gedicht uit de behoefte om een tijd lang verlost te zijn van constante informatie, van alomtegenwoordig zijn, van totale bereikbaarheid, van de verstrikkingen van sociale media, van het alarmisme van de nieuwsbrengers - die Capitolijnse ganzen van deze tijd - van snelle opinies en harde standpunten.

En dat alles was er nauwelijks toen Ida Gerhardt haar gedicht schreef en het liet verschijnen in de bundel 'Het Sterreschip' in 1979.

Ze was toen zelf al in de zeventig, en er zijn er die in dit gedicht een samenvatting zien van haar eigen lezend leven; ze was classica, haar groten en tijdelozen waren de werken van de klassieken.

Maar er is niets gedateerds aan dit gedicht; veel meer drukt het een diep verlangen uit in een boek te verdwijnen, afgesloten, onbereikbaar, verrukkelijk eenzaam.

Het onvervreemdbare.

Ik vond het ook passend haar regels in Zutphen tegen te komen - ze bracht haar laatste jaren in het naburige Warnsveld door waar ze zou komen te overlijden - passend omdat aan dit oude stadje aan de IJssel de wanen van de dag voorbij zijn gegaan, en men het goede, het klassieke, grotendeels wist te behouden. En de boeken liggen er, sinds de Middeleeuwen, aan kettingen.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees hier eerdere afleveringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden