Column

Het gebied tussen leven en dood is een niemandsland, waarin we gemakkelijk verdwalen

Columnist Stevo AkkermanBeeld Trouw

Als ik mijn demente moeder bezoek in het verpleeghuis kan het zijn dat ik haar welgemoed aantref in het gezelschap van haar pop, die ze beschouwt als een van haar vele kinderen. 

Het is ook mogelijk dat ze ruzie aan het maken is met een medebewoonster; de dames hebben elkaar af en toe het nodige te verwijten, al is voor een buitenstaander onmogelijk te volgen waar de onenigheid over gaat. Ze kan ook in haar eentje aan tafel zitten, leeg voor zich uit starend.

Jarenlang heeft ze geroepen dat ze nooit in wat voor tehuis dan ook terecht wilde komen. Nu ze er toch zit, ontvoerd door meneer Alzheimer, kan ik haar niet meer vragen wat ze ervan vindt. Wat ik wel weet, is dat ikzelf zo niet wil eindigen. Maar ik weet ook dat degene die dat zegt, degene is die ik nu ben, en die persoon kan niet spreken voor degene die ik dan zal zijn.

Maar wat als je voormalig D66-Kamerlid bent, beschikt over een weloverwogen euthanasieverklaring en de mensen je kenden als een nooit aflatende kritische geest? Wat als je dan dement wordt en je je na een hartinfarct alleen nog per rolstoel kunt bewegen? Het overkwam Machteld Versnel-Schmitz, haar verhaal werd zaterdag door Tom-Jan Meeus opgetekend in NRC Handelsblad, uit de mond van haar echtgenoot Hans Versnel. Hij wendde zich tot de krant, omdat hij zeer bezorgd is over de formatiepoging met D66 en ChristenUnie. Alexander Pechtold bezocht zijn echtgenote tijdens de campagne nog in het verpleeghuis, maar wat nu? “Als er nog iets gedaan kan worden aan de toestand van mijn vrouw, dan moet dat door D66 gebeuren. Een coalitie met de CU maakt dat onmogelijk.”

Complicatie

Wat is het dat de CU onmogelijk maakt? De zelfgekozen dood na een voltooid leven. “Ik wil dat de wetgever mensen hier ruimte voor geeft, en die misgunt de CU ons”, zegt Versnel.

Er is wel een complicatie. Machteld Versnel wil helemaal niet dood. Toen de revalidatiearts haar vroeg haar euthanasieverklaring te bevestigen, zei ze: “Ik wil niet dood hoor. Ik heb zulke leuke kleinkinderen.”

Ik citeer dit allemaal met enige huiver. Enerzijds omdat ik besef dat dit gaat om het leven van mensen die ik niet ken, en omdat hier dilemma’s optreden waarvan iedereen hoopt dat die hem of haar bespaard zullen blijven. Wie wil in de schoenen staan van de echtgenoot die zijn vrouw ziet wegdrijven in een richting die ze nooit wilde? Anderzijds bekruipt me de angst dat we mensen aan hun woord gaan houden, ook als dat niet hun laatste woord is, of als we niet zeker weten wat hun laatste woord is.

Het gebied tussen leven en dood is een niemandsland, waarin we gemakkelijk verdwalen. Het is verleidelijk daar richting te willen geven, de dilemma’s op te lossen, en wetsvoorstellen in te dienen die leiden naar de uitgang. Maar misschien is dit niemandsland deel van ons bestaan - ik weet het niet. In elk geval zou ik, als ik D66 was, op dit terrein wat behoedzamer opereren.

Lees ook...
... dit artikel uit januari 2016, toen uit onderzoek bleek dat mensen die een euthanasieverklaring hadden voor als ze dementie zouden krijgen, toch willen leven als het eenmaal zover is. De ziekte had hun brein zo veranderd, dat ze hun situatie niet langer als ondraaglijk beschouwden. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden