Het gebeurde in het Westen

Superfly', van Curtis Mayfield, die draaiden we heel veel. Ik heb geloof ik nooit geweten dat het filmmuziek was. 1972. Ik was achttien, moest nog eindexamen doen en verliefd op Michele, een twee jaar oudere verpleegster met knaloranje hennahaar die in Zutphen woonde op een verdieping aan de Houtmarkt (boven het Volkshuis meen ik). Ze blowde veel, nu ja, ze zat in zo'n vriendenkring.

Als ik bij haar was blowde ik mee, niet uit grote overtuiging trouwens, want ik had tamelijk streng gestructureerde kostschooljaren achter de rug en moest nog wennen aan het vrije leven buiten de muren.

Superfly.

Een ander naijlend muziekthema van die jaren was de muziek van Ennio Morricone, zijn nu klassieke score voor 'Once Upon a Time in the West'; ik zie de lp nog voor me, oranjekleurig, met die afbeelding van een groepje mannen bij een stenen boog, waaraan een klok hing en aan die klok hing een man, en onder die man stond een jongen - de man stond op de schouders van de jongen. Een zeer wrede voorstelling.

Morricone componeerde eerst de muziek, pas daarna draaide Sergio Leone zijn film. De muziekthema's waren leidmotieven voor de protagonisten van de film, zo'n beetje als bij Tsjaikovsky's 'Peter en de Wolf'.

De scheurende mondharmonica begeleidde de wreker Charles Bronson, de sopraan en het koor de weduwe Claudia Cardinale, en de honkytonk piano paste bij desperado Jason Robards. Bij de grote schurk Henry Fonda weerklonk een snijdende elektrische gitaar.

Een tsjilm, gele Libanon, het koor van Morricone en ik was in hemelse tranen. En een hoestbui. Stoned.

Dit is stenen bedding. Van toen.

En nu is hij terug, niet de tsjilm maar de film. Digitaal gerestaureerd door dat onvolprezen Nederlandse filminstituut dat Eye heet, aan het IJ.

Deze week dus in de bioscopen, uit 1968, terug van weggeweest, 166 minuten lang: Het gebeurde in het Westen, Spiel mir das Lied vom Tod, Il était une fois dans l'Ouest, C'era una volta il West, Once Upon a Time in the West.

Ik zag 'm terug bij een persviewing in Eye, de muziek klonk glashelder, zoals al het geluid; nu pas viel me op hoe groot de rol van het geluid is, natuurlijk ook in die beroemde openingsscène bij het station van het woestijnstadje Flagstone, het vallen van een waterdruppel, het zoemen van een vlieg, het krijsen van een windmolen, het knakken van vingers, en dan terwijl de trein weer dampend, sissend en stotend vertrekt die uithaal van een mondharmonica.

Ja ze hebben ook het geluid gerestaureerd, onder die trage beelden, die immense close-ups, de ogen van Bronson dertig meter breed over het panoramadoek, en dat geluid snijdt door je heen. Pistoolschoten als zweepslagen. Als een man met de vlakke hand in het gezicht geslagen wordt, dan is dat met de vetheid van natte lappen die men tegen een muur kletst.

Ik had niets gerookt, maar de belevenis was nog steeds intens, en ik voelde me opgetild worden door dat shot waarmee de camera opstijgt over dat station heen en het stoffige Flagstone in beeld komt, en de violen aanzwellen, en de sopraan, en al die bedrijvigheid van rondlopende mensen, paarden, koetsen... Ja ik moest iets wegslikken, iets ouds, van de Houtmarkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden