Het gebeurde in een totaal andere wereld

Mirjam Bolle maakte vorig jaar een boek van haar dagboekbrieven uit de Tweede Wereldoorlog. De schrijfster woont in Israël, maar was nu eventjes in Nederland. Een gesprek over de dagelijkse praktijk van de jodenvervolging. ,,We hebben niet kunnen begrijpen wat ons boven het hoofd hing.”

Bescheiden-en nuchterheid kenmerken Mirjam Bolle, in 1917 geboren als Mirjam Levie. Met bescheidenheid neemt zij de complimenten in ontvangst voor haar boek 'Ik zal je beschrijven hoe een dag er hier uitziet'. Het zijn dagboekbrieven uit Amsterdam, Westerbork en Bergen-Belsen.

In die brieven doet zij verslag van de jodenvervolging in Amsterdam, van de deportatie naar Westerbork en BergenBelsen, en van de ontsnapping van meer dan tweehonderd Joden door een uitwisseling met Duitse Tempeliers uit Palestina. Zij schreef de brieven aan haar verloofde in Palestina, in het volle besef dat zij ze vanwege de oorlogssituatie nooit zou kunnen versturen.

Vooral haar observaties over Amsterdam zijn in historisch opzicht bijzonder, omdat zij als secretaresse van de veelbesproken Joodse Raad een uniek perspectief op de jodenvervolging had.

Haar bescheidenheid blijft niet beperkt tot de inhoud van het boek. Ook als auteur treedt zij niet graag op de voorgrond. Interviews geeft zij eigenlijk liever niet, en een foto van haar bij het stuk? ,,Hè gatsie.”

De voorgeschiedenis van het boek geeft blijk van nuchterheid. De dagboeken bleven na de oorlog ongelezen, ook door haar verloofde. De oorlog raakte snel uit beeld in een Palestina waar een nieuwe staat, Israël, uit de grond gestampt moest worden. Waarom heeft zij, zestig jaar na dato, besloten de soms intieme brieven uit te geven? Eigenlijk het meeste omdat Johannes Houwink ten Cate, de directeur van het Amsterdamse Centrum voor Holocaust en Genocidestudies, er zo op aandrong. Bolle: ,,Ik dacht: er liggen vast honderden van dit soort dagboeken in de archieven. En wie leest er nu een boek van Mirjam Bolle? Niemand kent Mirjam Bolle.” Nog steeds voelt zij zich er een 'beetje dubbel' over. ,,Het voelt goed dat het er is, maar het maakt ook van alles los en dat is soms moeilijk. In het boek heb ik bijvoorbeeld geschreven over mensen die ik of mijn verloofde kende, met hun namen erbij. Daar word je soms over gebeld: kunt u mij iets meer vertellen over die meneer die u noemt? Dan moet je graven in je geheugen en komen er soms dingen boven die je lang hebt weggestopt.”

Het 'dubbele' gevoel komt ook door de afstand in tijd. Op 10 juli herdacht Bolle in klein gezelschap dat het zestig jaar geleden was dat het zogenaamde 'Palestina-transport' het beloofde land bereikte. Meer dan tweehonderd Joden met een uitreisvisum voor Palestina werden onder toeziend oog van het Rode Kruis geruild tegen een groep Duitsers van de Tempeliersorde, die door de Engelsen in Palestina geïnterneerd waren. Een eenmalige, uitzonderlijke uitwisseling, gezien de omvang en aard van de jodenvervolging in Europa. Door de afstand in tijd lijken de gebeurtenissen haar steeds onwerkelijker. ,,Wat met mij gebeurd is, en ook met mijn ouders en zusje - we zijn alle vier gered door die uitwisse-Mirjam ling - dat was iets buitengewoons. Wij zijn aan de hel ontsnapt en de reis naar de vrijheid staat mij nog heel helder voor ogen. Dat was echt een droom: in juli, in dat prachtige weer, varen over de Bosporus, de vrijheid tegemoet! Tegelijk voelt het onwezenlijk. Het is zestig jaar geleden en het gebeurde in een totaal andere wereld. De situatie waarin de Joden zich bevonden, en de Joodse Raad daar middenin, dat was zo volslagen krankzinnig. Ik merk het zelf als ik door mijn boek blader: hoe heeft het kunnen gebeuren? Een mensenjacht - want dat was het. Dat er een vreemde kerel je huis binnenstapt en je tien minuten geeft om je klaar te maken voor transport. Ik ben op straat opgepakt. Een Duitse soldaat pakte mij bij de arm en die zei: Mit, mee! Ik heb nog wat tegengestribbeld, zo van: ik heb geen bagage bij me, maar niets daarvan. Dat dat mogelijk is! Dat kun je je helemaal niet meer voorstellen, dat dat bestaan heeft.”

,,Het was ook zo bizar, zo grotesk soms. Zoals het feit dat mijn grootmoeder werd opgeroepen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Vierentachtig jaar oud, kunt u nagaan. En toch hebben we niet begrepen, niet wíllen begrijpen wat ons boven het hoofd hing. Ik beschrijf in mijn boek ook dat op een van de bedden in Bergen-Belsen ineens geschreven was 'Die letzten Juden gingen nach Auschwitz zur Vergasung (Tod)'. Dat was toch duidelijk genoeg. Maar we hebben ons afgesloten voor wat dat kon betekenen. Achteraf gezien onbegrijpelijk, maar zo was het. Het is net als met de geschiedenis van de Joodse Raad. Daarover is tijdens en na de oorlog veel gesproken - de raad zou gecollaboreerd hebben met de Duitsers, mensen hebben voorgetrok-In ken et cetera. Ook mijn man zei na de oorlog, toen we elkaar in Palestina weer hadden gevonden: Jullie hadden dat nooit mogen doen. Maar wat konden we anders? Ik geloof dat het niet anders had kunnen zijn. De Duitsers hebben het overal op dezelfde manier weten te spelen. In Tsjecho-Slowakije, in Polen, in Rusland, overal is een Joodse Raad geweest. Het verschil is misschien dat het in Nederland beter is gelukt dan elders. Ik geloof dat dat, Joodse Raad of niet, te wijten is aan de toenmalige aard van de Nederlanders. Nederlanders waren over het algemeen braaf en meegaand, in die tijd. Ze waren niet anders gewend. Behalve natuurlijk de mensen in het verzet. Mensen die zonder aarzeling wildvreemde Joodse mensen onderdak gaven, met gevaar voor eigen leven.

Voor die mensen heb ik grenzeloze bewondering. Maar je kunt niet van iedereen eisen dat hij een held is.”

Na aankomst in Palestina werd Mirjam Levie herenigd met haar geliefde, Menachem Bolle. Snel trouwden zij en bouwden een bestaan op in Palestina, later Israël. Het echtpaar kreeg drie kinderen, waarvan het er twee verloor in dienst van de nieuwe staat. Ook hierdoor heeft Bolle, noodgedwongen, afstand gekregen tot het verleden van de Tweede Wereldoorlog. Zij heeft na de oorlog wel Pressers boek 'Ondergang' gelezen, over de jodenvervolging in Nederland, en gepraat over die periode, maar ze is niet geneigd er sentimenteel over te zijn. ,,Het zit kennelijk in mijn aard om nuchter te zijn. Toch denk ik zelf dat ik in het boek aardig emotioneel ben, hier en daar. Iemand noemde het een boek 'vol ellende, maar ook van hoop, geloof en liefde, en van liefde het meest'. Dat vond ik erg aardig. Ik heb nog wel eens gedacht of ik de meer persoonlijke, verliefde passages eruit moest laten, maar dan werd het allemaal zo zwart en ellendig. En het zou ook niet eerlijk zijn: ik schreef dat nou eenmaal en ik geloof dat die brieven aan mijn aanstaande echtgenoot er zeer toe hebben bijgedragen mezelf op de been te houden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden