Het gebeitelde koningschap van Beatrix

Koningin Beatrix tijdens haar bezoek aan Oman vorig jaar. Beeld ANP
Koningin Beatrix tijdens haar bezoek aan Oman vorig jaar.Beeld ANP

De koningin van het Verenigd Koninkrijk blijft op haar troon tot haar  dood. De paus, eenmaal gekozen,  gaat eveneens door tot het einde. Een van God gegeven functie kun je immers zelf niet opgeven. De Oranjes  zien dat anders.

Er zijn maar twee koningen geweest die in het harnas zijn gestorven: Willem II en Willem III. De overige Oranjevorsten zijn er allemaal voortijdig mee opgehouden.

In 2005 hield koningin Beatrix een toespraak bij aanvaarding van het eredoctoraat dat zij kreeg van de Leidse universiteit ter ere van haar 25-jarig regeringsjubileum. Daarin valt op dat zij over het koningschap spreekt als een ambt. Een ambt dat je weliswaar door geboorte in de schoot krijgt geworpen, maar dat je, al dan niet, aanvaardt. En dat je na verloop van jaren ook weer kunt opgeven, kennelijk. Dat hoef je niet aan God over te laten.

Nuchter
Het getuigt van een nogal nuchtere visie op de hoogste baan die in Nederland te verkrijgen valt, meer passend bij de republiek die Nederland ooit was dan bij de monarchie die uit die republiek is voortgekomen.

In haar Leidse toespraak, waarop zij naar verluidt hoogstpersoonlijk gezwoegd heeft - pas de veertiende versie voldeed aan haar eisen - legt koningin Beatrix de lat buitengewoon hoog. Heeft de koning zijn ambt eenmaal aanvaard dan neemt hij daarmee de verplichting op zich 'het respect voor de natie uit te dragen en de waardigheid van het koningschap te onderhouden'. Het is de verantwoordelijkheid van de koning om 'als symbool van de continuïteit en schakel tussen verleden en toekomst ... het ambt in alle waardigheid ongeschonden door te geven aan de volgende generatie'.

He Jula
Die waardigheid van het ambt: al als jong meisje was Beatrix vast voornemens daar werk van te maken. Zij zou het anders doen dan haar moeder Juliana die ooit door een Leidse studiegenote op straat was begroet met de kreet 'He, Jula'. Tot ontzetting van haar dochter Beatrix. Een dergelijk gebrek aan decorum zou haar niet overkomen. Een koning hoort majesteitelijkheid uit te stralen.

Aan al te familiaire onderdanen gaat het koningschap op den duur ten onder, vond Beatrix al vroeg. Hella Haasse, die een portret van de achttienjarige Beatrix schreef, signaleerde het toen al. Bij officiële verplichtingen voelt Beatrix zich '...niet meer zichzelf, maar meer dan zichzelf, (zij) groeit in wat zij op dat ogenblik vertegenwoordigen moet. Zonder het te begrijpen is zij dan wat men in haar wil zien'.

Kortom: geheel volgens de klassieke theorie over het koningschap maakt Beatrix al op jonge leeftijd onderscheid tussen het ambt en haar eigen, biologische persoon met al haar hebbelijkheden en onhebbelijkheden.

Het ambt dat zij draagt houdt zij strikt gescheiden van haar privéleven dat zij dan ook als een terriër verdedigt. Je bent koningin, 24 uur per dag. Dat is alleen vol te houden, als er een minimale ruimte overblijft voor een leven zonder verstikkend protocol. Niet voor niets verzuchtte ze: 'Eindelijk onder ons', toen ze met vorstelijke personen rondvoer op een boot in Griekse wateren. Dat is vaak uitgelegd als een teken van arrogantie. Maar in feite was ze opgelucht dat het protocol - bedoeld om mensen houvast te geven die niet behoren tot het kringetje van koningen en koninklijke hoogheden - even niet van toepassing was.

Al teveel inkijk in privézaken doet afbreuk aan het koningschap. Schandalen binnen de familiekring dienen om dezelfde reden 'onder ons' te worden gehouden. De Oranjes vormen in Nederland vermoedelijk de enige familie waar een tante - zijnde de koningin - bemoeienis heeft met de partnerkeuze van neefjes en nichtjes. Margarita, de dochter van haar zus prinses Irene, heeft er van geweten, toen zij met Edwin Roy van Zuydewijn op de proppen kwam.

Bernhard
Het beruchte interview in de Volkskrant met Beatrix' vader prins Bernhard, waarin hij uit de school klapt over het familieleven van de Oranjes en zijn eigen amoureuze escapades, was voor de koningin vanuit de optiek van de waardigheid van het koningschap niet minder dan een drama. Nog afgezien van het feit dat het sowieso niet leuk is je vader zichzelf postuum zo te kijk te zien zetten.

Huub Oosterhuis, een huisvriend van het koninklijk gezin, heeft ooit gezegd: om Beatrix te begrijpen moet je haar zien als beeldhouwster. Van jongs af aan is beeldhouwen Beatrix' grote passie. Bij het geschreven portret van Haasse staat een foto waarin je haar in de weer ziet met beitel en steen. Haasse noteert dat Beatrix stevige figuren weet neer te zetten: 'Haar mensen en dierenfiguren staan met een breed onder-vlak op de aarde, met zware knoestige poten of hoeven. (...)

Het totaal effect is er een van een zoeken naar een zo groot mogelijk raakvlak met de begane grond. Dat is toch niet louter en alleen uit technische overwegingen zo gedaan. Daarin moet zich iets uiten van haar eigen aard, van haar voorkeur en verlangen naar contact met de werkelijkheid. Zij zoekt naar houvast, en maakt dat zelf, desnoods ten koste van de aesthetica. Hoofdzaak is dat het staat, stevig staat.'

Zoals ze haar mensen- en dierenfiguren beeldhouwt, zo maakt Beatrix ook van zichzelf een beeldhouwwerk: met het karakteristieke, stevige kapsel dat al sinds mensenheugenis haar hoofd siert, en haar brede opgevulde schouders. Ze is een vormgeefster en daar is ze buitengewoon trots op ook. Het zelfbeeld waarvoor ze bewust heeft gekozen maakt haar buitengewoon geschikt voor staatsieportretten en als beeltenis op postzegels. Aan alles heeft ze gedacht. En net als het protocol houvast geeft aan het volk, zo doet haar verschijning dat ook: daar staat de Majesteit, onmiskenbaar.

Zoals Beatrix met haar beitel meester wil zijn over de materie, zo wil ze dat ook zijn over haar koningschap.

Bijl gaat erin
Ze gruwt van de lieflijke chaos aan het hof van haar moeder. De bijl gaat erin. Voortaan telt bij benoemingen niet de afkomst, maar het vakmanschap. Een hofmaarschalk hoeft niet per se van adel te zijn, als hij maar heeft bewezen een tent te kunnen runnen. Benoemingen zijn voortaan gebonden aan een termijn. Ze is veeleisend voor haar personeel, eist stiptheid en duldt geen fouten. De aanspreektitel is Majesteit. Nieuwe ambassadeurs laat ze met koetsjes voorrijden bij paleis Noordeinde.

De afstand die ze zo tot het volk creëert begint begin jaren negentig tot kritiek te leiden. In 1991 blijkt de koningin bij haar 25-jarig huwelijksfeest er niet van gediend dat Oranjeverenigingen er een groot volksfeest van willen maken. De koningin staat met de rug naar haar fans, klagen de Oranjeverenigingen.

Beatrix de kille, Juliana de warme, moederlijke vrouw. Zo is de beeldvorming. Maar intimi verzekeren dat dat geheel onterecht is. Juliana was een kribbige vrouw, Beatrix is juist moederlijk. Kijk maar eens naar de foto's uit de jaren vijftig, hoe ze zich als meisje ontfermt over haar jongste, bijna blinde zusje Marijke. Hoe dan ook, in het interview dat Dorien Pessers met haar heeft in 2005, zegt de koningin: 'Ik hoef niet populair te zijn'. Populariteit is meestal van korte duur, maar een vorst moet dertig, veertig jaar mee.

Haar taak als lid van de regering neemt Beatrix bloedserieus. In de toespraak bij haar benoeming tot eredoctor in Leiden refereert ze aan de eed die ze heeft afgelegd. Ze heeft immers gezworen het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds te zullen onderhouden en handhaven en de vrijheid en rechten van alle ingezetenen te zullen beschermen. Ze wijst bovendien op de klassieke rechten van de koning: het recht om geïnformeerd te worden, het recht om te waarschuwen en het recht om te bemoedigen.

De talloze werkbezoeken die ze in het land aflegt, gebruikt ze om erachter te komen hoe het land er werkelijk voorstaat. Die informatie gebruikt ze weer in haar gesprekken met de ministers. Oud-premier Dries van Agt omschreef haar werkwijze voor de NOS-camera's als volgt: Ze is een 'buizerd in het zwerk van het staatsbestel die neerziet op het land, altijd met wakend oog en geen bijzonderheid van het gewoel daar beneden ontgaat haar waarneming'.

De koningin maakt van haar bevoegdheden dus volop gebruik. Maar weigeren een wet te ondertekenen, omdat ze het er niet mee eens is, zoals haar collega's in België en Luxemburg? Dat zal haar nooit overkomen.

Ze ziet zich bij de totstandkoming van wetten als procesbegeleider. Is wel aan alle procedurele vereisten voldaan? Een onconstitutioneel tot stand gekomen wet, die zal ze inderdaad niet tekenen.

De koningin ervaart haar ambt als een last, al zei ze zelf van niet, als een eenzame last ook, des te zwaarder na het overlijden in 2002 van haar grote steun en toeverlaat prins Claus.

Man in de goot
Toch heeft ze ook lol in haar werk, al is het maar omdat ze door haar positie in aanraking komt met mensen die ze anders nooit zou hebben ontmoet. En dan niet alleen de bovenlaag. Ook de man in de goot, de gehandicapte of die vrouw in het verzorgingshuis die nooit meer buiten komt sinds het overlijden van haar man. En natuurlijk is het interessant de groten der aarde te ontmoeten, zoals Nelson Mandela of de oud-president van Duitsland Richard von Weizsäcker.

Dankzij haar positie ontmoet ze ook vele kunstenaars en intellectuelen. Kunst is haar grote passie. Privé is ze een verzamelaar van schilderijen. In 2000 krijgt ze gelegenheid een tentoonstelling te organiseren uit de verzameling van het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Ze wordt om haar selectie geprezen, al speekt een kunstkenner enigszins vilein van k-g-k-kunst: kan- geen-kwaad-kunst.

Nog voor ze koningin is organiseert Beatrix samen met prins Claus op haar kasteeltje Drakensteyn bij Lage Vuursche ontmoetingen met linkse kunstenaars en intellectuelen. Het waren de jaren van revolutie en opstand. Bij links is het Oranjehuis niet populair. Republikeinse sentimenten spelen op, ook omdat prinses Beatrix huwt met een Duitser. Zo vlak na de oorlog is dat een brug te ver, zeker in kringen van het voormalige verzet. Er is dus werk aan de winkel.

Die ontmoetingen op Drakensteyn hebben zeker een functie om draagvlak te creëren. Al moet het prinsenpaar daarvoor wel vernederingen slikken, aanvankelijk. 'Tot ziens mevrouw Von Amsberg', klinkt het pesterig bij het afscheid, nadat de gasten zich eerst wel hebben laten fêteren.

Een feit is dat de kritiek op Beatrix en Claus vrij snel verstomt. In sneltreinvaart weet prins Claus het volk ervan te overtuigen dat hij een goede, sympathieke Duitser is. Dat de inhuldiging van koningin Beatrix in 1980 stevig wordt verpest door krakersrellen ('Geen woning, geen kroning') heeft met breed levende anti- Oranje- of republikeinse sentimenten nagenoeg niets te maken.

Het is die dertigste april 1980 een ongelukkige start van haar koningschap. Maar sindsdien zijn grote rellen en schandalen (zoals onder haar moeder) uitgebleven.

Voor zover bekend heeft de koningin geen grove fouten gemaakt, of het moest zijn dat ze buiten de premier om de geheime dienst in stelling bracht tegen Edwin de Roy van Zuydewijn, de voormalige man van haar boze nichtje Margarita.

Grote problemen lijken aanvankelijk te ontstaan door de partnerkeuze van kroonprins Willem-Alexander. De vader van de Argentijnse Máxima Zorreguieta blijkt minister te zijn geweest in het misdadige regime van dictator Videla. Maar premier Kok lost dit probleem fraai op. De koningin is hem er dankbaar voor.

Premier Balkenende
Dank is er niet voor premier Balkenende, wanneer deze geheel overbodig Friso, de tweede zoon van Beatrix, en Mabel aan de schandpaal nagelt, omdat zij niet geheel eerlijk zijn geweest over haar verleden met de crimineel Klaas Bruinsma.

Die trap na van de premier, terwijl het bruidspaar zelf al heeft besloten geen toestemming aan het parlement te vragen voor hun huwelijk, wekt groot ongenoegen bij de koningin. Als enige van de vier premiers met wie ze te maken krijgt tijdens haar koningschap (Van Agt, Lubbers, Kok, Balkenende) kan ze met hem niet goed overweg.

Het zijn akkefietjes die mager afsteken bij een Lockheed- of Greet Hofmans-affaire. Met acht kleinkinderen om zich heen is haar imago inmiddels ook wat zachter. Grote indruk maakt haar emotionele tv-toespraak enkele uren na de aanslag op de Koninklijke familie in Apeldoorn op 30 april 2009. "Wij zijn sprakeloos dat zoiets vreselijks heeft kunnen gebeuren", zegt een zichtbaar aangeslagen Beatrix.

De veiligheidsmaatregelen worden aangescherpt zodat de koninklijke familie zich in het openbaar kan blijven vertonen. Schrik is er ook ruim een jaar later, als een verwarde man tijdens de Dodenherdenking op de Dam begint te schreeuwen. Kort na het uitbreken van de paniek staat de koningin weer op de Dam en kan de plechtigheid doorgaan. Het tekent de professionele taakopvatting van de koningin.

Twee weken na het ski-ongeluk van haar zoon Friso in Lech, februari vorig jaar, gaat de koningin weer aan het werk. Koninginnedag in Rhenen en Veenendaal - naar we nu weten haar laatste in functie - gaat gewoon door.

Terug in haar geliefde Drakensteyn kan Beatrix straks tevreden zeggen: ja, ik heb het koningschap in alle waardigheid ongeschonden doorgegeven aan mijn opvolger.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden