Het gebed tot de moeder Gods onder het kruis begrijpen we nog steeds

over hedendaagse kunst in de stijl van Vivaldi die ook nu het hart weet te raken

Het Stabat Mater dat door Andreas Scholl onlangs op cd is gezet klinkt opmerkelijk vertrouwd. Is het Vivaldi? De zetting van de openingsverzen doen onwillekeurig aan zijn meest bekende versie van dit gedicht denken. Maar de aangehouden donkere bastoon die na de eerste, solo ingezette woorden de zanger komen begeleiden doen nogal vreemd aan in de barok.

Later in het stuk roepen langzaam uit elkaar glijdende melodielijnen onweerstaanbaar herinneringen op aan Pergolesi en lijkt er ook iets van Bach voorbij te komen. Om vervolgens opnieuw geloochend te worden door de korte, bitse streken van de strijkers waarin onmiskenbaar Vivaldi spreekt.

In werkelijkheid is dit Stabat Mater een compositie van de jonge Australische componist Marco Rosano. Hij schreef het speciaal voor Scholl, in de stijl van een tijd waarin diens contra-tenorstem op haar plaats is. Maar daarmee beginnen meteen ook de problemen. Want wat moet je denken van een 17de-eeuws muziekstuk dat geschreven is in het begin van de 21ste eeuw?

De kunstkritiek houdt daar niet van. Elke tijd drukt zich op zijn eigen wijze uit, vindt zij. Doorbreking van dat schema (altijd naar het verleden en dus onherroepelijk nostalgisch) kan niet anders dan kitsch opleveren. Is Rosano met dit Stabat Mater de Han van Meegeren van de muziek geworden?

Ik ben daar niet zo zeker van - eenvoudigweg omdat ik niet weet of iedere kunst werkelijk alleen zijn eigen tijd heeft. Over eeuwen heen kunnen we Bach, Vivaldi en Pergolesi beluisteren met een intensiteit die voor die van hun tijdgenoten niet onder doet. Natuurlijk horen we iets anders. Wat zij schreven raakt ons in óns idioom, en daar maakt de zeventiende-eeuwse vroomheid geen deel meer van uit.

Maar waarom zou het omgekeerd dan ook niet zo kunnen gaan - en kan een hedendaagse componist ons raken in een toontaal die ver terug ligt in het verleden, maar die langs die omweg ons niettemin raakt in het hart?

Met de tekst hadden ze in de zeventiende eeuw in ieder geval die problemen niet. Het Stabat Mater was toen al zo'n vijfhonderd jaar oud en de populariteit ervan was er alleen maar groter op geworden. Dat is nooit opgehouden. In de twintigste eeuw zijn er waarschijnlijk meer Stabat Maters gecomponeerd dan in willekeurig welke voorafgaande eeuw.

En nu hebben we die van Rosano. Een anachronisme, jawel - maar wat betekent dat? Het gebed tot de moeder Gods die onder het kruis haar zoon beweent begrijpen we maar al te goed - ook al zijn we misschien zelf al lang niet meer Godgelovig. De droefheid van de dood is van alle tijden. Ze loochent de typisch moderne idee dat ieder in zijn eigen tijdsgewricht zit opgesloten.

Rosano's Stabat Mater hoorde ik enkele weken geleden voor het eerst, bij de crematie van een dierbaar familielid, veel te jong gestorven. Ook voor haar was het in de laatste weken van haar leven nieuw geweest, en ze moet er veel troost aan hebben gehad. Gelovig was ook zij allerminst - en wat denkt zo iemand dan bij de slotregels van dit gedicht: Fac ut animae donetur/Paradisi gloria (Maak dat mijn ziel gegeven wordt/de glorie van het Paradijs)?

Maakt het op dat ogenblik, in het aangezicht van de dood, nog iets uit wat theologie of anti-theologie, kunst- of kitschkritiek daarover te zeggen hebben? Rosano's Stabat Mater eindigt traditioneel met een Amen, het woord van berusting. Maar er volgt geen Alleluia op. Het Amen is zelfs uitzonderlijk kort; het breekt abrupt af - zoals haar leven abrupt afbrak - en durft niet meer te preluderen op een paradijs. Daarin is Rosano's Stabat Mater op de valreep toch nog onmiskenbaar hedendaags.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden