Het gastheerschap verleerd

Libië stelde zich open voor toeristen, maar zag het aantal vorig jaar al weer dalen. De vroegere paria heeft nog wat moeite zich aan te passen.

Op drie Japanse toeristen na is er niemand in Leptis Magna, ooit het centrum van de Romeinse beschaving in Noord-Afrika. De Japanners hebben het rijk alleen en klimmen vrijelijk over de hopen stenen van misschien wel de mooiste Romeinse ruïnes ter wereld.

Libie gold lang als een internationale paria, onder meer wegens medeplichtigheid aan terreur. Nadat het zijn beleid wijzigde en de internationale sancties in 2004 werden opgeheven, kon het zich openstellen voor buitenlandse investeerders en bezoekers. In 2007 werd Libië in het toonaangevende Mondiale Reisbranche Trend Rapport getipt als de grote nieuwe toeristentrekpleister in de regio.

Maar die voorspelling is niet uitgekomen. Ondanks aankondigingen van mega-investeringen in de toeristenbranche waagden maar weinig mensen zich er. En vorig jaar daalde het aantal bezoekers 15 procent.

„Het is misgegaan”, geeft Zakaria Aboezed van het ministerie van toerisme toe. „De reputatie van Libië als vakantiebestemming heeft vooral geleden onder de herinvoering van de speciale regelgeving voor buitenlanders, met name de verplichte vertaling van het paspoort naar het Arabisch.”

Vorig jaar werden enkele vliegtuigen vol toeristen bij aankomst in Tripoli om die reden teruggestuurd. Groepen toeristen die met een gemeenschappelijk visum van cruiseschepen afkwamen, trof hetzelfde lot. Een groep Fransen mocht Libië zelfs niet verlaten omdat zij niet over een geldige vertaling van hun paspoort beschikten.

Toeristen, die in principe alleen in groepsverband het land in mogen, moeten bij binnenkomst aantonen dat ze tenminste 1000 dollar bij zich hebben. Maar de voorzieningen die ze daarmee kunnen kopen zijn van lage kwaliteit. In de dure hotels is de service matig, vooral in de slecht onderhouden overheidshotels. „Er is geen concurrentie”, concludeert Aboezed. „In de hoofdstad Tripoli zijn maar 2000 hotelkamers.”

Een ander probleem is dat weinig Libiërs buitenlandse talen spreken, zo ondervinden ook de drie Japanners in Leptis Magna. Dat er geen Japanse gids beschikbaar is begrijpen ze nog wel, maar dat ook de uitleg in het Engels niet te volgen is, irriteert hen mateloos.

„Het leren van Engels – de taal van de Amerikaanse vijand – was gedurende de sancties verboden”, voert Aboezed aan als excuus. De inhaalslag is volgens hem echter wel ingezet. „Over een paar jaar”, luidt de steeds terugkerende leus op het ministerie van toerisme. „De plannen liggen klaar.”

Op papier ziet het er goed uit. De afgelopen jaren stroomden miljarden dollars aan investeringen binnen, voornamelijk voor de bouw van resorts langs de tweeduizend kilometer lange kustlijn.

Ondanks de aanwezigheid van zon, zee en strand mikt Libië echter niet op het massatoerisme. „Als je ziet hoe het massatoerisme landen heeft verpest”, zegt Aboezed. „moet ik er niet aan denken dat zoiets ook in Libië gebeurt. Wij mikken op het cultuurtoerisme: mensen die geïnteresseerd zijn in onze geschiedenis of van de woestijn houden.”

„Dat is geen keuze, maar een noodzaak”, vertelt eenzame Ierse toerist in de vervallen oude stad van Tripoli. „’s Avonds is er niets anders te doen dan thee drinken of kakkerlakken tellen op je hotelkamer”, lacht hij.

Dat Libiërs wantrouwig tegenover buitenlanders staan, en maar weinig vrouwen zich op straat begeven, is voor de Ier niet het grootste mankement. „Er is geen druppel alcohol te krijgen. Ik wist het, maar dat het zo erg zou zijn...” Voordelen zijn er ook: „Niemand probeert je op te lichten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden