Opinie

Het gaat verder juist zo goed met Afrika

Jonge inwoonsters van Rwanda, een land dat zich snel ontwikkelt. ©EPA Beeld
Jonge inwoonsters van Rwanda, een land dat zich snel ontwikkelt. ©EPA

Ruim 10 miljoen traditionele veehouders op marginale gronden in de Hoorn van Oost-Afrika ervaren weer eens een hongersnood. Oorzaken: uitblijvende regens en falend overheidsbeleid.

Hoewel dankzij nieuwe waarschuwingssystemen de alarmbel al lang geklonken had, bleven de autoriteiten in Ethiopië en Kenia Afrikaans doof. Zo werden er onvoldoende voedselbuffers opgebouwd toen het nog kon en is nog steeds geen antwoord gevonden op de traditionele, nomadische leefwijze van veehouders, voor wie het rondtrekken op zoek naar water steeds moeilijker is geworden nu boeren ook neerstrijken op onvruchtbaarder gronden.

Toch gaat het niet zo slecht in Afrika. Het tempo van de bevolkingsgroei neemt al een tijdje af (al is 2,3 procent nog steeds te hoog), de onderwijsdeelname is sterk toegenomen en kindersterfte gedaald. Alleen hiv/aids blijft een gigantisch gezondheidsprobleem.

Achteraf kunnen we vaststellen dat het harde saneren van de Afrikaanse economieën, door grote donoren als Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds in de jaren tachtig, zijn vruchten heeft afgeworpen. Niet alleen zijn schulden en inflatie beheersbaar geworden, maar ook werden Afrikaanse landen gedwongen om hun huis zó op orde te brengen dat het marktmechanisme weer een belangrijke rol kon gaan spelen.

Rond 1995 kwam daardoor in veel landen een serieuze economische groei op gang. Boeren en ondernemers zagen het weer zitten om te investeren, nu de overheid hun markt niet meer verpestte vanuit goede of kwade (corruptie) bedoelingen. Prijzen werden weer prikkels. De stroom investeringen vanuit Zuid-Afrika, gevolgd door die uit China en andere Aziatische landen, deden de rest. Steeds meer olie en mineralen worden gevonden en geëxploiteerd, lucratief dankzij de hoge grondstoffenprijzen.

Zo is het leven van ruim 500 miljoen Afrikanen langzaam aan het verbeteren. Het gemiddeld inkomen in ruim 25 landen - waaronder Ethiopië en Kenia - groeit al meer dan 15 jaar met jaarlijks 2 procent, en de inkomensverdeling is wat eerlijker geworden. De financiële crisis heeft dit proces even geremd, maar niet kunnen stoppen. Zo is het percentage echt arme mensen met inkomens beneden de 1,25 dollar per dag aan het dalen, van zo'n 40 naar 30 procent. De ligging van een land, grondstoffenbezit of vruchtbaarheid spelen daarbij een ondergeschikte rol. Slechts een derde van de landen beneden de Sahara deelt niet in dit succes, zoals de staten met enorme binnenlandse conflicten.

Armoedebestrijding is niet alleen een kwestie van marktwerking en groei. Overheden die dankzij ontwikkelingshulp veel in onderwijs en gezondheidszorg investeren, kunnen het verschil maken, zoals is gebleken in Botswana, Ethiopië, Benin, Burkina Faso, Tanzania en Rwanda (dat een voor iedereen toegankelijke gezondheidsverzekering heeft met direct effect op ziekte en sterfte).

Dankzij de economische groei neemt bij succesvolle Afrikaanse landen op termijn de behoefte aan ontwikkelingshulp af. Zover is het nog niet, vooral niet in de rurale gebieden. Er zijn echter maatregelen die nóg beter helpen. Rijke landen moeten de subsidies aan hun eigen boeren verminderen en agrarische importheffingen verlagen. Rijke Afrikanen moeten hun in Zwitserland ondergebracht kapitaal - vaak verdiend met olie en corrupte - herinvesteren in eigen land. De hiermee gemoeide bedragen overstijgen vele malen onze jaarlijkse hulp aan het continent, momenteel zo'n 35 miljard euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden