Het gaat om veel meer dan een 'weilandje'

De auteur is werkzaam als stedebouwkundige en doceert architectuurgeschiedenis en -theorie aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Aan de westkant van Amsterdam ligt een mooi plekje, het weiland Vrije Geer. Het is een ruimte die indertijd bewust in de verstedelijking is uitgespaard. Hier vindt de blik rust in het gezicht op het oude dorp Sloten: wat daken, een paar torenspitsen, een kerkhof, zwaar geboomte en tuinen.

De gemeenteraad van Amsterdam besloot echter het weiland te doorsnijden met een tramlijn en vol te bouwen met 180 woningen, laatste bouwstroom van Nieuw Sloten. De opgeschrokken plaatselijke bevolking liet een krachtig protest horen; het comité Weilandje Vrije Geer werd opgericht. Nu dit comité voldoende steun voor een referendum heeft geworven, zaait de in paniek geraakte politiek misverstanden.

Het ene misverstand is dat het een 'achtertuinkwestie' is. In het Nieuws van de Dag van 15 april 1995 zei wethouder Duco Stadig: “Als iedereen voor zijn achtertuinproblemen een referendum kan organiseren, dan heb ik het gevoel dat dat instrument ook heel snel over is.” Maar is het een achtertuinprobleem? Gaat het om een handjevol bewoners die niet met hun tijd willen meegaan en/of uit eigenbelang hun dorpsidylle niet aan de behoeften van de stad willen opofferen? Nee, integendeel: de mensen die in actie kwamen, zijn onmisbare bewakers van de kwaliteit van de stad.

Het andere misverstand is, dat ruimtelijke ordening een soort schaakspel is, waarbij met uitwisselbare kwantiteiten kan worden geschoven (zoveel woningen, zoveel grond; als we dit groen of blauw laten, moeten we dat vlakje rood maken). Ruimtelijke ordening vraagt - óók - oog voor wat er is, respect voor bestaande kwaliteit, liefde voor het onvervangbare. En verbeelding en zin voor het mogelijke.

Hierbij komt het stedebouwkundige begrip 'dichtheid' in beeld. In een stad betekent dichtheid ten eerste de aanwezigheid van veel van hetzelfde. In plaats van 55 woningen per hectare, zoals in Nieuw Sloten, zou de grootste stad van ons land er best 100 mogen bouwen. Studies van architect Uytenhaak tonen goede mogelijkheden, met succes toegepast in het plan van landschapsarchitect Geuze voor 'Borneo' en 'Sporenburg' in het Oostelijk Havengebied.

Dichtheid betekent ook veel verschillen bij elkaar. Amsterdamse buurten als Oud-Zuid en Oud-Oost hebben een hoge dichtheid van functies. Plannen zouden moeten voorzien in woongebouwen waarin je, met inachtneming van bepaalde regels, ook een kantoor, werkplaats, school, restaurant of winkel kunt vestigen. En dat in de nabijheid van natuur. Dan sla je meerdere vliegen in een klap: een levendige, veranderende buurt in een aantrekkelijke en duurzame omgeving, en ook de beste remedie tegen de auto; want je bedenkt je wel tweemaal voordat je in zo'n wijk een auto aanschaft of gebruikt.

Het is hoog tijd om, althans op het grondgebied van Amsterdam, afscheid te nemen van het suburbane wonen en echt werk te maken van de 'compacte stad'. Waarom zou je in lagere dichtheden moeten bouwen dan in de middeleeuwen of in de vorige eeuw? Goed, het moet anders. Moderner, landschappelijker. Dat kan. Door van alles onder de grond te stoppen. Het is begonnen met het riool. Toen de metro. De auto volgt. En winkels, cafés, sauna's. Zo is meervoudig grondgebruik te realiseren. Voor een grote stad is dat economisch, maar ook esthetisch.

Stadsnatuurpark Het weiland heette in de plannen tot nog toe een 'buffer'. Misschien neemt de politiek er zo lichtvaardig afscheid van omdat dat zo negatief klinkt: buffer tégen de verstedelijking. Men kan het echter ook opvatten als een onmisbaar element vóór de verstedelijking: buffer in de zin van voorraad, een bron om kracht uit te putten. Door het open weiland kan het oude dorp rustig in de nieuwe stad opgaan, kan de compacte stad herademen, kan er een eenheid van verschillen ontstaan.

Men spreekt over het 'weilandje'. Dit verkleinwoord is gevaarlijk. Het stuk gras met sloten en bomen eromheen heeft het formaat van een middelgroot stadspark, iets groter dan het Sarphatipark en iets kleiner dan het Oosterpark in Amsterdam. Het zou een park kunnen worden dat een eigentijdse verhouding tot de natuur weerspiegelt. Daarvoor zijn suggesties gedaan. Men kan het weiland toegankelijk maken zonder de kikkers en kieviten uit dit paradijs ter verjagen. Men kan langs de rafelrand van de Osdorperweg bomen planten en overigens het weidekarakter bewaren. Men kan enkele functies privatiseren en door een stichtingsvorm toch het collectieve belang waarborgen.

Culturele belang Dat het weiland Vrije Geer behouden moet worden is niet alleen om het groen. Er zijn ook aspecten van cultureel belang. Een daarvan is gesigneerd 'Rembrandt'. Hij tekende een gezicht op Sloten. Wie over het weiland naar het dorp kijkt krijgt een schok van herkenning. De aanblik herinnert aan het ommeland van Amsterdam zoals het door Rembrandt wel meer is uitgebeeld: aandoenlijke menselijke nederzettingen in een half ontgonnen landschap onder een hoge hemel. Iets daarvan springt hier heden ten dage nog in het oog.

Een ander is het AUP, het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1935, van C. van Eesteren, vader van de moderne Nederlandse stedebouw. Door dat plan werd Sloten opgenomen in de nieuwe ruimtelijke orde die tuinstad heette. Stad en land moesten hun wederzijdse voordelen uitwisselen.

Vincent van Rossem betoogt in zijn studie over het Algemeen Uitbreidingsplan (NAi Uitgevers/EFL Stichting, 1993), dat Van Eesteren het probleem van de oprukkende stadsrand scherp onder ogen zag. Hij beschouwde de geannexeerde dorpen niet als obstakel voor de uitbreiding, maar als positief element van het nieuwe stedelijk landschap. Zijn visie werd geïnspireerd door de schilderkunst.

Voor het oude dorpje werd bewust ruimte gelaten. Zo mocht er alleen aan de schaduwzijde van het uit de nieuwe stadsrand geprojecteerde perspectief wat gebouwd worden. Het open blikveld werd bestemd voor het kweken van groente en fruit.

Nog in 1984, toen men om de Olympische Spelen binnen te halen, bereid was het kassengebied voor de huisvesting van atleten en journalisten te onteigenen, verklaarde de gemeentelijke Nota van uitgangspunten en randvoorwaarden Sloten e.o.: “De groene buffer tussen het dorp Sloten en de randweg dient een open en waterig karakter te krijgen om de sfeer rond het dorp te handhaven en visueel contact mogelijk te maken met de karakteristieke achterkant van het dorp.”

Lessen Deze culturele aspecten houden een les in. De les van Rembrandt is dat het, anders dan het voorgenomen plan voor Nieuw Sloten beoogt, niet gaat om een 'zichtas' maar om een gezicht. In het gezicht op Sloten leerde de schilder ons de in een tekening of schilderij opgelegde blikrichting te verlaten en het hele blikveld af te tasten. In een diagonale beweging ontsloot hij atmosferische diepte. Zo'n wandelend oog is precies wat het weiland mogelijk maakt.

De tweede les is de actueelste: het ontwerp als vorm van onderzoek. Nu Amsterdam bijna 100 000 woningen moet bouwen, is een nieuw 'algemeen uitbreidingsplan' hard nodig. Het oude AUP verenigde een veelheid aan overwegingen. In zijn functionaliteit was het wetenschappelijk. Nuchter werd de woningbehoefte berekend. De verkaveling was rationeel, doch het geheel was beeldend. Onherroepelijk schoof de stadsrand op, maar door het maken van binnenranden werd ruimte gelaten aan een wandelend oog. Men wilde de stad niet volledig in het teken van de snelheid en zakelijkheid plaatsen.

Dat is nu actueler dan ooit. Rust heeft een moeilijk te schatten waarde. De natuur blijft temidden van onzekerheden over de demografische, sociale en economische ontwikkelingen een bron van geluk.

Symbiose Nederland heet vaak een 'kunstwerk'. Dat geldt voor het hele land, en betreft nu eens de techniek en dan weer het beeld. Het overwinnen van de tweestrijd tussen stad en land in een symbiose is urgenter dan ooit. Met de toenemende mobiliteit dreigt de hele Randstad dicht te slibben. De stad is alomtegenwoordig. Dat betekent dat het concept van de tuinstad met haar lage dichtheden niet kan worden herhaald. Haar eenzijdige woonfunctie en verspreide patroon roept veel mobiliteit op, die zich slecht laat afwikkelen langs openbaar-vervoerslijnen. Er is behoefte aan plaatselijk sterk verdichte bebouwing met gemengde programma's in een aantrekkelijke omgeving. Nu natuur steeds minder geldt als dat wat buiten de stad ligt, is er bovendien behoefte aan natuur binnen de stad.

Erfenis Het weiland Vrije Geer is een erfenis die men niet mag verspelen. Voor de woningen en de tramlijn zijn alternatieven te bedenken. Het weiland moet bestemmingen in de groene sfeer krijgen. En het dorp moet zijn gezicht houden om niet te worden gereduceerd tot verweesde, verkneuterde rest. In zo'n volwassen stadsdorp start je gemakkelijk een gespecialiseerd bedrijf; je vindt er een buitenmodel huis, culturele bestemmingen zijn er vanzelfsprekend. Het is geen toeval dat veel Amsterdammers graag hier ter kerke gaan of komen trouwen in haar molen.

Voorbij de tegenstelling stad en land heeft het stadsdorp toekomst. Niet alleen de geboren dorpeling die er zijn herinneringen koestert, niet alleen de nieuweling die er zijn toevlucht zoekt, ook de bewoners van Nieuw Sloten en de binnenkort bebouwde Middelveldsche Akerpolder zullen houden van het gezicht op het oude Sloten. Iedere Amsterdammer heeft in feite belang bij een dorp dat in de ban van de stad zichzelf blijft. Daartoe moet het weiland open blijven.

Het belang van de woningbouw is niet gediend bij salami-plannen. De hoofdstad verdient een integraal plan dat het hele stadsterritorium beslaat.

Het interessante van het referendum van morgen is dat de bevolking haar belang hierbij kan tonen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden